Back

Artikel

Home

Het is nu geen moment voor een vuile campagne

25 mei 2010
Dossiers: Woningmarkt
Onderwerpen: Economisch denken
De politieke partijen zijn het over hoofdzaken eens. Dan kan een coalitie later de details uitruilen, menen Arnoud Boot, Lans Bovenberg en Bas Jacobs. De Nederlandse bevolking staat voor de belangrijkste verkiezingen sinds de jaren 80. Na jaren doormodderen, is dit het moment om politieke moed en leiderschap te tonen. De CPB-doorrekeningen maken één ding duidelijk: alle belangrijke partijen zijn overtuigd van de noodzaak van fundamentele maatregelen om de overheidsfinanciën gezond te maken.

Ingrijpende maatregelen noodzakelijk

Het is grote winst dat de meeste partijen inzetten op hervormingsvoorstellen die goed uitvallen voor de werkgelegenheid en economische groei, en tegelijkertijd extra investeren in onderwijs. Dit alles is goed nieuws, maar nog geen garantie voor succes. Een eerste voorwaarde is dat na de verkiezingen een werkzame coalitie ontstaat. Een tweede voorwaarde is dat politieke partijen nu het momentum benutten om kiezers te overtuigen dat ingrijpende maatregelen noodzakelijk zijn.

Uitdagingen

Waar zitten de uitdagingen? De partijprogramma’s verschillen in de fasering van voorgestelde maatregelen. Rechts kiest voor harder bezuinigen op korte termijn. Links richt zich meer op hervormingen, maar met een geleidelijke invoering. Dat laatste is riskant als het politiek commitment om hervormingen werkelijk door te voeren ontbreekt. Politieke partijen moeten het momentum nu benutten om draagvlak te creëren voor een hervormingsagenda en geloofwaardige stappen zetten om zich hieraan te committeren. Partijen maken principieel verschillende keuzes op het gebied van sociale zekerheid en arbeidsmarkt, woningmarkt en gezondheidszorg. Die verschillen moeten worden overbrugd.

In de sociale zekerheid en arbeidsmarkt wil rechts bezuinigen op uitkeringen en werknemers, meer zelf verantwoordelijk maken voor hun inzetbaarheid op de arbeidsmarkt. Links, daarentegen, spreekt vooral werkgevers daarop aan. Politieke partijen kunnen hier de juiste uitruilen maken. De arbeidsmarkt moet worden opengebroken, met name voor laaggeschoolden en ouderen. Dat vereist meer flexibiliteit en minder ontslagbescherming, maar tegelijkertijd moeten kwetsbare werknemers worden ondersteund met (tijdelijke) loonkostensubsidies en arbeidskortingen (ouderen) en verplichte scholing of werk (jongeren). Werkgevers horen te worden geconfronteerd met de maatschappelijke kosten van ontslag door bijvoorbeeld premiedifferentiatie in de WW.

In het woningdossier willen linkse partijen de hypotheekrenteaftrek aanpakken, terwijl rechtse partijen juist de huurmarkt onder handen nemen. De woningmarkt zit potdicht en de overheid pompt nodeloos veel geld rond. De positieve uitruil in de woningmarkt is dat huurbeleid en hypotheekrenteaftrek op de schop gaan.

Ongetwijfeld is het zorgdossier het meest ingewikkeld. Door sterk oplopende zorgkosten komt de solidariteit onder druk te staan en dreigt een toenemende premiedruk de werkgelegenheid aan te tasten. De CPB-doorrekeningen onderschatten bovendien de stijging van de zorgkosten fors. Uitruilen zijn niet goed mogelijk. De halfbakken liberalisering combineert het slechtste van de overheid met het slechtste van de markt. Daarom moet een principiële keuze worden gemaakt of de ingezette marktwerking wordt doorgezet.

Zorgen zijn er over wat niet in de programma’s zit. De partijprogramma’s geven te weinig aandacht aan het verminderen van de conjunctuurgevoeligheid van de Nederlandse economie. Door de globalisering en de overheersende rol van financiële markten zijn economieën gevoelig geworden voor hypes en schokken. Zowel de financiële sector als de overheid versterken die economische turbulentie. Zo wordt het maken van schulden door nota bene de overheid aangemoedigd. Hypotheekrenteaftrek en fiscale bevoordeling van schulden van bedrijven boven eigen vermogensfinanciering zijn niet uit te leggen. De uitruil is hier om in de vennootschapsbelasting de renteaftrek te beperken en eigen vermogensfinanciering minder te belasten.

Stabilisatie financiële sector

Politieke partijen zijn ook veel te stil over de toekomst van de financiële sector. Deze moet worden gestabiliseerd. Nederland kan het zich niet veroorloven om zich achter internationale besluitvorming te verschuilen. De commissie-De Wit heeft terecht geconstateerd dat Nederland zelf iets moet doen, denk aan het veilig stellen van het betalingsverkeer en de financiële infrastructuur daarom heen, en het beschermen van deposito’s tegen ‘casinogedrag’ van banken.

En dan de grootste uitdaging. De verkiezingen moeten gaan over inhoud. Dus geen angstbeelden van ‘Griekse toestanden’, instortende huizenprijzen of ‘pyjamadagen’ in bejaardenhuizen. Geen herhaling graag van de vuile campagne van 2006. Het draagvlak zal wegvallen en de politiek zal een bron van onzekerheid vormen. Populisme, van bankbelasting tot hoofddoekjestax, zal fundamentele maatregelen in de weg staan en het economisch herstel ernstig vertragen. Dit kunnen we ons nu niet veroorloven.

* Dit artikel is eerder verschenen in NRC Handelsblad op 21 mei 2010.

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik