Back

Artikel

Home

Het Feyenoordlegioen is hondstrouw

27 sep 2016
Onderwerpen: Sport
Toeschouwers bij voetbalwedstrijden laten hun komst niet langer afhangen van de prestaties van de club - althans niet het Feyenoordlegioen. Dit concluderen Lucas Besters en Martin van Tuijl op basis van een analyse van toeschouweraantallen sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw. Zij schrijven dit artikel in het kader van het vertrek van Jan van Ours, hoogleraar Economie en groot Feyenoord fan, van Tilburg University naar Erasmus Universiteit Rotterdam.

Uitverkocht

Als nummer één van de Eredivisie trad Feyenoord op donderdag 22 september jl. in de eerste ronde van de KNVB-beker thuis tegen FC Oss aan. De Brabanders waren op dat moment de nummer vijftien van de Eerste Divisie. Desondanks was de wedstrijd geheel uitverkocht. Negentien jaar eerder, op 12 november 1997, trok dezelfde wedstrijd tegen – destijds – TOP Oss, in de tweede ronde nog wel, amper 4.000 toeschouwers (bron: ANP). Zo’n lege Kuip lijkt heden ten dage ondenkbaar. De historie leert echter dat dit voorbeeld niet op zich staat. Een analyse van de toeschouwersaantallen, vanaf de start van de Eredivisie in Nederland in het seizoen 1956/57, laat zien dat het befaamde ‘Feyenoordlegioen’ gedurende bepaalde perioden niet altijd even ‘trouw’ was. In het laatste decennium is echter geen sprake meer van een gebrek aan loyaliteit.

In een goed gevuld stadion is Jan van Ours, in het dagelijks leven hoogleraar Economie, een van de vaste bezoekers. Als onderdeel van de ‘twaalfde man’ staat hij Feyenoord bij thuiswedstrijden steevast aan te moedigen. Zijn vertrek van Tilburg University (TiU) naar de Erasmus Universiteit in, jawel, Rotterdam (EUR) vonden wij als coauteurs op het gebied van sporteconomie een mooi moment om eens wat dieper in te gaan op het stadionbezoek bij Feyenoord over de jaren.

Ontwikkeling aantal toeschouwers

In Figuur 1 wordt het gemiddeld aantal toeschouwers per seizoen weergegeven voor de seizoenen 1956/57 tot en met 2015/16. Dit gemiddelde is gebaseerd op 17 thuiswedstrijden in de Nederlandse Eredivisie. Een uitzondering vormen de seizoenen 1962/63 tot en met 1965/66, waarin slechts 16 teams deelnamen en het aantal thuiswedstrijden dus 15 bedroeg. [1] Figuur 1 maakt duidelijk dat het gemiddelde – rond de 40.000 toeschouwers – hoog was bij de start van de Eredivisie, daarna nog iets stijgt, maar vervolgens sterk daalt tot een dieptepunt van nog geen 10.000 in het seizoen 1987/88. In de daaropvolgende jaren loopt het gemiddelde stapsgewijs weer op, naar circa 45.000 in de afgelopen seizoenen. Verder is het verloop van de eindklassering op de ranglijst aangegeven (rechter schaal).

Na een bloeiperiode met een aantal kampioenschappen, tussen het midden van de jaren ‘60 en het midden van de jaren ‘70, worden de prestaties volatieler, inclusief fikse uitschieters naar beneden, tot aan het einde van de jaren ‘80. Daarna volgt weer een aantal hoge klasseringen, waarmee ook kwalificatie voor de lucratieve Champions League wordt behaald. Vanaf het midden van het eerste decennium van de huidige eeuw treedt echter een verval in. Tussen 2006 en 2011 eindigt Feyenoord achtereenvolgens als zevende, zesde, zevende, vierde en tiende. Figuur 1 laat zien dat, het gemiddeld aantal toeschouwers in het algemeen meebeweegt met de prestaties (eindklasseringen) van Feyenoord. Indien het beter gaat, komen er meer toeschouwers, gaat het evenwel slechter, dan blijven de toeschouwers weg. In de laatste 15 tot 20 jaar lijkt er echter geen sprake meer te zijn van een dergelijke relatie en stijgt het aantal toeschouwers tot een stabiel en hoog niveau.

Figuur 1: Gemiddeld aantal toeschouwers en eindklasseringen, Feyenoord, Eredivisie, 1956/57 – 2015/16

Figuur 1 laat dus zien dat het Feyenoord-publiek lang niet altijd even ‘trouw’ is geweest en dat het wel degelijk ooit sterk reageerde op de sportieve prestaties. Hierbij zij aangetekend dat zulks in de voorbije twee decennia minder het geval is geweest. We analyseren dit verder door de fluctuaties van het aantal toeschouwers per wedstrijd binnen een bepaald seizoen te bestuderen. Hiertoe relateren we deze toeschouwersaantallen aan de weersomstandigheden, de prestaties binnen het seizoen, de onzekerheid van de wedstrijduitslag en de onzekerheid gerelateerd aan het al dan niet behalen van het kampioenschap (‘seizoensonzekerheid’). De hypothese is dat ‘trouwe’ fans altijd maar weer naar het stadion zullen komen, ongeacht de omstandigheden en ook ongeacht de prestaties. Aangezien wij ook geïnteresseerd zijn in de veranderingen over tijd, zullen wij sub-perioden van 10 jaar bekijken. Wij schatten het volgende log-lineaire model:

        1

waarin (i) de wedstrijd aangeeft en (j) het seizoen. De afhankelijke variabele is het logaritme van het aantal toeschouwers op de wedstrijddag. De vector X(i,j) bevat dummy variabelen voor de tegenstanders Ajax, PSV, Sparta, Excelsior en ADO Den Haag (de traditioneel grote clubs en de lokale, d.w.z. Zuid-Hollandse clubs) en een dummy voor wedstrijden die op een doordeweekse dag gespeeld zijn (maandag, dinsdag, woensdag of donderdag). Verder bevat X(i,j) de temperatuur en neerslag op de wedstrijddag. [2] De prestaties binnen een seizoen worden gemeten door het cumulatieve aantal punten, hetgeen wordt afgezet tegen het verwachte aantal punten op basis van prestaties tegen dezelfde tegenstander in het voorgaande seizoen. [3] Wedstrijdonzekerheid wordt gemeten door de zogenoemde punten-per-wedstrijd maatstaf (Forrest, Simmons and Buraimo 2005). Dit is de absolute waarde van het gemiddeld aantal punten per wedstrijd van de thuisclub, verminderd met het gemiddeld aantal punten van de uitspelende club en gecorrigeerd voor thuisvoordeel.[4] Seizoensonzekerheid wordt gemeten door het belang van een wedstrijd voor het al dan niet behalen van het kampioenschap, gemeten volgens de methode van Jennett (1984).[5] Binnen het model is beta een vector met coëfficiënten, zijn etha(j) seizoen-fixed-effects, waarmee wordt gecontroleerd voor veranderingen over de tijd voor wat betreft toegangsprijzen, inkomens en stadioncapaciteit enz., terwijl epsilon (i,j) de error term is.

Resultaten na 59 seizoenen

In Tabel 1 zijn de resultaten opgenomen. Hierin zijn de variabelen voor weersomstandigheden, prestaties, en wedstrijd en seizoensonzekerheid opgesplitst naar verschillende sub-perioden. Aangezien de prestatie variabele en de variabele wedstrijdonzekerheid niet kunnen worden geconstrueerd voor het eerste seizoen, is de analyse gebaseerd op 59 seizoenen.

Het resultaat laat zien dat de thuiswedstrijden van Feyenoord meer toeschouwers trekken wanneer Ajax, PSV of stadgenoot Sparta de tegenstander is, terwijl dit niet geldt voor stadgenoot Excelsior, noch voor ADO Den Haag. Verder komen er significant minder mensen naar het stadion wanneer de wedstrijd wordt gespeeld op een doordeweekse dag. Met uitzondering van een significant negatief resultaat (op 10%-niveau) voor de temperatuur in de periode 1996/97 – 2005/06, vinden wij dat het publiek over de gehele periode niet reageert op de weersomstandigheden. Hoewel in De Kuip niet alle plaatsen volledig overdekt zijn, lijken regen en kou de Feyenoordfans dus niet te deren.

Betere prestaties, gemeten ten opzichte van verwachtingen, hebben wel een positief significant effect op het aantal toeschouwers, althans in de periode tussen 1966/67 – 1985/86. Voor latere perioden is dit niet significant. De variabele wedstrijdonzekerheid is significant negatief vanaf het begin tot en met de vierde sub-periode 1986/95. De negatieve coëfficiënten geven aan dat een wedstrijd waarvan de uitkomst onzekerder is, meer publiek trekt. Lagere waarden voor deze variabele geven immers aan dat het verschil in punten-per-wedstrijd tussen de twee clubs kleiner is. Het significante positieve resultaat voor de laatste periode geeft zelfs aan dat men nog eerder naar wedstrijden gaat waarin de onzekerheid laag is. Hierover dient wel opgemerkt te worden dat de coëfficiënt voor deze laatste periode (in absolute waarde) beduidend kleiner is dan die voor de eerdere perioden is gevonden. Dit geeft aan dat het effect voor deze laatste periode kleiner is.

Het resultaat voor de variabele seizoensonzekerheid geeft aan dat er meer mensen het stadion bezochten wanneer Feyenoord nog kans maakte op het kampioenschap, in de vier perioden tussen 66/75 en 96/05. In de laatste periode zien wij echter een significant negatief effect. Hoewel de interpretatie hiervan zou kunnen zijn dat de fans niet naar het stadion komen als Feyenoord meestrijdt voor het kampioenschap, denken wij dat het vooral ook aangeeft dat het publiek niet meer zozeer naar het kampioenschap kijkt en het resultaat wordt beïnvloed door enkele slechte seizoenen.

Tabel 1: Schattingsresultaten

1

Conclusie

Samenvattend vinden wij dat het aantal toeschouwers tijdens thuiswedstrijden van Feyenoord in de Eredivisie behoorlijk heeft gefluctueerd. Opvallend genoeg lijken deze fluctuaties in eerdere perioden mee te bewegen met de prestaties, hetgeen in de afgelopen 15-20 jaar niet meer het geval lijkt te zijn. Onze analyse toont op een relatief eenvoudige wijze aan dat fans vroeger wel reageerden op prestaties en onzekerheid (spanning), maar nu niet meer. In die zin lijkt het ‘hondstrouwe Legioen’ vooral iets van de afgelopen twee decennia. Als ‘twaalfde man’ steunen zij de ploeg, na een veelbelovende start dit seizoen mogelijk zelfs naar het kampioenschap. Jan van Ours zal er in ieder geval bij zijn, ongeacht het verdere verloop en de omstandigheden. Bij doordeweekse wedstrijden is zijn reistijd in ieder geval vanaf 1 oktober een stuk korter.

Referenties

Forrest, D., R. Simmons, and B. Buraimo. (2005) ‘‘Outcome Uncertainty and the Couch Potato Audience.’’ Scottish Journal of Political Economy, 52, 2005, 641–61.

Jennett, N. (1984): “Attendances, uncertainty of outcome and policy in Scottish League Football.” Scottish Journal of Political Economy, 31, 176–198.


 

Voetnoten

[1] De gegevens zijn ontleend aan diverse internetbronnen en krantenarchieven.

[2] Temperatuur is gemeten in 0,1 graden Celsius (en gedeeld door 10). Neerslag is gemeten in 0,1 mm (en gedeeld door 10). De gegevens komen van het weerstation Rotterdam. Ontbrekende gegevens zijn aangevuld met het gemiddelde op dezelfde datum over de andere jaren in de bestudeerde periode. Neerslag gemeten kleiner dan 0,05 mm is gelijkgesteld aan 0.

[3] Ten behoeve van het verwachte aantal punten wordt aangenomen dat wedstrijden tegen gepromoveerde clubs worden gewonnen, terwijl wordt verondersteld dat wedstrijden tegen gefuseerde clubs in een gelijkspel eindigen.

[4] Thuisvoordeel is een constante waarde per seizoen en wordt gemeten als het aantal punten per wedstrijd van alle thuisspelende clubs minus het aantal punten per wedstrijd van alle uitspelende clubs in het voorafgaande seizoen.

[5] Dit komt neer op de ratio van 1 en het aantal wedstrijd dat nog nodig is om het kampioenschap te behalen. Indien de titel al is behaald, of als deze niet meer kan worden behaald, verandert deze waarde in 0.

Gerelateerde artikelen

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik