Back

Artikel

Home

Economen praten langs elkaar heen over oplossingen crisis

12 mrt 2009
Onderwerpen: Economisch denken
Begin april komt de G20 in Londen bijeen, om de mondiale economische crisis te bespreken. Traditioneel worden economen beschouwd als de experts op dit terrein. Maar naar wiens advies moet een beleidsmaker luisteren? Als een recente economenconferentie in San Francisco, waar de kredietcrisis werd besproken, maatgevend is dan stemt dat niet vrolijk. Economen van verschillende scholen praten meer langs elkaar heen dan met elkaar. Volgens de Utrechtse econoom Piet Keizer bekommert niemand zich over de vraag of hun theorie realistisch is.

Hoewel een grote meerderheid van de economen binnen de axioma’s van de neoklassieke school werkt, (waaronder ik ook de nieuw Keynesiaanse school schaar) is er in werkelijkheid een grote diversiteit aan groepen en groepjes die afstand nemen van de ‘mainstream’. Deze diversiteit roept de vraag op welke benadering de meest realistische is (Keizer, 2008). Het grote probleem is nu dat die vraag niet wordt gesteld.

Economen op congres

Ter illustratie van het onvermogen tot communicatie kan de meest recente conferentie van de Allied Social Science Associations (ASSA) dienen. Deze organisatie is een overkoepeling van meer dan 50 verenigingen van economen. In de eerste week van januari 2009 kwamen vele duizenden economen naar San Francisco om hun vakproblemen met elkaar te bespreken. Iedere vereniging had zijn eigen sessies; een aantal keren waren er zogenaamde ‘round table’ sessies georganiseerd door twee organisaties in onderlinge samenwerking. Nu de wereld wordt bedreigd door een depressie die zijn weerga niet kent, sprak het vanzelf dat de kredietcrisis de hoofdschotel vormde. Daar bijna alles zich in één gebouw afspeelde, was het fysiek eenvoudig om tot levendige debatten tussen de verschillende scholen te komen. Het resultaat was echter dat er geen enkel debat plaats vond; geen enkel gesprek georganiseerd door de conferentieorganisatie; weinig tot geen economen die ook andere dan de eigen sessies bezochten. Zo ontstond de situatie dat het grote Hilton hotel een enorme verscheidenheid herbergde van geloofsgemeenschappen, elk met hun eigen diensten. Sprekers konden hun gang gaan – het publiek stond louter sympathiek tegenover de analyses en beleidsadviezen. Ter illustratie van dit onvermogen zal in het vervolg een paar voorbeelden van ‘kerkdiensten’ worden gegeven.

Postkeynesianen

In een druk bezochte rondetafel bijeenkomst legden James Galbraith, Robert Reich en nog een paar minder bekende goden uit dat de Amerikaanse crisis het gevolg is van een ernstig gebrek aan regulering, waardoor een plutocratische elite het financiële systeem heeft doen ineenstorten. De financiële instellingen moeten weer in handen komen van de kaders die dicht bij de massa van de klanten staan en geen exorbitante bonussen ontvangen. Met andere woorden, zij die nog als vanouds meer beïnvloed zijn door een cultuur van maatschappelijke verantwoordelijkheid dan de huidige elite. De overheid zal nu een hele reeks taken op zich moeten nemen met betrekking tot het uitlenen van geld, het opvoeren van de bestedingen en het tewerkstellen van werklozen.

Marxisten

In een minder druk bezochte sessie werden een aantal papers gepresenteerd waarin de huidige mondiale crisis werd geanalyseerd. Coryfeeën in de kring van marxisten als Crotty, Morse, Krotz en Li lieten zien dat de toegenomen ongelijkheid in de inkomensverdeling de oorzaak van de crisis is. De Amerikaanse lonen zijn praktisch niet gestegen, ondanks een continue stijging in de arbeidsproductiviteit. Zorgvuldig onderzoek naar de ontwikkeling van de kosten met betrekking tot kinderopvang, medische kosten en onderwijskosten laat zien dat de koopkracht van de lonen zelfs gedaald is. Om in een omgeving van hoge en stijgende welvaart het hoofd boven water te houden, werd de Amerikaanse arbeidersklasse gedwongen in toenemende mate in te gaan op de mogelijkheden, door banken geboden, om noodzakelijke consumptieve uitgaven te financieren met leningen. De toegenomen inkomensongelijkheid wordt vooral bepaald door de top één procent van de bevolking, vooral bestaande uit een elite van kapitalisten en topmanagers. Alleen een fundamentele hervorming van de nu nog kapitalistische orde kan toekomstige crises voorkomen.

Neoklassieken

In dit kamp zitten de meeste Nobelprijswinnaars, die in grote getale optraden: William Sharpe en Edmond Phelps, bijvoorbeeld (1). Zij presenteerden analyses die we allemaal kennen uit de tekstboeken. Volgens Sharpe is de crisis het gevolg van foute schattingen van financiële risico’s en zullen we onze technieken op dit punt moeten verbeteren. Volgens Phelps hebben gezinshuishoudingen en overheid te veel geleend. Om de speculatieluchtbellen in de prijs van activa, zoals aandelen en onroerend goed, kwijt te raken moeten we een neergang van de economie accepteren.

De noodzaak van debat tussen scholen

Indien een relatief homogene groep bijeenkomt, en belangrijke problemen bespreekt, zullen de vooronderstellingen ofwel axioma’s van de groep nooit ter discussie worden gesteld. Ze vormen een essentieel onderdeel van hun cultuur; dat wat de leden bindt en hen tot een groep maakt. Een belangrijk kenmerk van cultuur is dat het door de leden van de groep vaak niet als cultuur, maar als iets natuurlijks wordt ervaren. Er zijn mensen van een andere cultuur nodig om de axioma’s ter discussie te stellen.

Zolang groepen niet met elkaar worden geconfronteerd zal het wederzijdse begrip niet toenemen en kunnen syntheses tussen de verschillende scholen zich niet ontwikkelen. De een blijft het neoliberalisme verdedigen voor een neoliberale aanhang. De ander pleit voor striktere regulering voor een publiek dat daar reeds van overtuigd was. Een derde wil een fundamentele hervorming omdat anders de ongelijkheid niet sterk kan worden gereduceerd. Maar dat wisten zijn toehoorders al.

Mondiale economische politiek

De vraag is dus door wie de G20-landen zich moeten laten adviseren. Indien de neoklassieke adviseurs domineren dan zal de mondiale economie in hoge mate een vrije markteconomie blijven. De overheden zullen worden opgeroepen om zich voorspelbaarder te gedragen en transparantie te bevorderen. Indien er naar postkeynesiaanse adviseurs geluisterd wordt zullen overheden afspreken om blijvend in hun economieën te interveniëren, bij voorkeur op gecoördineerde wijze. Vooral de financiële wereld zal sterk gereguleerd worden, de overheid zal zich intensief bemoeien met het bankwezen en de overheid zal de overheidsbegroting gebruiken om de investeringen te stabiliseren. Een vaste verhouding tussen de dollar en de euro zou een belangrijke bijdrage daartoe kunnen leveren. Op deze wijze zouden overheden een stabiel kader bieden aan particuliere beleggers en investeerders, waardoor het nemen van risico’s mogelijk wordt gemaakt zonder dat irrationele elementen de boventoon gaan voeren.

Of zouden ze ook naar marxisten luisteren? Sommige landen, zoals China en Brazilië bijvoorbeeld, misschien wel. Dan zal de inkomensgelijkheid niet alleen als sociaal-moreel wenselijk maar ook als rationeel en economisch efficiënt worden aangemerkt. Dit zou kunnen inhouden dat een mondiaal programma wordt ontwikkeld ter stimulering van de investeringen en consumptie in niet-westerse landen, waar een meer egalitaire samenleving naar Europees model wordt voorgestaan.

Tot besluit

Het moderne economische onderzoek betreft in veel gevallen het empirisch toetsen van hypothesen. Telkens blijkt weer, hoe belangrijk empirische gegevens ook zijn, dat deze werkwijze geen uitsluitsel geeft omtrent de vraag welke benadering de meest realistische is. Belangrijke vooruitgang kan worden geboekt indien de diverse scholen systematisch met elkaar zouden worden geconfronteerd, waardoor de axioma’s ter discussie worden gesteld.

Zolang economen van diverse huize niet met elkaar communiceren, zullen politici van diverse huize met elkaar een werkbaar compromis moeten formuleren uit de aanbevelingen die voortvloeien uit de analyses van de diverse scholen, te weten de neoklassieke roep om meer transparantie en een scherper monetair en financieel toezicht, de postkeynesiaanse roep om meer regulering en een actieve overheid als het gaat om leningen, bestedingen en werkgelegenheid en de marxistische roep om een hoger arbeidsaandeel.

Voetnoot:

(1) De Nobelprijswinnaar Mundell was de enige uitzondering. Zijn enthousiaste pleidooi voor een stabilisering van de dollar-euro ratio past meer in het keynesiaanse dan in het neoklassieke kamp. Helaas was er in de zitting waarin hij sprak, en waar nog vier andere Nobelprijswinnaars spraken, geen gelegenheid tot debat!

Referentie:

Piet Keizer, 2008, “Economen over de kredietcrisis”, Me Judice, jaargang 1, 6 oktober, 2008.

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik