Back

Artikel

Home

Effect Noors quotum positief

17 sep 2010
Onderwerpen: Arbeidsmarkt
Meer vrouwen aan de top wordt vaak als een politiek correct maar weinig effectief streven gezien. Zo wordt ook naar de Noorse casus van een vrouwenquotum gekeken. De Nijmeegse economen Braeken en Sent komen met empirisch bewijs dat het Noorse initiatief niet alleen effectief is maar ook profijtelijk.

Noorwegen gidsland

Blijkens de zojuist verschenen Female Board Index van de Erasmus Universiteit in Rotterdam is het aantal vrouwen in de top van beursgenoteerde ondernemingen in Nederland vorig jaar met twee gestegen. Het aandeel vrouwen in de bedrijfstop komt daarmee uit op 8,1%. Wat een verschil met Noorwegen, waar de top inmiddels voor 40% uit vrouwen bestaat. En met het resultaat: de Noorse wet heeft positieve korte-termijn effecten op de prestaties van Noorse bedrijven. De trage stijging van het aantal vrouwen in de Nederlandse bedrijfstop is dan ook een gemiste kans.

In 2008 plaatste het World Economic Forum Noorwegen bovenaan haar ranglijst van seksegelijkheid. Dit was mede te danken aan de radicale wet die eist dat beursgenoteerde bedrijven een bestuur hebben dat voor (minimaal) 40% uit vrouwen bestaat. De wet betreft circa 500 bedrijven. Na een transitieperiode van enkele jaren gold de plicht vanaf 1 januari 2008. Indien dit percentage niet wordt behaald, kan in het ergste geval ontbinding worden opgelegd. De wet heeft ervoor gezorgd dat Noorwegen vandaag de dag het hoogste percentage vrouwelijke bestuursleden ter wereld kent. Vrijwel alle bedrijven leven de wet na; slechts een enkeling is van rechtsvorm verandert om op die manier niet te hoeven voldoen.

Maar werkt het wel?

In de Volkskrant van maandag 13 september staat dat de bestuursfuncties die vrouwen in Noorwegen op zich nemen, de 'minder belangrijke' functies lijken te zijn. Betekent dit dat Nederland het Noorse voorbeeld dan maar beter niet kan volgen? We hebben toch al een allergische reactie op emancipatie. ‘Dat is discriminatie.’ Echter, u hoeft helemaal niet geëmancipeerd te zijn om voorstander te zijn van een quotum zoals dat in Noorwegen geldt. Wat blijkt namelijk? De Noorse bedrijven presteren beter, en dat in tijden van economische crisis. Met andere woorden, het gaat hier om ‘harde’ economie en niet om ‘softe’ vrouwenemancipatie.

Het is nog te vroeg om de lange termijn effecten van de Noorse wet te evalueren, maar we kunnen al wel de balans opmaken van de korte-termijn effecten op de prestaties van de bedrijven die onder de quotumregeling vallen. De performance van die bedrijven kan worden gemeten aan de hand van vier indicatoren, te weten: ‘Tobin’s Q’ (de verhouding van marktwaarde tot boekwaarde), ‘return on assets’ (ROA, oftewel het rendement op het totaal vermogen), ‘return on equity’ (ROE, oftewel het rendement op het eigen vermogen) en ‘earnings per share’ (EPS, oftewel winst per aandeel).

Nee, u bent niet op de beurspagina beland, maar met deze harde economische cijfers kunnen we de effecten van de Noorse wetgeving evalueren. De verplichte bestuurswijziging heeft blijkens onze statistische toetsen een positief significant effect op twee indicatoren, te weten ROA en EPS. Het effect op ROE is ook positief, maar mist de noodzakelijke significantie. Tobin’s Q is de enige performance indicator waarop de verplichte wijzigingen in het bestuur een negatieve invloed heeft, maar ook hier ontbreekt de noodzakelijke significantie.

Kortom, voor de indicatoren die in al onze statistische toetsen significantie vertonen, geldt dat de Noorse quotum wetgeving een positief effect heeft op de performance van bedrijven die onder de regeling vallen . Dit is een goede motivatie voor Nederland om ook dergelijke maatregelen te overwegen.

Volgt Nederland?

Vorig jaar sprak de Tweede Kamer haar steun uit voor een plan van PvdA-kamerlid Paul Kalma om de top van grote bedrijven voor minimaal 30 procent uit vrouwen te laten bestaan. Voldoet een bedrijf in 2016 niet aan deze wettelijk verankerde streefcijfers, dan moet het uitleggen waarom het de cijfers niet haalt en met een verbeterplan komen. Het wetsvoorstel waarvan dit onderdeel uitmaakt, ligt evenwel nog bij de Eerste Kamer.

Het Nederlandse initiatief is een stap in de goede richting, maar gaat niet zo ver als het Noorse voorbeeld. Dat is om twee redenen spijtig. Ten eerste gaat 30 procent niet ver genoeg. Immers, vrouwen worden pas als individu gezien als een team voor 35 procent of meer uit vrouwen bestaat. Ten tweede is een streefcijfer veel te vrijblijvend. Voorlopig zullen we het er echter mee moeten doen.

Gezien de gunstige effecten van het Noorse voorbeeld sporen we de Eerste Kamer dan ook graag aan om haast te maken met de behandeling van het plan van Kalma, al was het maar om de fragiele Nederlandse economie het extra zetje in de rug te geven dat ze zo goed kan gebruiken.

Zoals Loesje zo wijs schreef: ‘Kinderen zijn de toekomst, als hun moeders er ook een krijgen.’ En blijkens het Noorse voorbeeld vallen bedrijfsresultaten beter uit, dus het stagneren van de opmars van vrouwen naar topfuncties in Nederland is een gemiste kans.

* In gewijzigde vorm is dit artikel verschenen in de Volkskrant.

Bron foto: Flickr

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik