Back

Artikel

Home

Houd de Eurozone politiek bij elkaar

30 sep 2011
Dossiers: Eurocrisis
Onderwerpen: Europese integratie, Monetair beleid
De Eurozone bij elkaar houden is economisch gezien verreweg te preferen boven uittreding van zwakke eurolanden als Griekenland, maar is niet te bereiken met een verhoging van het Europese noodfonds alleen, stellen Roel Beetsma en Lex Hoogduin. Ophoging van het noodfonds moet het sluitstuk zijn van realistische plannen om de overheidsfinanciën te saneren, de institutionele veranderingen voor de verankering van de sanering te implementeren en de onderliggende economie structureel te hervormen. Alle drie zijn noodzakelijk om uit de crisis te geraken.

Problemen in Eurozone stapelen zich op

De Europese schuldencrisis wordt steeds heviger ondanks de financiële hulp die Europa heeft geboden aan bedreigde landen. Sinds het eerste reddingspakket voor Griekenland, is de rente op Griekse schuld bijna onafgebroken opgelopen. Waar een Griekse default al onvoorspelbare, maar potentieel grote gevolgen heeft, kan het moeten redden van Spanje of Italië slechts als een nachtmerrie scenario worden gekarakteriseerd.

Daarom wordt er ook breed gepleit voor het ophogen van het Europese noodfonds het EFSF of voor het uitgeven van euro-obligaties door de regeringen in de eurozone. In het eerste geval zou de ECB dan ook verlost kunnen worden van het zwakke schuldpapier dat ze op haar boeken heeft moeten nemen om te voorkomen dat het Europese financiële systeem ineen zou storten. Bij uitgifte van euro-obligaties gaat om staatsleningen die collectief door de eurozone lidstaten worden gegarandeerd.

Het belangrijkste economische probleem met beide oplossingen is het zogenaamde “morele gevaar”. Wetende dat andere landen bijspringen, zullen probleemlanden een geringere neiging hebben om de noodzakelijke, maar politiek kostbare, aanpassingen te doen om hun economieën en overheidsfinanciën weer op de rails te krijgen. Voorbeelden van moreel gevaar zijn er te over. Bijvoorbeeld in Italië is er al decennialang een geldstroom van Noord naar Zuid, zonder dat de economie in Zuid ook maar een millimeter inloopt op die van Noord. Waarschijnlijk heeft de geldstroom averechts gewerkt door de maffia rijker te maken. Een ander, recent voorbeeld betreft het gedraai van Berlusconi rond het recent aangenomen bezuinigingspakket. In ruil voor de extra bezuinigingen besloot de ECB besloot om Italiaanse staatsobligaties op te kopen. Echter, toen deze opkopen gerealiseerd waren, bleek Berlusconi’s bereidheid om te bezuinigen ineens een stuk kleiner.

Ophoging noodfonds alleen onvoldoende

In tegenstelling tot wat sommigen lijken te denken, kan een ophoging van het noodfonds nooit de uiteindelijke oplossing zijn voor de Europese schuldencrisis. Deze ophoging moet het sluitstuk zijn van realistische en concrete plannen om de overheidsfinanciën te saneren, de institutionele veranderingen die noodzakelijk zijn voor de verankering van de sanering te implementeren en de onderliggende economie structureel te hervormen. Alle drie zijn noodzakelijk om uit de crisis te geraken. Als het groeipotentieel van een land achterblijft, dan blijft het bijna onmogelijk om begrotingen op orde te houden. Economieën moeten dus hervormd worden daar waar dat ook maar nodig is. In Zuid Europa gaat het vooral om het flexibeler maken van de arbeidsmarkt, langer doorwerken en het hervormen van productmarkten. Bijvoorbeeld, de barrières voor toetreding, die er voor veel beroepsgroepen zijn, moeten worden geslecht. Markthervormingen zijn nodig om het concurrentievermogen en het groeipotentieel van deze landen te herstellen. Ook wanneer de institutionele beperkingen op verkwistend gedrag ontbreken zullen begrotingsproblemen onvermijdelijk weer optreden. Bovendien zijn institutionele hervormingen nodig om afdwingbaarheid van begrotingsregels en afspraken over bevordering van het groei- en concurrentievermogen mogelijk te maken.

De deal tussen Noord en Zuid moet zijn dat Noord bereid is Zuid te helpen bij institutionele en structurele hervormingen, onder andere door actieve assistentie en investeringen in Zuid, en dat wanneer Zuid de aanscherping van regels en de afdwingbaarheid ervan accepteert, Noord dan ook bereid is om het EFSF aanzienlijk te vergroten, flexibeler te maken en slagvaardiger in te zetten. Bij het flexibeler maken gaat het vooral om het financieren van de herstructurering van het bankwezen in landen waar de overheidsfinanciën te zwak zijn om als vangnet te kunnen fungeren. Noord heeft overigens ook de taak om zelf orde op zaken te stellen. Ook van deze landen hebben de meeste een tekort boven het afgesproken maximum in het Stabiliteits- en Groeipact. Zij moeten dus ook geloofwaardige plannen opstellen om een structureel begrotingsevenwicht te bereiken. Niets heeft namelijk meer gedaan om de geloofwaardigheid van het Pact te ondermijnen dan het opzij schuiven ervan door Duitsland en Frankrijk aan het eind van 2003.

Papieren afspraken

Het is cruciaal om in te zien dat het opstellen van plannen alleen en aankondigen van steeds zwaardere ingrepen niet voldoende zijn. Griekenland heeft dit laatste voortdurend gedaan, maar is niet in staat gebleken de gemaakte afspraken na te komen. Deze afspraken waren dus gebaseerd op wensdenken, want het opleggen van dictaten aan landen die volkomen klem zitten werkt niet. Het allesomvattende plan moet concrete en realistische afspraken bevatten en de voortgang ervan moet voortdurend bewaakt worden. Cruciaal is bovendien dat een land niet in het diepe wordt gegooid en aan zijn lot wordt overgelaten. Als een land een niet-functionerende belastingdienst heeft, dan zit er niets anders op dan dat land te helpen, als onderdeel van het programma, om een goed werkende belastingdienst op te zetten. Idem, waar het gaat om de productie van betrouwbare en inzichtelijke macro-economische cijfers. Landen kunnen deze begeleiding zien als een ongewenste vorm van inmenging in hun binnenlandse aangelegenheden, maar dat is de prijs die ze moeten betalen voor de hulp die ze ontvangen.

Griekenland uit de euro is een economische ramp

De eurocrisis kan dus enkel en alleen worden opgelost als alle landen samenwerken bij het uitvoeren van een allesomvattend en realistisch plan. Hier zijn kosten en risico’s aan verbonden, maar het is veruit de goedkoopste optie. Een stevig verankerde euro is van onschatbare waarde voor het hele eurogebied. Zelfs de uittreding van één klein land zal de munt onherstelbaar beschadigen. Stel dat Griekenland uittreedt, iets wat het huidige Verdrag overigens niet toelaat. In dat geval moet de Griekse staatsschuld met zekerheid grotendeels moeten worden afgeschreven en worden de banken in andere eurolanden dus direct geraakt. Ook Griekenland zal er zwaar onder lijden, want het Griekse bankstelsel zal failliet gaan met tweede ronde gevolgen voor buitenlandse banken, terwijl het mogelijke voordeel van devaluatie voor het land zelf van korte duur zal zijn.

Hogere inflatie zal het gewonnen concurrentievoordeel snel weg eten, terwijl de zo noodzakelijke economische en budgettaire hervormingen op de lange baan worden geschoven. De gevolgen gaan echter nog verder, omdat, vergelijkbaar met de crisis in het Europese Monetaire Stelsel begin jaren 90, het precedent van een Griekse uittreding ertoe zal leiden dat er ook gespeculeerd zal worden op het uittreden van andere zwakke landen. De rente op de staatsschulden van deze landen zal tot onhoudbare hoogte oplopen en de eurozone kan mogelijk uit elkaar kunnen vallen. We worden niet alleen teruggeworpen naar de situatie van voor de euro. Landen zullen elkaar gaan wantrouwen, protectionisme zal terugkeren en het streven naar verdere samenwerking zal verdwenen zijn. Dit risico moeten we met zijn allen niet willen nemen!

Gerelateerde artikelen

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik