Back

Artikel

Home

Gedragen Nederlandse banken zich als zombiebanken?

6 sep 2013
Onderwerpen: Financiële markten, Monetair beleid

Menig econoom stelt dat de Nederlandse banken zich gedragen als zombiebanken. Volgens oud-bankier Dick van Wensveen is dit een te gemakkelijke constatering. Alle tekenen wijzen erop dat het verhaal van de beperkte kredietverlening niet in hoofdzaak moet worden gezocht bij de banken. Het gebrek aan een geloofwaardige aanpak van de structurele problemen waar de Nederlandse economie mee kampt is het kernprobleem.

Europese zombiebanken

Het is inmiddels “conventional wisdom”: de Europese banken zijn zogenaamde zombiebanken geworden die er het hunne toe bijdragen dat Europa de huidige recessie maar niet van zich af kan schudden. De redenering gaat als volgt. Banken maken niet genoeg winst om schoon schip te maken met hun oninbare leningen, vooral die aan de vastgoedsector. Ze moeten ook aan de hogere kapitaaleisen van Basel III voldoen en ze willen hun aandeelhouders met dividend te vriend houden (als ze dat van de toezichtautoriteiten mogen uitkeren). Gevolg: ze krimpen hun balans in door nieuwe kredietverlening aan het bedrijfsleven af te knijpen of ze zetten afgelost krediet om in risicoloos staatspapier Zo dragen ze bij aan het voortduren van de recessie en bewijzen ze opnieuw dat conform de inzichten van Reinhart en Rogoff (2009) een financiële crisis een langdurige recessie tot gevolg heeft.

Gedragen Nederlandse banken zich ook als zombie banken? Sweder van Wijnbergen vindt van wel, getuige zijn artikel in NRC Handelsblad van 16 augustus j.l. onder de titel “Geloof die Nobelprijswinnaar niet, kabinet heeft heel ander probleem”. De niet te geloven Nobelprijswinnaar is Paul Krugman. Het ongeloof in deze econoom deelt Van Wijnbergen met vele anderen; het is dus overbodig om op diens betoog hier verder in te gaan. Het “heel ander probleem” dat het kabinet volgens Van Wijnbergen heeft is het wel waard nader onder de loep te nemen.

Nederlandse banken ook?

“Nederland gaat met zijn beleid voorbij aan de twee grote problemen die in Europa spelen: banken hangen aan de rem en overheidsschulden zijn in grote delen van de eurozone zo hoog dat terugbetalen niet meer realistisch is… het bankprobleem speelt hier even hard als elders in Europa en wordt even verkeerd aangepakt”. De Verenigde Staten worden door Van Wijnbergen ten voorbeeld gesteld. Het is het land waar in 2009 de grootste banken zes maanden de tijd kregen om extra kapitaal op te halen bij aandeelhouders, hetgeen tegen flinke kortingen (voor Europa geschat op 30%) lukte. “Jammer voor aandeelhouders van banken, maar zo trek je wel de economie vlot, conform de Amerikaanse ervaring. In de Verenigde Staten stijgt de commerciële kredietverlening al enige jaren weer en is er weer groei dankzij die ingreep. Europa weigert die route te kiezen en laat banken hun kapitaalpositie versterken door hun leningen aan MKB-ers om te ruilen tegen staatspapier, Europese banken financieren overheden, niet het bedrijfsleven, en vormen daarmee een stevige rem op het economisch herstel.” Dit beleid verdubbelt volgens zijn recente onderzoek de recessieduur.

Dat Europa op de Verenigde Staten achterligt met betrekking tot de sanering van het bankwezen is inmiddels gemeengoed. Daniel Gros, directeur van het Centre for European Policy Studies in Brussel, die onder de titel “What’s wrong with Europe’s banks” heeft er recent ook op gewezen en hij zette uiteen wat er mis is met de Spaanse, Italiaanse en Duitse banken (de Nederlandse noemt hij niet). Zijn conclusie gaat in dezelfde richting: “What should be done is clear: recapitalise much of the sector and restructure those parts lacking a viable business model. But as this is unlikely to happen any time soon, it is also unlikely that Europe can recover fully from its present slump”.

Hoe is het met de Nederlandse banken gesteld? Moeten zij, anno 2013, óók nog drastisch gesaneerd worden? Met één gebeurt dit al: SNS Bank. De onroerend goed-divisie wordt geliquideerd, waarvoor het vermogen van de aandeelhouders en achtergestelde obligatiehouders volledig is afgeschreven. Mogelijke restschuld wordt afgelost uit de winsten van de retailbank, die redelijk draait en van plan is haar marktaandeel in het hypotheekbedrijf weer op te voeren. Dat klinkt niet erg zombie-achtig.

De drie grootbanken rapporteerden over het eerste halfjaar 2013 een licht tot enkele procenten gedaalde kredietverlening aan het middensegment van het bedrijfsleven en aan particulieren (hypotheken), voor zover dit uit hun zojuist gepubliceerde cijfers blijkt. In 2012 steeg deze kredietverlening nog bij Rabobank en ABN AMRO. Bij ING Bank valt over 2012 de trend niet vast te stellen wegens bijzondere boekingen.

Oorzaak daling kredietvraag

Vervelend is dat deze cijfers niets zeggen over de oorzaak van de daling van de kredietportefeuille. Ligt deze daling aan een verminderde kredietbehoefte wegens de dalende conjunctuur? Of is er ook een verminderd aanbod? ING zegt in de toelichting op de halfjaarcijfers dat “de kredietvraag laag bleef”. Ook de Rabobank meldt dat door “dalende vraag en oplopende aflossingen de binnenlandse kredietverlening verder (zal) afnemen”. Dat wijst dus in de richting van de dalende conjunctuur, maar is in tegenspraak met de noodkreten uit het midden- en kleinbedrijf (MKB) dat de banken de kraan dichthouden, vooral voor starters. Ook de initiatieven om alternatieve financieringsbronnen voor het MKB aan te boren waaronder inschakeling van verzekeringsmaatschappijen en pensioenfondsen, wijzen op krapte in het aanbod.

De oorzaak van de daling zou dus, naast aan de economische teruggang, wel degelijk ook aan de aanbodzijde gezocht moeten worden. Banken zijn kennelijk in hun beleid restrictiever geworden. Dat kan drie oorzaken hebben gebrek aan financieringsmiddelen, hogere eisen aan het weerstandsvermogen (Basel II, straks III), en verscherpt risicobeheer.

Gebrek aan financieringsmiddelen

Gebrek aan financieringsmiddelen kunnen we gevoeglijk doorstrepen als oorzaak. Cliëntendeposito’s zorgen nog altijd voor een ruime en solide financieringsbasis voor de korte termijn, de internationale kapitaalmarkten staan open voor langere financiering en de ECB legt vrijwel onbeperkt een bodem in de internationale geldmarkt tegen zeer lage tarieven. Wat wil je nog meer? Van het inmiddels beroemd geworden “financieringsgat” achter de grote hypotheekportefeuilles ligt een bank-treasurer vandaag de dag niet wakker. Het gat is al zichtbaar kleiner geworden, onder meer doordat ING recent een bedrag via securitisatie heeft weten weg te zetten. En als straks het Nationaal Hypotheek Instituut operationeel wordt wordt aan de lange financieringskant de gevreesde kou met een aardige bontjas opgevangen.

Eisen Basel

De hogere eisen die aan het weerstandsvermogen gesteld worden, vertalen zich in het Core Tier I-vermogen, dat na de crisis voor systeembanken minstens 11,5 à 12% % van de “risk weighted assets” moet zijn. ABN AMRO wist haar Core Tier I-percentage te verhogen van 12,1% ultimo 2012 tot 13,3% ultimo juni 2013 (Basel II toepassing). Dit is een forse stijging die wordt toegeschreven aan zowel winstaccumulatie als een daling van de “risk weighted assets” in lijn met de daling van de kredietverlening. Daar zit dan een adder onder het gras. Is een nagestreefde stijging van de solvabiliteit het motief geweest om de kredietportefeuille te laten krimpen? Als dat zo was, waarom dan zo’n grote stijging? Bij volledige toepassing van alle Basel III-regels – die overigens pas in 2019 verplicht zijn - zou de Core Tier I-solvabiliteit op 11,5% uitkomen, dus het minimaal vereiste Basel III-peil. ABN AMRO streeft er naar in 2017 een ratio tussen 11,5% en 12,5% bereikt te hebben en zit nu al op dat niveau. Er zou dus sprake zijn van “overkill” als de daling van de kredietportefeuille was ingegeven door extra verbetering van de solvabiliteit. ING Bank rapporteert eind juni 2013 een core Tier I van 11,8%. De pro forma core Tier I, waarbij voldaan wordt aan de Capital Requirements Directive IV-vereisten ( = Basel III) kwam uit op 10,2 % hetgeen reeds boven het doel voor 2014 is. De Rabobank rapporteert eind juni een Core Tier I van 12,9% en noemt de solvabiliteit “onverminderd sterk”.

De banken zelf zijn dus tevreden over hun weerstandsvermogen. Maar er wordt nogal eens betoogd dat hun solvabiliteit geflatteerd is omdat zij onvoldoende op hun kredieten afschrijven om hun vermogen te ontzien. ABN AMRO meldt echter fors gestegen voorzieningen (afgezien van vrijval van eerdere Madoff en Griekenland voorzieningen), vooral op kredieten aan binnenlands georiënteerde MKB-bedrijven. Deze hebben zwaar te lijden onder de daling van de Nederlandse consumentenbestedingen. Het totaal van de voorzieningen in het derde kwartaal beloopt bij ABN AMRO niet minder dan een derde van het bruto bedrijfsresultaat (in 2011 waren de voorzieningen zelfs groter dan het bruto bedrijfsresultaat). In eerdere jaren trof ABN AMRO zware voorzieningen met name op vastgoed kredieten. ING Bank en Rabo melden eveneens aanzienlijk gestegen voorzieningen, vooral op de MKB-portefeuille. Of al deze voorzieningen voldoende zijn en of het oud zeer uit de eerste jaren van de bankencrisis volledig is weggewerkt,valt uit de gepubliceerde cijfers niet te beoordelen, maar na de aanzienlijke verzwaring van de accountantscontroles en de aanzienlijke aanscherping van het toezicht van De Nederlandsche Bank - onder haar vernieuwde top en veel zwaarder opgetuigde toezichtafdeling - is het op zijn minst onwaarschijnlijk dat de banken nog de mogelijkheid zouden hebben afwaarderingen die echt nodig zijn voor zich uit te schuiven.

Verscherpt risicobeheer?

Blijft dan over het verscherpt risicobeheer als verklaring, naast de ingezakte conjunctuur, voor de daling van hun kredietportefeuilles. Dit speelt ongetwijfeld een rol. Maar valt dit de banken kwalijk te nemen? Moeten zij, in het belang van de nationale economie, hun acceptatienormen versoepelen en tegen beter weten in kredieten verstrekken aan ondergekapitaliseerde bedrijven die er slecht voor staan in een markt met hoogst onzekere vooruitzichten? Hoe zou zoiets te rijmen zijn met de nog maar net omgeturnde bedrijfscultuur, die door schade en schande heeft geleerd dat grote “Kreditfreudigkeit” tot grote verliezen lijdt en het voortbestaan van de bank in gevaar brengt? Hoe past zoiets binnen een bankorganisatie die inmiddels meer dan twintig procent van haar MKB-cliënten op de afdeling “bijzonder beheer” ziet belanden? Hoe verantwoordt een Raad van Bestuur zoiets tegenover de aandeelhouders van de bank? En wat zou, last but not least, de toezichthouder, in casu DNB , daarvan denken?

Ook indien de Nederlandse banken gedwongen zouden worden om binnen zes maanden hun risicodragend vermogen aanzienlijk uit te breiden naar analogie van de Verenigde Staten in 2009 is het zeer de vraag of ze dan inderdaad meer krediet zouden gaan verstrekken dan nu. Sterker, het is hoogst onwaarschijnlijk. Want anders dan de Verenigde Staten, die in 2009 alweer een opgaande economie kenden waardoor de vraag naar krediet toenam, bevindt Nederland zich in 2013 in een recessie. Het knelpunt ligt vooral aan de vraagzijde van de kredietverlening, aan de magere economie, nauwelijks aan de aanbodzijde.

Probleem ligt niet bij banken

Dat betekent dat het MKB het vooral zal moeten hebben van economisch herstel, waarbij in Nederland herstel van vertrouwen in het regeringsbeleid het sleutelwoord is. Er is, zoals al door zo velen betoogd, bovenal behoefte aan een geloofwaardige aanpak van de structuurproblemen waar ons land voor staat en die Van Wijnbergen in zijn NRC-artikel niet noemt: de woningmarkt, de arbeidsmarkt en het pensioensysteem. Hier ligt het ware probleem van Nederland. Het ligt niet, of niet meer, bij de banken; het ligt in de reële economie.

Natuurlijk kan en moet er ook flankerend beleid in het financiële vlak gevoerd worden. De initiatieven schieten inmiddels de grond uit. Het voorgestelde hypothekenfonds en het nationaal investeringsfonds pakken onderdelen van de huidige problematiek aan. Wellicht zou óók een specifieke overheidsgarantiefaciliteit kunnen helpen, die bijvoorbeeld 50% van bankkredieten aan MKB/bedrijven garandeert, om daarmede de risicograad van deze kredieten voor de bank binnen aanvaardbare normen te brengen. De faciliteit zou beperkt kunnen worden tot deelsectoren die het erg moeilijk hebben zoals weg- en watertransport, winkels met duurzame consumptiegoederen, glastuinbouw etc.[1] Het Ministerie van Financiën zal voor zo’n garantiefaciliteit over zijn begrijpelijke aversie tegen overheidsgaranties heen moeten stappen, zoals het al zal moeten doen bij het hypothekenfonds. Nood breekt echter wet. Wie weet kan een nu uitstaande garantiefaciliteit inmiddels beëindigd worden. Die voor het Alt-A papier van ING bijvoorbeeld!

Voetnoot


[1] Overigens is al eerder een garantiefaciliteit beschikbaar gesteld bij de Europese Investeringsbank waar banken mogelijk meer gebruik van kunnen maken.)

Referenties

Gros, D., 2013, What´s wrong with Europe´s banks, CEPR, London.

Reinhart, C.M., en K.S. Rogoff, 2009, This Time is Different: Eight Centuries of Financial Folly, Princeton University Press, NJ.

Gerelateerde artikelen

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik