Back

Artikel

Home

Gezondheidszorg is niet alleen een kostenpost

22 okt 2010
Onderwerpen: Gezondheidszorg

Als de gezondheidszorg puur wordt gezien als kostenpost, dan zijn de oplopende uitgaven aan de zorg slecht nieuws. Als de baten van de zorg ook bij worden betrokken, dan kopen we met de zorg een enorme vooruitgang in levenskwaliteit, stellen Johan Polder, Nikkie Post, Laurens Zwakhals en Fons van der Lucht. Het RIVM heeft deze baten recent in kaart gebracht. De auteurs lichten hun bevindingen toe.

 

‘Health is wealth’

In discussies over de gezondheidszorg gaat het bijna uitsluitend over de kostenkant. Blijven de uitgaven ongeremd stijgen? Bezuinigt het kabinet nu wel of niet op zorg? Krijgt de ouderenzorg er echt geld bij, of is het een sigaar uit eigen doos? Wat kunnen we van marktwerking verwachten: hogere kwaliteit tegen lagere kosten, of lagere kwaliteit tegen hogere kosten? Opvallend weinig gaat het over de opbrengsten van de zorg, of over de (economische) waarde van gezondheid. Alsof het spreekwoord toch waar is: een econoom is iemand die van alles de kosten weet, maar van niets de waarde kent.

Om die batenkant meer in beeld te krijgen, is in de Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2010 van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) een inventarisatie gemaakt van de maatschappelijke baten van gezondheid, preventie en zorg. [1] Daarbij is voortgebouwd op het Health is Wealth-gedachtegoed dat door de World Health Organisation op de kaart werd gezet. [2] Centraal daarin staat het maatschappelijk welbevinden, dat direct en indirect wordt beïnvloed door de volksgezondheid, welvaart, preventie en zorg (zie figuur).

Figuur 1. Conceptueel raamwerk voor de maatschappelijke baten van gezondheid en zorg

Figuur 1. Conceptueel raamwerk voor de maatschappelijke baten van gezondheid en zorg
Bron: WHO

Volksgezondheid

De volksgezondheid heeft baat bij preventie en zorg. De tijd dat vooral schoon drinkwater en afvalverwijdering bepalend waren voor verbeteringen in de volksgezondheid ligt ver achter ons. Sinds de Tweede Wereldoorlog is de levensverwachting met zo’n acht jaar gestegen. Zeker de helft daarvan kan rechtstreeks in verband worden gebracht met betere preventie en zorg. Het gaat dan om voorzichtige schattingen voor infectieziekten (antibiotica en vaccinaties), kanker (screening en behandeling) en hart- en vaatziekten (chirurgie en medicatie) (tabel 1). [3] Als we bedenken dat ook de babysterfte is gedaald en er op tal van andere terreinen forse resultaten zijn geboekt [4], dan zijn de directe gezondheidsbaten van preventie en zorg indrukwekkend te noemen.

Tabel 1: Totale bijdrage aan de levensverwachting en de kwaliteit van leven en gemiddelde kosteneffectiviteit van het totaal van preventie en zorg bij drie ziektegroepen

Tabel 1: Totale bijdrage aan de levensverwachting en de kwaliteit van leven en gemiddelde kosteneffectiviteit van het totaal van preventie en zorg bij drie ziektegroepen
Bron: Meerding et al., 2007

Gezondheid en welvaart

Voor veel mensen behoort een goede gezondheid tot het belangrijkste in het leven. Bovendien zegt het ook iets over de kwaliteit van de samenleving als mensen gezond oud kunnen worden. Bij een monetaire waarding van gewonnen levensjaren gaat het daarom om hoge bedragen, oplopend tot tachtigduizend euro per QALY (quality adjusted life year) of meer. Bij dat soort bedragen is vrijwel iedere investering in preventie en zorg rendabel.

Maar er is meer. De volksgezondheid vertegenwoordigt niet alleen belangrijke waarden voor de consument en de samenleving, maar is los daarvan ook voor de economie van grote betekenis. Gezondheid leidt tot welvaart! Sinds Nobelprijswinnaar Robert Fogel heeft laten zien dat de economische groei sinds de Franse Revolutie voor zeker een derde het gevolg is geweest van betere voeding en gezondheid [5], kan niemand meer om het belang van een fitte en gezonde beroepsbevolking heen. Zeker niet in een kenniseconomie die steeds hogere eisen stelt aan het cognitief en psychisch functioneren van mensen. In dit verband wordt wel gesproken over het mentaal kapitaal van een bevolking [6]. Wanneer Nederland als kennisland wil concurreren in de internationale economie, is het van groot belang om te investeren in onderwijs en wetenschap én in een gezonde en krachtige beroepsbevolking.

Gezondheid draagt bij aan arbeidsparticipatie, vermindering van ziekteverzuim en het terugdringen van arbeidsongeschiktheid. Stichting Economisch Onderzoek Rotterdam (SEOR) heeft becijferd dat een verbetering van de ervaren gezondheid een economische winst oplevert tussen de 150 en 700 miljoen euro, vooral door een toename van de arbeidsparticipatie. [7] De grote range zegt daarbij overigens wel iets over de onzekerheid van deze welvaartswinst. En natuurlijk zijn voor het realiseren van gezondheidswinst investeringen nodig. De kosten gaan voor de baten uit.

Door ziekte gaat veel productiviteit verloren. Niet alleen vanwege ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid, maar ook omdat zieke werknemers minder productief kunnen zijn. Ze verzuimen niet, maar presteren wel minder. Economen spreken over presenteïsme, als evenknie van absenteïsme. Migraine, hooikoorts en vermoeidheid zijn bekende voorbeelden, maar ook chronische aandoeningen als astma en arthritis staan bekend om hun gevolgen voor de arbeidsproductiviteit (tabel 2) [8] .Aandoeningen die niet zo snel voorkomen in ranglijstjes naar ziektelast kunnen dus wel hoog scoren op hun maatschappelijke gevolgen.

Tabel 2: Het aandeel van presenteïsme in de totale uitgaven* voor een aantal aandoeningen

Tabel 2: Het aandeel van presenteïsme in de totale uitgaven* voor een aantal aandoeningen
* Totale uitgaven omvatten zorgkosten (curatieve en farmaceutische kosten), verzuimkosten en de kosten van presenteïsme. Bron: Schultz et al., 2009

Gezondheid en maatschappelijk welbevinden

Gezondheid is niet alleen van belang voor arbeidsparticipatie, maar tevens voor maatschappelijke participatie in de breedste betekenis. Kijken we naar sociale uitsluiting, de tegenpool van participatie, dan blijkt dat een slechte gezondheid en een geringe mate van psychisch welbevinden belangrijke oorzaken zijn. Hier liggen dus aangrijpingspunten om de maatschappelijke participatie te bevorderen, zoals bijvoorbeeld de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) beoogt. Het doel van deze wet is immers ‘dat iedereen – oud en jong, gehandicapt en niet gehandicapt, autochtoon en allochtoon, met en zonder problemen – volwaardig aan de samenleving kan deelnemen’ [9]. Het kunnen meedoen dient niet alleen een individueel belang maar ook een maatschappelijk belang. Vrijwilligerswerk en mantelzorg zijn cruciaal voor de samenleving, en het belang daarvan neemt alleen maar toe als door de demografische transitie er steeds meer afhankelijke ouderen komen ten opzichte van een krimpende beroepsbevolking. Dit alles is zo vanzelfsprekend dat we nogal eens over het hoofd zien dat gezondheid voor iedere vorm van maatschappelijke participatie een belangrijke stimulans kan zijn. Dit maakt het ook maatschappelijk gezien de moeite waard om te investeren in het voorkomen van ziekten en het wegnemen of compenseren van lichamelijke en psychische beperkingen.

Zorg en welvaart

De gezondheidszorg wordt steeds vaker gezien als een stroppenpot voor de nationale economie. Opvallend is dat in sectoren waarin ongeveer even veel geld omgaat als in de zorg, dit niet geldt. Neem de automobielbranche. Die sector wordt gezien als welvaartsverhogend, terwijl de zorgsector meer en meer wordt aangemerkt als welvaartsbedreigend. Preventie en zorg kunnen echter ook uitstekend als een economische sector worden beschreven. Dan gaat het om een sector waar 1,3 miljoen mensen werken, die met elkaar invulling geven aan 900 duizend banen en een omzet genereren van 72 miljard euro. De gezondheidszorg is niet alleen een banenmotor voor de economie [10] en een bron van innovatie, maar heeft daarnaast ook allerlei uitstralingseffecten naar toeleveranciers. Een besteding van 100 euro in de zorg genereert voor 26 euro omzet in andere sectoren [11]. In vergelijking met een sector als de bouwnijverheid, waar eenzelfde besteding 75 euro omzet elders oplevert, is dit overigens wel laag. Vanwege de omvang van de gezondheidszorg telt het echter op macroniveau wel aan.

Als het over de relatie tussen zorg en welvaart gaat verdienen twee aspecten nadere aandacht. Ten eerste heeft de zorg bijgedragen aan het dempen van de economische recessie. Waar in andere sectoren de werkloosheid fors opliep en met overheidsgeld bestreden moest worden, was de zorg een stabiliserende bedrijfstak waar mensen gewoon aan de slag konden blijven. Een terechte vraag is dan ook of dit geld in de komende jaren, wanneer de overheid terugbetaald moet worden, uit de zorg moet komen of uit de sectoren waar de overheid is bijgesprongen.

Ten tweede heeft de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) sinds de jaren tachtig een essentiële bijdrage geleverd aan de arbeidsparticipatie en daarmee aan de economische groei. De ruimte die de AWBZ bood, stelde laagopgeleiden in staat om in de (ouderen)zorg aan de slag te gaan, hetgeen hoogopgeleiden de mogelijkheid gaf om hun mantelzorgtaken deels te verminderen en in hogere functies aan de slag te gaan. Tussen zorg en welvaart bestaat een wederkerige relatie: welvaart maakt financiering van de zorg mogelijk, maar de zorg draagt ook weer bij aan de stijging van de welvaart.

Zorg en welbevinden

De gezondheidszorg draagt ook rechtstreeks bij aan het maatschappelijk welbevinden. Het gaat er dan bijvoorbeeld om dat mensen erop kunnen vertrouwen dat er zorg beschikbaar is wanneer zij die nodig hebben en dat deze zorg ook beantwoordt aan de eisen die men daar in een moderne samenleving aan stelt. Daarnaast is er een wezenlijk verschil tussen de zorg en andere sectoren omdat in de zorg de mens in al zijn existentiële behoeften en noden centraal staat. Het maakt uit of je auto’s repareert of mensen behandelt, of je benzine verkoopt of mensen verzorgt. De zorg levert een geheel eigensoortige bijdrage aan het maatschappelijk welbevinden en die mag ook op zijn eigen merites worden beoordeeld.

Slotsom

Het kabinet-Rutte/Verhagen lijkt grote veranderingen en bezuinigingen in de zorg uit de weg te gaan. De vraag is of hier een visie op de waarde van gezondheid en zorg aan ten grondslag ligt, of dat het alleen gaat om tegemoet te komen aan de eisen van de gedogende PVV. Als de huidige uitgavenontwikkeling doorzet, en er is alle reden om daarvan uit te gaan, zal de zorg met grote regelmaat op de politieke agenda terug komen. Hetzij vanwege de overheidsfinanciën, hetzij vanwege de sterke stijging van de premies en eigen betalingen en de gevolgen daarvan voor de koopkracht. De zorg kan een bedreiging worden voor de individuele en maatschappelijke baten van een andere besteding van de beschikbare middelen. Ook met het huidige regeerakkoord zijn we dus niet zomaar van de zorg af. Ingrijpende keuzes zullen zich de komende jaren aandienen. Keuzes die over de verhouding tussen kosten en opbrengsten moeten gaan. Zowel binnen de zorg als tussen zorg en andere bronnen van individueel en maatschappelijk welbevinden. Want tegenover bezuinigingen staan altijd gederfde baten. Wie bezuinigt op kosten, bezuinigt ook op ‘opportunity costs’. De belangrijkste vraag is daarom niet ‘waar halen we het geld vandaan’, maar ‘welke baten willen we behouden, en wat hebben we daar voor over.’

Referenties

  1. Post NAM, Zwakhals SLN, Polder JJ. Maatschappelijke baten - Deelrapport van de Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2010 'Van gezond naar beter'. Bilthoven: RIVM; 2010. ISBN: 978 9078 12237 1.
  2. McKee M, Suhrcke M, Nolte E, Lessof S, Figueras J, Duran A, et al. Health systems, health, and wealth: a European perspective. Lancet. 2009 Jan 24;373(9660):349-51.
  3. Meerding WJ, Polder JJ, Hollander AEM de, Mackenbach JP. Hoe gezond zijn de zorguitgaven? De kosten en opbrengsten van gezondheidszorg bij infectieziekten, kankers, en hart- en vaatziekten - Zorg voor euro's - 6. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu; 2007. RIVM-rapport 270091002.
  4. Pomp M. Een beter Nederland – De gouden eieren van de gezondheidszorg. Amsterdam: Uitgeverij Balans, 2010.
  5. Fogel RW. Economic growth, population theory, and physiology: the bearing of long term process on the making of economic policy. American Economic Review. 1994;84(3):369-95.
  6. Weehuizen R. Mental capital. An exploratory study of the psychological dimension of economic development. Consultative Committee of Sector Councils for Research and Development (COS), 2006.
  7. Koning J de, Collewet M, Tempelman C, Berretty T, Gravesteijn-Ligthelm J. Gezondheid en arbeidsgerelateerde baten. Rotterdam: Stichting Economisch Onderzoek/Stichting Economisch Onderzoek Rotterdam, 2009.
  8. Schultz AB, Chen CY, Edington DW. The cost and impact of health conditions on presenteeism to employers: a review of the literature. Pharmacoeconomics, 2009;27:365-78.
  9. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Brief van het ministerie van VWS aan de Tweede Kamer. Op weg naar een bestendig stelsel voor langdurige zorg en maatschappelijke ondersteuning, Deel II: De contouren van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning. Den Haag: Tweede Kamer, 2004.
  10. Centraal Bureau voor de Statistiek. Gezondheid en zorg in cijfers 2008. Den Haag.

Boer & Croon. De bedrijfstak Zorg. Onderzoek naar economische betekenis van de zorgsector. Den Haag: Boer & Croon, 2009.

Gerelateerde artikelen

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik