Back

Artikel

Home

Hoezo pensioeninnovatie als het al bestaat?

20 nov 2014
Dossiers: Pensioen
Onderwerpen: Pensioen

De toekomst van het pensioenstelsel staat ter discussie en vorige week kwam een aantal pensioenexperts met een plan om het stelsel te vernieuwen. Volgens een andere  pensioenexpert, Tjitsger Hulshoff, bestaat dit systeem al jarenlang, terwijl er in het nieuwe plan gevaarlijke randjes zitten waardoor we de facto niet meer over een pensioen praten zoals dit nu wettelijk gedefinieerd is.

Pensioeninnovatie

Afgelopen vrijdagochtend was ik te vroeg op mijn afspraak bij een zakenpartner. Alle tijd voor het Financieel Dagblad. Tot mijn grote verrassing las ik een artikel van een aantal pensioenexperts (FD, 14 november 2014) dat gebaseerd was op gezamenlijk geschreven pamflet (Boelaars et al. 2014). Ze stelden dat de hele pensioendiscussie nu te lang heeft geduurd en dat ze hoogstpersoonlijk de oplossing hadden bedacht. Ik ging wat rechter op zitten, zette mijn koffie even veilig opzij en ... ontdekte dat de heren voor collectief uitgevoerde DC-regelingen pleiten. Mijn trouwe lezers zullen denken dat ik op dit punt juichend zou opspringen. Maar ik blijf zitten met gemengde gevoelend en een belangrijke waarschuwing.

Hoezo innovatie?

Om te beginnen: Ik ben enorm blij dat er vanuit wetenschappelijke hoek ondersteuning komt voor collectief uitgevoerd individueel DC. Dat moge niet verbazen. Al meerdere jaren ben ik actief in het adviseren, door-ontwikkelen en tegenwoordig uitvoeren van dit soort regelingen. Want dit systeem bestaat al. Al heel lang zelfs. En zeker sinds de komst van het nieuwe vehikel PPI (als concurrent voor pensioenfondsen en verzekeraars) zijn zowel de kwaliteit verhoogd als de kosten drastisch verlaagd.

De heren professoren hebben dus een systeem uitgevonden dat al jaren bestaat en inmiddels de norm is geworden voor bedrijven. Maar helaas redeneren ze nog teveel vanuit de bestaande denkkaders en presenteren een plan met gevaarlijke randjes.Verborgen in het jargon blijkt dat men pleit voor het delen van het langlevenrisico en het invoeren van collectieve uitkeringssystemen.

Zin en onzin van langlevenrisico delen

Langlevenrisico komt in meerdere vormen voor. Het is het risico dat één persoon of een groep personen langer leeft dan het gemiddelde. Dit is een risico dat we uitstekend in een collectief kunnen delen. Immers tegenover de 'langlevers' staat een groep 'kortlevers' en dat middelt zich uit. In zo’n situatie heeft verzekeren (delen van risico’s) toegevoegde waarde. Maar dit risico valt in het niet bij de andere vormen, namelijk het risico dat de inschatting van het langlevenrsico fout blijkt te zijn, of dat de nu ingeprijsde stijging van de levensverwachting in de toekomst wordt ingehaald door nieuwe inschattingen. Het delen van een risico dat zich voor iedereen op hetzelfde moment, in dezelfde richting manifesteert heeft geen enkele toegevoegde waarde. Op deze manier delen, betekent dat er geen verzekering is.

Gokken op herstel

Daarnaast willen de experts ook beleggingsrisico's delen. In de misplaatste veronderstelling dat dit waarde oplevert. Misplaatst, want delen van beleggingsrisico over generaties is feitelijk een 'gamble for resurrection'. Het gaat immers uit van de premisse dat we risico's kunnen doorschuiven naar de toekomst omdat het later toch goed zal komen. Met ander woorden, als je weet wat de juiste aandelen of rentekoers is en de markt herstelt zich snel genoeg ('mean reversion'), dan zal het model aantonen dat het negeren van marktfluctuaties op termijn goed uitpakt.

Of in technische termen, als je veronderstelt dat er geen langlevenrisico is, je de prijs voor de verzekering daarvan niet betaalt, maar investeert in een markt waar je een een positief rendement veronderstelt die voor altijd geldt en je de beleggingsrendementen laat ontwikkelen volgens een statistisch proces waarin de uitkomsten naar een vooraf gedefinieerde waarde tenderen (zgn mean reversion), dan is collectief risicodelen een prachtig paradigma. In werkelijkheid zijn er meerdere vormen van langlevenrisico, is er geen enkele zekerheid dat rentes en rendementen uiteindelijk naar de beoogde waardes tenderen. En had ik al gezegd dat het ontbreken van eigendomsrechten in de uitkeringsfase het hebben van eigendomsrechten in de opbouwfase -wanneer u het geld niet tot uw beschikking heeft - tot een irrelevante exercitie maakt?

Maar laat ik nog een stapje terugzetten. Als we de pensioenuitkering variabel maken en het langlevenrisico effectief niet meer verzekeren, dan hebben we het de facto niet meer over een pensioen zoals die nu in de wet gedefinieerd wordt. Daar is niks mis mee, maar als we die definitie dan toch loslaten, dan moeten we het ook hebben over de verplichtstelling, de omkeerregel en het level playing field van uitvoerders.

Laat pensioen aan markt over

Mijn advies aan de overheid? Laat de toekomst van het pensioen en de discussie daarover aan de markt over. Faciliteer een ‘level playing field’ van pensioenuitvoerders, en verbeter de bestaande DC-wetgeving door de fiscale staffel af te schaffen en wijzig de huidige plicht om op pensioendatum een vaste verzekerde uitkering te kopen in een plicht om op pensioendatum voor een bepaald percentage van het kapitaal een vaste uitkering vanaf bijvoorbeeld leeftijd 87 aan te kopen. In die laatste variant is het langlevenrisico verzekerd en kan de deelnemer met een eigen kapitaal een overzienbare periode overbruggen. Waar uitvoerders een eigen invulling aan kunnen bieden. De discussie in pensioenland gaat nog lange tijd door. Maar laten we de discussie vooral ook voeren in de markt zelf.

Referentie:

Boelaars I., L. Bovenberg, D. Broeders, P. Gortzak, S. van Hoogdalem, T. Kocken, M. Lever, T. Nijman en J. Tamerus , 2014, Duurzame vormgeving van het Nederlandse collectieve aanvullende pensioen , Netspar, Tilburg.

Gerelateerde artikelen

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik