Back

Artikel

Home

Factory outlets zuigen stadscentra leeg

11 dec 2012
Onderwerpen: Ruimtelijke ordening
winkels in VS Dat Nederland aangename binnensteden kent, heeft een reden: mensen besteden er hun tijd en geld. Factory outlets aan de rand van de stad trekken die mensen weg. Dat betekent een verarming van de stad. Reden om het plan voor een factory outlet van 20.000 m2 bij Zoetermeer tegen te houden, stellen Raymond Gradus en Brigitte Bauer.

Vereconomisering

De detailhandel staat onder grote druk. Zelfstandige winkeliers—veelal familiebedrijven—ondergaan de negatieve effecten van schaalvergroting, een economische crisis, de toenemende internetverkoop en koopzondagen. Daar lijken zogenaamde factory outlet-centra nu bij te komen. De gemeente Zoetermeer-Lansingerland heeft plannen om in de weilanden van Bleizo een outlet van 20.000 m2 te plaatsen. De Zuid-Hollandse Staten buigt zich op 12 december over dit voorstel. Er zijn allerlei argumenten om dit voorstel tegen te houden: het zal de uiteindelijke genadeklap voor de kleine winkelier zijn en de leefbaarheid in de stadskern komt verder onder druk te staan. Bovendien moet de bredere strekking van dit voorstel niet onderschat worden. Het is de volgende stap richting schaalvergroting en vereconomisering van onze samenleving.

Ondanks dat Nederland een hoge winkeldichtheid heeft en sommige winkeliers amper hun hoofd boven water kunnen houden, zijn er vergevorderde plannen voor een vierde outlet-centrum naast Lelystad, Roosendaal, en Roermond. “Factory outlets” zijn fabriekswinkels, waar merkfabrikanten zonder tussenkomst van detaillisten direct aan de consument verkopen, vaak tegen fors gereduceerde prijzen. Het betreft met name kleding, schoenen en sportartikelen die niet meer voor reguliere verkoop in aanmerking komen en die voorheen in bijvoorbeeld Rusland “gedumpt” werden. Het nieuw geplande outlet-centrum Bleizo, is onderdeel van een groter project binnen de gemeente dat ook de bouw van een NS-station en woon- en kantoorruimte behelst.

Niet exclusief

De initiatiefnemers benadrukken het vernieuwende en exclusieve karakter, waardoor Bleizo de bestaande winkels niet nadelig zou beïnvloeden. Zij stellen dat Bleizo een groter aandeel producten uit het zgn. “hoogwaardige segment” aanbiedt dan de andere outlet-centra in Nederland. Deze exclusiviteit is een voorwaarde voor ondermeer de provincie. De vraag is echter hoe die voorwaarde juridisch ingebouwd kan worden in een dergelijk langlopend project en of aan een dergelijke voorwaarde sowieso voldaan kan worden. Uit het bij het voorstel ingewonnen juridisch advies blijkt, dat dergelijke garanties niet gegeven kunnen worden.

Het is te verwachten dat die exclusiviteit niet wordt gerealiseerd, zodat Bleizo het zoveelste “gewone” winkelcentrum wordt en daarmee in het vaarwater van de gewone winkels komt, wat leegstand zal bevorderen en de leefbaarheid van de stadscentra verder zal ondermijnen. Een ontwikkeling die onmiskenbaar traceerbaar is in het VK en de VS, waar een wildgroei aan shopping malls in de periferie leidde tot veel troosteloze binnensteden.

Geen succes

Vaak wordt verwezen naar het succes van andere factory outlets. Van de drie andere outlet-centra is Roermond het meest succesvol, maar daar spelen bijzondere omstandigheden: het type consument en de locatie. Roermond bedient een gebied (tot 1.5 uur reistijd) van 26 miljoen inwoners. Dankzij de ligging aan de grens is het percentage Duitse bezoekers hoog en daardoor heeft Roermond een relatief hoogwaardig outlet-bestand kunnen realiseren (van belang daarbij is de ligging aan de grens: uit buitenlands onderzoek blijkt dat verschillende factoren zoals een ander belasting- en koopzondagregime ertoe bijdragen dat consumenten de grens oversteken om te gaan winkelen, zie Ferris, 2000). Toch constateren we dat winkels in de binnenstad en de omgeving een omzetdaling van zo’n 5% hebben (BRO, 2011, pp. 13-14). Ook blijkt dat door de ligging aan de rand van het centrum bezoekers lopend naar de binnenstad blijven trekken. Dergelijke argumenten gaan echter niet op voor Bleizo.

Een ander neveneffect van outlets is de toename van koopzondagen (Bauer en Gradus, 2011). Outlets zijn immers 7 dagen per week open en zondags wordt de meeste omzet gerealiseerd. Om niet nog meer omzetverlies te lijden, voelen winkeliers in het centrum van Roermond zich gedwongen “mee te doen”, ondanks grote werkdruk, hoge kosten (zondag moet tenminste 20% meer worden betaald) en effecten op het privéleven. Het lijkt onmogelijk voor de kleine winkeliers om te concurreren met de outlets. Ook leert de ervaring dat om aantrekkelijk te blijven relatief kleine outlet-centra (20.000 m2) op korte termijn uit moeten breiden en dat er in de gemeente doorlopend evenementen georganiseerd moeten worden. Dat drijft de kosten op, zeker voor de zelfstandigen maar ook voor de gemeenschap als geheel.

De ironie is dat het concept van factory outlets de (kleinere) detailhandel buiten spel zet en dat deze winkeliers daarnaast grote nadelen ondervinden, zoals de praktische dwang tot koopzondagen en de dalende omzet met alle gevolgen van dien. En het treft juist winkelbedrijven die ook al te maken hebben met de negatieve effecten van internetverkopen. Het lijkt nog ver weg: uitgestorven binnensteden met dichtgetimmerde winkels en no-go areas zoals in sommige Britse en Amerikaanse steden. Toch zou het weleens dichterbij kunnen zijn dan wij thans vermoeden. Outlet-centra vertegenwoordigen een nieuwe fase in de schaalvergroting van de detailhandel en zetten het traditionele MKB verder onder druk. Voortgaande ontwikkelingen kunnen uiteindelijk ertoe leiden dat het MKB uit de detailhandel verdwijnt en daarmee ook de expertise, het vakmanschap en de menselijke maat. Bovendien zal dit ten koste gaan van de leefbaarheid in onze steden. Dit is een te hoge prijs.

Dit artikel is tevens gepubliceerd in de Volkskrant van 11 december 2012.

Referenties

Bauer, Brigitte, Raymond Gradus (2011). “Nederland is beter af met minder koopzondagen”, Me Judice, 1 maart 2011.

BRO (2011). Eindrapport “Effectenanalyse Factory Outlet Center Bleizo.

Ferris, J. Stephen (2000). The Determinants of Cross Border Shopping: Implications for Tax Revenues and Institutional Change, National Tax Journal , Vol. 53, No. 4, December 2000.

Gerelateerde artikelen

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik