Back

Artikel

Home

Gezocht: de burgemeester van Nederland

13 okt 2015
Onderwerpen: Management en organisatie, Publieke sector

Lokale bestuurders zijn populair en willen steeds meer autonomie. Dit wekt de indruk dat met dergelijke ondernemende leiders het nationaal belang er steeds minder toe doet en een minister president nog louter hoeft te faciliteren. Harry Garretsen en Janka Stoker stellen dat het kabinet - door in te zetten op decentralisatie en de regio - het nationale belang uitholt en nationale politici de eigen rol onnodig verkleinen. Het publieke belang vereist een leidende en bindende rol op nationaal niveau. Wat Van der Laan en Aboutaleb voor de stad doen, zou Rutte voor Nederland moeten doen.

Burgemeesters timmeren aan de weg

Tot opluchting van bijna iedereen in Amsterdam heeft burgemeester Eberhard van der Laan voor een 2e ambtstermijn bijgetekend. Burgemeesters van grote steden zijn populair en timmeren ook beleidsmatig flink aan de weg. Dat is niet alleen in ons land het geval maar ook in andere landen, denk aan Boris Johnson (Londen) of tot voor kort Michael Bloomberg (New York). Steden hebben de toekomst, en de nationale overheid zit daarbij eigenlijk vooral in de weg. Dat wil zeggen, dat is het verhaal dat ambitieuze steden en regio’s graag ophangen. Begin september hield de burgervader van Rotterdam, Ahmed Aboutaleb, een vurig pleidooi om steden meer ruimte te geven. Hij stelde daarbij het traditionele primaat van de nationale politiek ter discussie: “De Nederlandse bestuurlijke hoofdstructuur is een piramide, met bovenin het Rijk en onderin de lokale overheden. Mijn voorstel is om die piramide om te keren, met bovenin de lokale overheid met gemeenten en vooral de steden van de toekomst. De eerste overheid – letterlijk op het niveau van de straat – dicht bij de burgers en ondernemers”.

Is Nederland nog wel nodig?

Aboutaleb heeft economisch gezien zeker een punt: steden zijn overal ter wereld steeds meer de ‘fabrieken’ van de toekomst. Maar zijn verhaal en dat van legio lokale bestuurders die zelf meer aan de knoppen willen zitten, roept wel de vraag op wat die gewenste autonome stadregio’s dan nog bindt? Of met andere woorden, als we de bestuurlijke piramide inderdaad vergaand omdraaien, waarvoor hebben we Nederland dan nog nodig? Niet alleen lokale bestuurders willen meer autonomie, hetzelfde geldt voor de burgers die zich meer en meer wél met de gemeentelijke politiek en de eigen regio maar steeds minder met “Den Haag” lijken te identificeren. Onze regering doet hieraan zelf actief mee, door enerzijds te verwijzen naar de door internationale ontwikkelingen (EMU/Brussel/globalisering) hoegenaamd afgenomen nationale beleidsruimte, en anderzijds door op grote schaal zelf voormalige rijkstaken naar provincies en gemeenten af te stoten en tegelijk de lagere overheden vooral als uitvoerders te blijven zien, zoals bij de vluchtelingenopvang.

Terugkeer van de stadstaat

Het idee van “eigen stad of regio eerst” is overigens niet nieuw. Weliswaar vieren we via een door het kabinet zelf ingesteld Nationaal Comité momenteel het 200-jarig bestaan van het Koninkrijk der Nederlanden en daarmee ons succes als eenheidsstaat, maar de historicus Rutte weet ook dat totstandkoming van ons land vooral een verhaal is van de ontworsteling van sterke stadstaatjes aan de Spaanse overheersing. Nederland als echte eenheidsstaat is pas van veel recentere datum. De omvang en betekenis van landen is dus bepaald niet gegeven, vraag dat maar aan de Schotten of Catalanen. In hun boek The Size of Nations uit 2003 laten de economen Alesina en Spolaore zien dat voor de optimale omvang van een land de afruil tussen grootte en heterogeniteit cruciaal is. Hoe groter het land, des te efficiënter het is om publieke goederen als bescherming tegen (natuur)geweld aan te bieden, of des te beter er bijvoorbeeld aan inkomensherverdeling kon worden gedaan. Een grotere schaal maakt dit soort zaken dus eenvoudiger. Tegen schaal pleit echter dat de voorkeuren van burgers verschillen; wanneer die voorkeuren meer lokaal zijn dan kunnen landen al snel ‘te groot’ zijn. In Nederland wordt de eenheidsstaat zo bezien aan twee kanten bedreigd. De nationale overheid zet zelf in op decentralisatie van taken die traditioneel (en om goede redenen) op nationaal niveau werden geregisseerd en uitgevoerd, en tegelijkertijd zijn de economische en politieke voorkeuren steeds meer regionaal of lokaal gekleurd. En die lokale reflex wordt nog eens versterkt doordat burgers zich door de landelijke politiek niet serieus genomen voelen, zie de ‘Rutte-moet-naar-Oranje’ discussie van vorige week.

Kabinet holt natiestaat uit

Wat te doen aan de uitholling van Nederland, juist nu het Koninkrijk 200 jaar bestaat? Het lijkt erop dat de regering vooral verzucht dat we op nationaal niveau simpelweg niet meer zoveel kunnen of zelfs zouden moeten willen. Dat is echter vanuit het nationale perspectief niet alleen onjuist, maar ook ongewenst. Het is onjuist omdat de nationale beleidsruimte ook in een Nederland met open grenzen nog veel groter is dan vaak wordt voorgesteld, bijvoorbeeld daar waar het om aantrekken en vasthouden van slimme mensen en bedrijven gaat. Maar het is vooral ook binnen de Nederlandse verhoudingen ongewenst, omdat het evident is dat er veel zaken zijn (denk aan de vorming van de nationale politie, veiligheid, infrastructuur, en milieu, maar zeker ook sociale zekerheid) waarbij het een groot goed is dat we als Nederland niet een losse verzameling steden en regio’s meer zijn, maar een daadwerkelijke eenheidsstaat.

Herwin primaat natie

Om de uitholling tegen te gaan, moet er wel iets gebeuren. En dat lijkt in de eerste plaats vooral een kwestie van leiderschap te zijn. Om dit verhaal goed over het voetlicht te krijgen heeft Nederland als het ware behoefte aan een krachtige burgemeester, die de natie in binnen- en buitenland niet onnodig klein maakt, maar juist het primaat van het nationale niveau herwint. Mark Rutte zou daarbij een voorbeeld kunnen nemen aan Ahmed Aboutaleb: Nederland als ambitieuze stadstaat die mondiaal mee wil tellen met een leider die tegelijk ook de eigen wijken ingaat.

Referenties:

Alesina, R. en E. Spolaore, 2003, The Size of Nations, MIT Press, Cambridge MA.

Israel, J, 2001, De Republiek,1477-1806, Van Wijnen, Franeker

Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), 2013, Naar een Lerende Economie, Investeren in het Verdienvermogen van Nederland, Amsterdam University Press, Amsterdam.

Gerelateerde artikelen

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik