Back

Artikel

Home

Euro overleeft niet met standpunten Nederlandse politieke partijen

5 sep 2012
Dossiers: Eurocrisis
Onderwerpen: Openbare financiën
Rood potlood op een verkiezingsbiljet De eurocrisis is het belangrijkste economische onderwerp gedurende de laatste twee jaar en van de aankomende verkiezingen. De Rotterdamse econoom Bas Jacobs legt de partijen langs de meetlat en komt tot de conclusie dat slechts drie partijen een verkiezingsprogramma hebben dat consistent is met het overleven van de euro op lange termijn: D66, GroenLinks en de PvdA. Als het CDA een zeer groot noodfonds zou bepleiten zou het zich ook daarvoor kwalificeren. Alle andere politieke partijen hebben politieke standpunten die fundamenteel onverenigbaar zijn met het voortbestaan van de Eurozone (VVD, SP, PVV, ChristenUnie, SGP, PvdD). Die politieke partijen hebben een grote meerderheid in de laatste opiniepeilingen.

Verslechterende economie

Aanhoudend politiek onvermogen om de crisis te bezweren met afdoende maatregelen heeft nu al grote gevolgen. De werkloosheid is sinds 2008 met 270.000 mensen opgelopen. Pas in 2014 zal het nationale inkomen weer op het peil van 2008 staan. Tot aan 2015 zal er voor het zesde jaar op rij sprake zijn van koopkrachtdaling. Tussen 2009 en 2011 zijn zo’n 30 duizend bedrijven failliet gegaan. De dekkingsgraden van pensioenfondsen zijn ingezakt van rond de 140 procent in 2007 tot 99 procent nu. Huizenprijzen zijn sinds de top van augustus 2008 cumulatief met met meer dan 10 procent gedaald. Het begrotingsoverschot van 2008 met een half procent bbp is omgeslagen tot een tekort van zo’n 3 procent bbp in 2012. En zonder de lastenverzwaringen en bezuinigingen met zo’n 6 procent bbp zouden de overheidstekorten nog veel verder zijn opgelopen.

Cruciale jaren

De komende jaren zullen doorslaggevend zijn voor het voortbestaan van de euro. Of de euro het zal overleven of niet, in alle gevallen zal het om astronomische bedragen gaan. De Nederlandse politieke partijen maken het de kiezers niet gemakkelijk en soms zelfs onmogelijk om een goed overzicht te krijgen van de relevante standpunten van politieke partijen over de eurocrisis. In Jacobs (2012) wordt kiezers inzicht verschaft in de standpunten van de politieke partijen omtrent de eurocrisis. Veel partijen laten essentiële informatie weg in de verkiezingsprogramma’s. Door de verkiezingsprogramma’s aan te vullen met informatie uit kamerdebatten, partijwebsites, partijnotities en krantenarchieven worden de relevante standpunten van de Nederlandse politieke partijen helder.

Tabel 1: Politieke partijen en de eurocrisis, overzicht standpunten uit de verkiezingsprogramma's aangevuld met andere informatie

Tabel 1: Politieke partijen en de euro crisis

Noot: Voor een beoordeling op detail zie het volgende document.

In de tabel worden belangrijke partijstandpunten samengevat en voorzien van een kleur. Als een standpunt blauw is, dan voloet een politieke partij aan een noodzakelijke randvoorwaarde voor het voortbestaan van de euro, als een standpunt donkerrood is gemaakt dan verwerpt een partij een essentiële randvoorwaarde voor het voortbestaan van de euro. De standpunten die veel/een beetje/neutraal/niet bijdragen aan het voortbestaan van de euro zijn in groen/geel/oranje/rood weergegeven. De euro kan alleen functioneren als aan het volgende drietal noodzakelijke minimumvoorwaarden is voldaan:

  • Een bankenunie, bestaande uit een Europees depositogarantiestelsel, een Europees crisisresolutieregime voor insolvabele banken, een Europees bankentoezicht en het Europees delen van de kosten van bankreddingen en herkapitalisaties, onder strikte conditionaliteit bij het herstructureren van bankschulden.
  • Een lener-in-laatste-instantie (LILI) voor illiquide overheden die, al dan niet na hervormingen en bezuinigingen/lastenverzwaringen, solvabel geacht kunnen worden. Deze LILI kan vormkrijgen via euro-obligaties, een zeer groot noodfonds (3000 mld euro), een banklicentie voor het noodfonds of het openmarktprogramma van de ECB.
  • Een noodfonds voor leningen aan insolvabele overheden die markttoegang hebben verloren, onder strikte conditionaliteit van hervormingen, bezuinigingen en het herstructureren van onhoudbare staatsschulden.

Daarnaast lijkt het ondenkbaar dat de euro kan overleven als de ECB quasi-fiscaal wordt ge- of misbruikt via het openmarktprogramma. De Duitsers zullen dit niet accepteren en zullen dan vermoedelijk uittreden. Daarom moeten de verliezen van de ECB budgettair worden gefinancierd door de overheden, bijvoorbeeld via het noodfonds of door het noodfonds een banklicentie te geven.

Wie dient de eurozone?

Alle partijen zijn gerangschikt naar de mate waarin de Eurozone kan overleven onder de ingenomen partijstandpunten. Bij de PVV is de kans het kleinst, dan volgen PvdD, SGP, ChristenUnie, SP, VVD, CDA, PvdA. D66 en GroenLinks zijn de partijen waar de kans op overleven van de euro het grootst is.

De belangrijkste conclusie is dat meeste politieke partijen (VVD, SP, PVV, ChristenUnie, SGP, PvdD) standpunten hebben die fundamenteel onverenigbaar zijn met het voortbestaan van de eurozone. Het spreekt bijna voor zich dat de euro verdwijnt als het PVV-programma wordt ingevoerd. De PvdD heeft een politiek programma dat qua euroscepsis zeer vergelijkbaar is met dat van de PVV. Opvallend zijn de uitermate eurosceptische standpunten van ChristenUnie en SGP. Net als de PVV willen PvdD, SGP of ChristenUnie een einde maken aan de euro zoals we die nu kennen, maar zij willen een neuro-zeuro systeem invoeren (SGP/ChristenUnie) of meerdere/parallelle munten (PvdD).

De pleidooien van PVV, SGP, ChristenUnie, en PvdD verwaarlozen ten onrechte de reële risico’s op een financiële systeemcrash in het Eurogebied als hun programma zou worden ingevoerd. Daarnaast missen pleidooien voor alternatieve muntunies of parallelle munten doel omdat deze aan dezelfde fundamentele defecten lijden als de euro; PVV, SGP, ChristenUnie, en PvdD wijzen een bankenunie, een lener-in-laatste-instantie voor illiquide overheden en een groter noodfonds om insolvabele overheden te herstructureren af.

De euro zal het ook niet redden als het VVD programma zou worden ingevoerd. De VVD zegt wel voor de euro te zijn, maar levert daarvoor te weinig politieke commitments; de VVD wijst een bankenunie af en levert onvoldoende overdrachten of garanties via de noodfondsen om de euro overeind te houden. De VVD is bovendien niet altijd consistent. De VVD wijst een bankenunie af zolang er nog problemen in het Europese bankwezen zijn. Maar die problemen laten zich niet oplossen zonder een bankenunie. Herkapitalisaties van banken met geld uit de noodfondsen worden afgewezen, maar de VVD is toch overstag gegaan bij de ingrepen in Spanje. Ook zit de VVD in een politieke spagaat met het zogenaamd niet overdragen van soevereiniteit van Nederland aan Europa, bijvoorbeeld via het aangescherpte Stabiliteitspact.

De euro zal het evenmin overleven als het SP programma zal worden ingevoerd. De SP is allereerst niet duidelijk over de vraag wat ze met de euro aanwil: behouden of stoppen? De SP verwerpt net als de VVD een bankenunie. Alle noodfondsen worden daarnaast door de SP gestopt. De SP zal aan de geloofwaardigheid van de ECB een einde maken, omdat ze alle noodoperaties voortaan monetair wil financieren. Bovendien doet de SP alsof monetaire financiering via de ECB geen verkapte belastingheffing bij burgers is door hogere inflatie.

Alleen PvdA, D66 en GroenLinks hebben standpunten waarmee de euro op termijn kan overleven. Zij voldoen in beginsel aan de minimumeisen voor een werkende euro. Wel moet worden bezien of deze partijen voldoende middelen en garanties beschikbaar willen stellen om de euro overeind te houden. Het CDA zou zich eventueel hierbij kunnen voegen, mits het expliciet zou pleiten voor een zeer groot noodfonds voor de noodoperaties in de Eurozone. Het CDA is namelijk wel voor een bankenunie, maar wijst ingrijpen door de ECB en een banklicentie voor het noodfonds af.

Vrijwel alle partijen (VVD, CDA, PvdA, D66, GroenLinks, ChristenUnie, SGP) hebben de nieuwe, strengere begrotingsregels van het Stabiliteitspact gesteund. Deze regels bemoeilijken het internationaal coördineren van begrotingsbeleid, zoals bepleit door IMF, OESO en het CPB. Alleen de SP is bereid hogere inflatie voor lief te nemen om de macro-economische onevenwichtigheden te verkleinen; daardoor kunnen reële loonkosten in de periferie sneller dalen en wordt de reële schuldenlast kleiner.

De VVD, SGP, ChristenUnie en CDA willen dat Europese afspraken niet alleen scherper worden, maar ook zeer strikt worden nageleefd. De vraag is of strikte Europese begrotingsregels veel uithalen om volgende crises te voorkomen zolang er geen bankenunie is waardoor excessieve kredietverlening van de kernlanden aan de perifere landen niet effectief kan worden begrensd. De eurocrisis is hoofdzakelijk het gevolg van excessieve private schuldopbouw, niet publieke schuldopbouw, met uitzondering van Griekenland (en misschien Portugal).

Begrotingsregels zonder substantiële overdrachten van soevereiniteit aan Europese insituties hebben weinig politieke geloofwaardigheid, omdat lidstaten die zich niet aan de regels houden niet onder curatele kunnen worden gesteld. Aldus kunnen strengere begrotingsregels slechts een beperkte bijdrage leveren aan oplossing van de Eurocrisis. VVD, SP, PvdA, PVV, CDA, SGP, ChristenUnie en PvdD verwerpen substantiële overdrachten van soevereiniteit aan Europa. Meer ‘moral hazard’ is daarom de prijs voor het niet willen afstaan van soevereiniteit aan Europa. Alleen D66 en GroenLinks bepleiten stappen richting een federaal Europa, waardoor het geloofwaardigheidsprobleem echt kan worden opgelost.

CDA en PvdA lijken aan te sturen op een minimaal budgettair Europa dat voldoende fiscale achtervang organiseert voor een bankunie, de ECB, een lener-in-laatste-instantie en de noodfondsen, maar geen verdere stappen onderneemt richting een federaal Europa. Ook zo’n muntunie kan stabiel zijn, maar ‘moral hazard’ kan minder goed worden bestreden.

Euroscepsis overheerst

De tabel toont aan hoe sterk eurosceptisch de Nederlandse politieke partijen zijn. Volgens de laatste peilingen hebben de VVD, SP, PVV, ChristenUnie, SGP en PvdD tussen de 92 en 94 zetels. Inclusief CDA is dat tussen de 105 en 107 zetels. Dit betekent dat er een overweldigende meerderheid onder de Nederlandse politieke partijen bestaat die het voortbestaan van de euro onmogelijk maakt, althans volgens de standpunten die deze partijen tot nu toe hebben ingenomen.

Als de Nederlandse politieke partijen de euro willen behouden, dan zullen sommige partijen tijdens de campagne liegen en hun standpunten draaien na 12 september. Die kans wordt het grootst geacht bij de VVD en de SP, ook gezien talloze inconsistenties en onduidelijkheden in hun beider standpunten. De VVD heeft dit al een aantal malen in de praktijk aangetoond. En de SP zal dat gaan bewijzen als ze in de regering zou komen. De kiezer is daarom gewaarschuwd voor holle verkiezingsretoriek.

Referentie

Bas Jacobs (2012), “Een Politiek-Economische Analyse van de Standpunten van de Nederlandse Politieke Partijen over de Eurocrisis”, Erasmus Universiteit Rotterdam.

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik