Back

Artikel

Home

Gaan wij hiermee akkoord?

8 apr 2011
Dossiers: Pensioen
Onderwerpen: Pensioen
De pensioenpremie die we op ons inkomen betalen is lange tijd te laag geweest om de pensioentoezeggingen waar te maken. De schuld van de te lage premiestelling ligt bij de werkgevers, stelt Bernard van Praag. Dat mag niet weer gebeuren. Het nieuwe pensioenakkoord tussen sociale partners lijkt daar wel op uit te draaien.

Onvrede

Het land wordt al maanden in spanning gehouden over een pensioenakkoord. Al enige malen heb ik, en anderen met mij, mijn bezorgdheid uitgesproken over een ophanden zijnde structuurwijziging waarvan gepensioneerden, de actieve beroepsbevolking en nog vele generaties na ons de dupe zouden worden. Het is onbegrijpelijk dat de vakbeweging bereid bleek om zich op deze wijze een oor te laten aannaaien.

Eindelijk is dit besef doorgedrongen tot de vakbonden. Enkele bonden binnen de FNV hebben zich in niet te misverstane termen gericht tot het federatiebestuur van de FNV: „Er moet een uitgewerkt idee komen waarover we wel willen onderhandelen. We moeten daarbij dicht bij ons huidige systeem blijven met oplossingen en financiële toetsingskaders met realistische rekenrentes en beleggingsaannames. En natuurlijk dienen Defined Benefit en de risicodeling tussen werkgevers en werknemers het uitgangspunt te blijven.”

Onbetaalbaar

Het gezond verstand zal zegevieren. De deskundigen zullen wel weer met de mantra komen dat dan de pensioenen ‘onbetaalbaar worden’. Wat zij bedoelen, is dat de werkgevers en vakbonden in alle toonaarden weigeren om meer geld uit te trekken voor de financiering ervan.

De wijze waarop ‘sociale partners’ en de overheid met elkaar in achterkamertjes de pensioenen en het pensioenbeleid bepalen, deugt van geen kanten. Een onafhankelijk onderzoek, gekoppeld aan een parlementaire enquête, lijkt mij gewenst.

Vorige week hield de Tweede Kamer een rondetafelgesprek met pensioendeskundigen. Daar kwam het een en ander naar buiten over de manier waarop sinds enige decennia de besluitvorming over het aanvullend pensioen bij ons plaatsheeft.

Voor het eerst werd ruiterlijk toegegeven dat de pensioenreserves in de voorbije decennia op ontoelaatbare wijze zijn afgeroomd. Premies zijn lange tijd lager vastgesteld dan overeenkomt met prudent beleid om de toezeggingen waar te maken.

Oud-directeur Jean Frijns van het ABP gaf vorige week een insiderkijkje in de manier hoe de premies werden en – naar ik vrees – nog worden vastgesteld. De goegemeente veronderstelt dat degelijke actuariële berekeningen bepalend zijn. In werkelijkheid blijkt de premie tot stand te komen als het resultaat van handjeklap tussen sociale partners.

De druk van werkgevers was bepalend. Of de premie hoog genoeg is om een waardevast pensioen of zelfs maar een nominaal vast pensioen waar te maken, is vers twee.

Op de vraag aan Frijns of hij in plaats van werkgevers niet ‘sociale partners’ bedoelde, herhaalde Frijns nadrukkelijk dat het werkgevers waren die de uitkomsten beslissend beïnvloedden. In het geval van ABP gaat het om de staat als werkgever.

Vakbonden niet sterk genoeg

Hetzelfde heeft zich voorgedaan aan vele andere cao-tafels. Dit schetst een ontluisterend beeld van de betekenis van de vakbonden in dit krachtenspel. Ofwel ze lieten zich overdonderen door werkgevers, of ze hadden niet door dat het ging om een min of meer systematische onttakeling van ons pensioensysteem.

Als je veertig jaar werkt en dan nog twintig jaar verder door moet leven van je pensioen, is je pensioen niet iets om luchtig overheen te fietsen. Dat is de afgelopen twintig jaar wel gedaan. Vakbonden hebben hopeloos naïef geopereerd.

Andere schuldigen zijn de pensioenfondsbesturen. Zij hebben zich jarenlang de premie laten voorschrijven door sociale partners. Als zij hun verantwoordelijkheid hadden genomen, hadden zij geweigerd om te lage premies te accepteren en eventueel hun comfortabele bestuurszetels ter beschikking moeten stellen.

Van wie zijn de pensioenreserves

We zitten met de gebakken peren. De reserves zijn bij veel fondsen te laag om zowel de uitkeringen aan reeds gepensioneerden als de opbouw van reserves voor werkenden te kunnen garanderen op het toegezegde peil. Een generatieconflict dreigt. Beide generaties willen het tekort afwentelen op de andere partij. Dat leidt naar een ander punt: van wie zijn de reserves? Ze zijn niet van werkgevers of vakbonden, maar van de pensioendeelnemers.

De ongemakkelijke vraag rijst hoe dat eigendomsrecht moet worden verdeeld over de generaties. In een ordelijk systeem was dit geen relevante vraag geweest. Elk cohort spaart dan genoeg voor zichzelf. In een systeem waar iedereen, ongeacht de verwachte levensduur, dezelfde premie betaalt en bovendien die premie structureel te laag wordt vastgesteld, ontstaat een tekort. De gaten moeten dan worden gedekt uit de lopende pensioenpremies. Het fonds krijgt trekken van een omslagstelsel.

Ons pensioensysteem wordt internationaal aangemerkt als het beste ter wereld. De fundamenten rotten, maar dat kan nog worden gerepareerd. De plannen voor het pensioenakkoord liggen in het verlengde van het verleden. Zij leiden tot een afbraak van het systeem, ten nadele van alle actieve en rustende werknemers.

De op de hoorzitting gelichte tegels vragen om verder onderzoek, al was het maar om te tonen dat wij niet op dezelfde weg moeten voortgaan.

Dit artikel is tevens verschenen in NRC Handelsblad van 6 april 2011.

Bron foto: Flickr, Treehouse 1977.

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik