Back

Artikel

Home

Europa kan Griekse economie weer aan de praat krijgen

13 apr 2012
Onderwerpen: Europese integratie
Wil Griekenland er weer bovenop komen, dan moeten de arbeidskosten omlaag. Dat kan door het verlagen van de werkgeverslasten in ruil voor een verhoging van de BTW. De EU-hulp kan het best via een loonkostensubsidie lopen, waarbij de extra opbrengsten van stapsgewijze BTW-verhogingen op de hulp in mindering worden gebracht, stellen Piet van Elswijk en Peter Voogt.

Redding Griekenland

Om de hoge staatsschuld te verminderen moest het merendeel van de banken en pensioenfondsen hun Griekse staatsleningen met de helft afwaarderen en voor het overige deel een lagere rente accepteren. Dat is op het nippertje gelukt en zo kon de Griekse overheid weer een nieuwe kapitaalinjectie van de Europese Unie en het IMF ontvangen. De Griekse overheid moest wel beloven dat zij zeer drastisch blijft bezuinigen.

De vraag is echter wat dit Europese beleid oplevert. De koopkracht van de Grieken zal nog verder dalen. De krimp van de Griekse economie zet dus ook nog wel even door.

Deze financiële hulp leidt niet tot meer inkomsten of economische groei. Terwijl juist groeipotentie de enige manier is om weer uit de crisis te komen. De negatieve spiraal - bezuinigen, meer werkloosheid, minder koopkracht, minder productie etc. – moet worden omgebogen.

Arbeidskosten bepalend

Griekenland moet zijn welvaart hebben van arbeid. Het kan niet teren op grote grondstofvoorraden. De hele beroepsbevolking moet nu gemobiliseerd worden. Hoge werkloosheid bevordert niet alleen de maatschappelijke onvrede, maar is ook verspilling van de bron van welvaart.

Op de internationale markt wordt de concurrentiekracht vooral bepaald door de prijs van producten of diensten. Daarbij is de prijs voor arbeid over het algemeen het meest bepalend. (De prijs van grondstoffen, kapitaal en energie wordt in beginsel bepaald door de wereldmarkt en is voor ieder land ongeveer gelijk, al kan de prijs van kapitaal door speculatie per land of sector verschillen).

Kijk maar binnen de Europese Unie. In 1998 waren de arbeidskosten in Duitsland 14% hoger dan in Nederland. Momenteel zijn de arbeidskosten in Duitsland 4% lager. Een belangrijke factor is dat Duitsland de “Lohnnebenkosten” voor de ondernemer heeft verminderd en dat gefinancierd door de BTW met 3% te verhogen. Griekenland moet dus de arbeidskosten drastisch verlagen, maar de koopkracht opvoeren. Dat kan door het nettoloon te handhaven, maar het surplus aan werkgeverslasten te verlagen.

Verder kent Griekenland ook het probleem van een matige belastingmoraal en een brede informele economie (ruilhandel, zwart werk). Door de verlaging van uitkeringen en gestegen werkloosheid zal die informele economie alleen maar toenemen. Het is dus ook zaak deze informele economie (weer) ‘over te hevelen’ naar de formele.

EU-hulp

In plaats van het land verder uit te knijpen zou de EU vanuit welbegrepen eigenbelang beter een soort Marshallhulp kunnen geven. Zoals ook de VS na WO II deed in de jaren vijftig en daarmee de Europese economie weer aanzwengelde (en dat zonder de ‘schuldvraag te stellen’, het was evident dat Europa er zelf schuld aan had...). Het is dan wel zaak om deze hulp zo te verstrekken dat het ook groei van economie en banen oplevert. Dat kan als volgt.

Werkgevers in Griekenland krijgen voor iedere baan een loonkosten compensatie van 500 euro per maand. Dat kost ca. 25 miljard per jaar. Te betalen door de EU als ‘Marshallhulp’. Dit vertaalt zich grotendeels in prijsverlagingen die de koopkracht in Griekenland verbeteren, de export stimuleren en de toeristenbranche ten goede komen. De werkgelegenheid stijgt en tevens wordt zwart werk weer gewit en krimpt het aandeel informele economie. Na telkens één jaar wordt een sociale BTW ingevoerd respectievelijk opgehoogd met 3%. Per jaar levert dat ongeveer 5 mld. extra op. Dat wordt in mindering gebracht op de EU-hulp. In het zesde jaar is de sociale BTW 15% en de EU-hulp geheel afgebouwd. De totale EU-hulp over 5 jaar van 75 mld. is gering in vergelijking met de huidige ‘hulp’ aan Griekenland, die overigens vooral de banken van de donorlanden ten goede komt.

Aan het eind van de zesjarige periode zijn de loonkosten nog altijd laag en krijgt de overheid haar ‘sociale lasten’ binnen via de sociale BTW. De loonheffingen zijn dan feitelijk verlegd naar die BTW. Dat komt de concurrentiepositie en werkgelegenheid blijvend ten goede.

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik