Back

Artikel

Home

Groeifetisjisten zijn geen haar beter dan de ‘Wolf of Wall Street’

24 jan 2014
Onderwerpen: Economisch denken

Op het eerste oog lijkt de film The Wolf of Wall Street Gordon Gekko’s motto uit de film Wall Street te bezingen: Greed is good. Bedrijfsethicus Harry Hummels gaat nog eens terug naar de kern van Gekko en stelt dat het pleidooi voor hebzucht vaak verkeerd wordt begrepen. Waar hebzucht in ‘The Wolf’ wordt vereenzelvigd met zelfverrijking, groei van inkomen, aanzien en genot, wijst Gekko juist in een andere richting. Hebzucht is in zijn benadering eerder een zoektocht naar uitmuntendheid. Daarmee wijst hij in een richting die haaks lijkt te staan om de platte zucht naar economische groei, geld en aanzien die kenmerkend is voor het huidige tijdsbestek – zowel in het bedrijfsleven als in de politiek.

The Wolf of Wall Street

Begin januari ging Martin Scorcese’s The Wolf of Wall Street in première. Een prachtfilm waarin Jordan Belfort, de oprichter van investment broker Stratton Oakmont, de verpersoonlijking lijkt van Gordon Gekko’s motto “Greed is Good”. Belfort is gedreven door een drang naar zelfverrijking en het luxe leventje dat daarmee gepaard gaat. Hoewel de activiteiten van de broker legaal waren, kon dat niet altijd worden gezegd van de wijze waarop ze werden uitgevoerd. List en bedrog behoorden tot de ‘standard operating procedures’ van Stratton Oakmont.

In een interview met Jacqui Nel van CNBCAfrica in maart 2011 neemt Belfort afstand van de hebzucht die hem dreef. Passie en ambitie zijn prima, aldus Belfort, hebzucht niet. Hij mist daarmee echter de essentie van Gekko’s betoog in Oliver Stone’s Wall Street uit 1987. Tijdens de algemene vergadering van aandeelhouders van Teldar Paper, een fictieve papieronderneming, kritiseert hij de Raad van Bestuur scherp over het gevoerde beleid: “In mijn wereld doe je het goed, of je wordt geëlimineerd”. Maar tegelijkertijd richt hij zich tot “die andere slecht functionerende onderneming, namelijk de Verenigde Staten van Amerika”. De nieuwe evolutiewet in ‘corporate America’ lijkt te zijn, aldus Gekko, “survival of the unfittest”. Het is tegen de achtergrond van de VS als steeds verder wegglijdende supermacht dat hij spreekt over de wenselijkheid (en de noodzaak) van de hebzucht. Ter opfrissing even de kern van Gekko’s speech:

“The point is, ladies and gentleman, that 'greed' — for lack of a better word — is good. Greed is right. Greed works. Greed clarifies, cuts through, and captures the essence of the evolutionary spirit. Greed, in all of its forms — greed for life, for money, for love, knowledge — has marked the upward surge of mankind.”

Ongemakkelijke les van Gekko

Als ik deze passage met studenten bespreek, beluister ik in de regel een zeker ongemak. Net als Jordon Belfort heeft hebzucht voor hen een negatieve connotatie. Hoewel Gekko beslist geen doetje was en illegale, onethische en op eigen gewin gerichte praktijken niet schuwde, heeft zijn gebruik van het begrip ‘hebzucht’ een andere lading. Hij richt zich met zijn toespraak op een gebrek aan daadkracht in Amerika en het Amerikaanse bedrijfsleven. Hebzucht is dan een ongelukkig gekozen term, aangezien het primair gaat om het versterken van de Aristotelische zucht naar uitmuntendheid. Bij Gekko is als het ware sprake van een omkering van deugden. Waar hebzucht in de regel wordt gezien als een ondeugd, daar geeft de term bij Gekko uitdrukking aan een zekere voortreffelijkheid. Bij hem gaat het om levensdrift, om het herstel van het concurrentievermogen en uiteindelijk om het overleven van de soort. De noodzaak om via, in zijn tijd populaire, leveraged buy-outs (LBOs) de scherpte terug te brengen in het bedrijfsleven, lag dan ook ten grondslag aan zijn oproep. Gekko zag zichzelf als “een bevrijder van ondernemingen”.

Hoe anders dan in Gekko’s wereld gaat het toe in die van Jordan Belfort. Bij hem krijgt hebzucht een meer traditionele betekenis. Zijn hele leven stond in het teken van een zucht naar vrouwen, drank, prachtige huizen, een enorm jacht en scheepsladingen drugs voor eigen gebruik. Heel tekenend is de scene waarin hij een dosis coke opsnuift en vervolgens opmerkt dat je daaraan verslaafd kunt raken. Aan geld, wel te verstaan, zo verduidelijkt hij.

Nu vraag ik mijn studenten wel eens wat zij van Gekko’s toespraak zouden vinden als hij in plaats van ‘hebzucht’ zou hebben gesproken over ‘groei’, of zelfs over ‘groen’. ‘Growth is good’, of ‘green is good’, in plaats van ‘greed is good’. Groei heeft voor hen een minder negatieve connotatie dan hebzucht en wordt vaak gezien als een adequate remedie om uit een economische neergang te komen. Je zou het kunnen samenvatten onder het motto: ‘groei moet, want groei is goed’. Omdat de negatieve gevolgen van de groei steeds zichtbaarder worden, worden er wel grenzen gesteld aan die groei. Ook ‘groen’ biedt niet altijd uitkomst, omdat het vaak een vermomde groeistrategie is. Zich nog immer baserend op het uit 1987 daterende ‘Our Common Future’, dat een rechtvaardige verdeling onmiddellijk koppelde aan economische groei, proberen politici en wetenschappers telkens weer een meer mens- en milieuvriendelijke groei te bewerkstelligen.

Gevangenen van de vooruitgang

De Engelse filosoof John Gray wijst keer op keer (Gray, 2002, 2009) op het feit dat wij door ons denken in termen van groei en ontwikkeling de gevangene zijn geworden van de Verlichting en het daarin vervatte vooruitgangsdenken. Naar zijn stellige overtuiging leidt juist het vooruitgangsstreven ertoe dat de mens een Hobbesiaanse wolf wordt voor zijn medemens en voor de aarde waarop hij leeft. En dat geldt a fortiori in de wereld van Wall Street, maar beperkt zich daar niet toe. Voor zover sprake is van het Aristotelische streven naar uitmuntendheid is Wall Street eenzijdig gericht op geld en, in de woorden van Tom Wolfe, de erkenning een ‘Master of the Universe’ te zijn. Zou het niet waardevoller zijn om het streven naar uitmuntendheid te verankeren in een rijk geschakeerde ervaring van een goed leven? Het is verrassend genoeg Gekko die hier ons de weg wijst met zijn ‘hebzucht’ naar kennis, liefde en het leven zelf. In een dergelijke omgeving is ongetwijfeld ruimte voor vooruitgang, maar die is breder dan economische, materiële of zelfs maar groene groei.

Referenties:

Gray, J., 2002, Straw Dogs: Thoughts on Humans and Other Animals, Allen Lane, London.

Gray, J., 2009, Heresies: Against Progress And Other Illusions (2004) en Gray's Anatomy: Selected Writings, Allen Lane, London.

Gerelateerde artikelen

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik