Back

Artikel

Home

Flexibele arbeidsmarkt is geen wondermiddel

22 jan 2011
Onderwerpen: Arbeidsmarkt
Europa wordt aanzienlijk geremd door de rigide arbeidsmarkt, zo zei de oud-voorzitter van de Amerikaanse centrale bank, Alan Greenspan, in een interview in NRC Handelsblad. In de Verenigde Staten is het makkelijker mensen te ontslaan dan in enig ander land en toch behoort het Amerikaanse werkloosheidspercentage tot het laagste ter wereld, althans dat was zo toen Greenspan zijn interview gaf, in september 2007.

Maar het is niet langer september 2007 en de Amerikaanse werkloosheid bedraagt niet langer 4,5 procent maar 9,4 procent. Er is geen reden om te veronderstellen dat dit percentage snel zal dalen. In het afgelopen decennium zijn in de particuliere sector in de VS per saldo twee miljoen banen verdwenen, van 110 miljoen banen eind 1999 tot 108 miljoen eind 2009, terwijl de bevolking met bijna 10 procent groeide. In Nederland is het aantal banen in de particuliere sector in die periode juist flink gestegen.

Ondanks het banenverlies in de afgelopen tien jaar, biedt de particuliere sector in de VS nog steeds werk aan ongeveer 33 procent van de beroepsbevolking terwijl de private sector in Nederland slechts werk biedt aan 25 procent van de beroepsbevolking, uitgaande van een fulltime werkweek. Het ligt voor de hand dat banen in de persoonlijke dienstverlening in de VS het verschil verklaren.

In de VS tref je allerhande vormen van persoonlijke dienstverlening aan die in Nederland niet, of niet op dezelfde schaal bestaan. Een manicure, wasserette, of valet-parking is er vaak op steenworp afstand. De portiers in mijn gebouw bieden 24 uur per dag service aan de bewoners. Zelf heb ik sinds ik tien jaar geleden naar New York ben verhuisd geen gloeilamp meer verwisseld.

De economen Richard Freeman en Ronald Schettkat (2005) hebben berekend dat Amerikaanse huishoudens tien uur per week minder tijd besteden aan koken, schoonmaken, en kinderopvang dan Europeanen. In plaats van deze huishoudelijke taken zelf uit te voeren, besteden Amerikanen het werk liever uit. Zo eten Amerikanen vaker in restaurants, brengen ze hun kleren vaak naar de wasserette, worden de boodschappen thuis bezorgd, en zorgen nannies voor de kinderen.

Doordat dit type banen in Nederland ontbreekt, is er een overschot aan laaggeschoolde arbeidskrachten, met name niet-westerse allochtonen. Wie het "multiculturele drama" wil begrijpen dat zich de afgelopen tien jaar heeft voltrokken, hoeft alleen maar te kijken naar de lage arbeidsparticipatie en de hoge mate van uitkeringsafhankelijkheid onder allochtonen in Nederland.

Voor elke drie mannen van Marokkaanse afkomst die een betaalde baan hebben, zijn er twee Marokkaanse mannen in de leeftijd van 15 tot 65 jaar die een uitkering ontvangen. Mannen van Turkse afkomst doen het iets beter dan Marokkaanse mannen maar de uitkeringsafhankelijkheid onder de Turkse mannen is nog altijd veel hoger dan onder autochtone mannen. Onder vrouwelijke immigranten is de situatie aanzienlijk slechter. Voor iedere vrouw van Turkse of Marokkaanse afkomst die een betaalde baan heeft, is er één Turkse of Marokkaanse vrouw in de leeftijd van 15 tot 65 jaar die een uitkering ontvangt.

Immigranten omvat hier zowel de eerste als tweede generatie. Tweede-generatie-immigranten, waarvan één of beide ouders in het buitenland geboren zijn, zijn minder vaak afhankelijk van een uitkering dan hun ouders. Dat is goed nieuws, omdat het impliceert dat immigranten uiteindelijk hun achterstand op de arbeidsmarkt zullen inlopen. Maar het is ook slecht nieuws, want het betekent dat de hiervoor genoemde cijfers nog grimmiger zijn als je louter naar de groep eerste-generatie-immigranten kijkt.

Is dit allemaal te wijten aan het ontslagrecht in Nederland? Slagen insiders op de Nederlandse arbeidsmarkt er zo goed in om nieuwkomers op een afstand te houden? Ik denk het niet. De portiers in het gebouw in New York waar ik woon zijn allemaal lid van de vakbond. Hun banen zijn beter beschermd zijn dan de meeste vaste banen in Nederland. Maar veel van de instapbanen die je in New York ziet, bestaan in Nederland eenvoudigweg niet. Dat is het gevolg van de hoge loonkosten op minimumloonniveau en de hoge belasting- en premiedruk. Volgens het Centraal Planbureau bedraagt de marginale druk van belastingen en sociale premies zo’n 53 procent op alle inkomensniveaus.

Terwijl het minimumloon voor volwassenen in Nederland het hoogste is van Europa, is het minimumjeugdloon hier juist het laagste van heel Europa. Voor zover er in Nederland al ‘instapbanen’ bestaan, bijvoorbeeld in de horeca, zie je dat scholieren en studenten het werk doen dat in New York is voorbehouden aan immigranten. Dat is een gemiste kans. Voor nieuwkomers is on-the-job-training van onschatbare waarde. Werken in een restaurant, nagelstudio of supermarkt is een effectievere manier om de Nederlandse taal en gewoonten te leren dan het volgen van een inburgeringscursus.

Is de flexibiliteit van de arbeidsmarkt wellicht de oorzaak van de huidige malaise op de Amerikaanse arbeidsmarkt? Daar zou wel eens een kern van waarheid in kunnen schuilen.

Toen de dotcom-bubbel in de loop van 2000 uiteen spatte, deden de VS er alles aan om de economie te stimuleren. De optelsom van de belastingverlagingen van Bush, de uitgaven voor de oorlogen in Irak en Afghanistan, consumentenkrediet en de bestedingen uit de overwaarde van de eigen woning, beliep jaarlijks 4 tot 8 procent van het bruto binnenlands product (BBP) van 2002 tot 2008. De nominale groei bleef daar echter gemiddeld twee procentpunten bij achter terwijl de reële groei daalde tot 1,3 procent in 2007. Ook de banengroei was in die periode niet om over naar huis te schrijven.

De VS lijken last te hebben van wat Alan Blinder, hoogleraar economie aan de Universiteit van Princeton, in 2005 de derde industriële revolutie noemde. Volgens Blinder zouden 42 tot 56 miljoen Amerikaanse banen vatbaar zijn voor offshoring – dat is ongeveer een derde van alle banen in de VS. Blinder voorspelde destijds ook dat de flexibele Amerikaanse arbeidsmarkt zich beter en sneller zou aanpassen aan de globalisering dan de Europese arbeidsmarkt.

Zo er sprake is van een derde industriële revolutie, dan bevinden we ons in de beginfase. Het is daarom te vroeg om een definitief oordeel te geven. Maar een voorlopige vergelijking tussen Duitsland en de VS suggereert dat de eerste zich beter staande weet te houden in het tijdperk van globalisering. Vorige week nog kondigde Evergreen Solar, de op twee na grootste fabrikant van zonnepanelen in de VS, aan zijn belangrijkste Amerikaanse fabriek te sluiten, alle 800 werknemers binnen twee maanden te ontslaan en de productie te verplaatsen naar China.

Voor Duitse werkgevers is het veel moeilijker om werknemers te ontslaan dan voor hun Amerikaanse counterparts. Deels omdat de Duitse wetgeving het niet toelaat, maar waarschijnlijk ook omdat Duitse werkgevers meer hebben geïnvesteerd in de opleiding en training van hun vaste werknemers. Amerikaanse werknemers beschikken daardoor over minder functiespecifieke vaardigheden en kennis dan Duitse werknemers, waardoor ze makkelijker kunnen worden ontslagen.

Een belangrijker verklaring voor het huidige economische succes van Duitsland lijkt overigens gelegen in de substantiële overheidssteun voor de Duitse industrie, met name de auto-industrie. De Amerikaanse economie is juist ondermijnd door de jarenlange nadruk op consumptie in plaats van investeren en op belastingverlagingen voor de superrijken. Nu de bubbel op de huizenmarkt is gebarsten, ontdekken de Amerikanen dat ze overklast worden in de wereldwijde concurrentieslag om werkgelegenheid.

Is arbeidsmarktflexibiliteit per saldo wenselijk? Vanuit een economisch perspectief zou je een zekere mate van arbeidsmarktrigiditeit wensen voor banen die bedrijfsspecifieke vaardigheden en training vergen, en juist veel flexibiliteit voor banen waar weinig vaardigheden voor nodig zijn. Of dat laatste ook wenselijk is vanuit een menselijk perspectief, is een heel andere vraag. Misschien moeten we die aan de postbode voorleggen.

* Dit is een verkorte versie van haar bijdrage tijdens de door het CPB georganiseerde internationale conferentie over arbeidsmarktflexibiliteit op 20/21 januari in Den Haag. Dit artikel is tevens verschenen in de Volkskrant van 22 januari 2011.

Referenties:

Alan Greenspan, 2007, “Ik ben in de verkeerde eeuw geboren - Centralebankier Alan Greenspan teleurgesteld in president Bush.” NRC Handelsblad, 17 september 2007.

Richard B. Freeman, en Ronald Schettkat , 2005, Marketization of household production and the EU–US gap in work, Economic Policy, Volume 20, Issue 41: 6–50.

Alan Blinder, 2005, The Fear of Offshoring, Foreign Affairs.: Sharon Mollerus, Flickr

Dit artikel kan worden overgenomen met bronvermelding. Toezending van bewijsexemplaren wordt op prijs gesteld. © Me Judice

Gerelateerde artikelen

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik