Back

Artikel

Home

Duitse bazaareconomie staat een arbeidsmarktwonder niet in de weg

9 jun 2012
Dossiers: Eurocrisis
Onderwerpen: Internationale handel, Macro-economische politiek
De arbeidsmarkthervorming volgens de voorstellen van de Hartz-commissie heeft in de afgelopen jaren in Duitsland een omslag bewerkstelligt van een kwakkelende bazaareconomie naar een arbeidsmarktwonder. Deze is vergelijkbaar met de overgang van de Hollandse ziekte naar het Hollandse wonder na het akkoord van Wassenaar. De Amsterdamse econoom Frank den Butter bespreekt deze omslag in de Duitse economie.

In het begin van deze eeuw stond de Duitse economie er slecht voor. De groei stagneerde en de werkloosheid was rond 2005 opgelopen tot bijna 5 miljoen personen. Dat was niet alleen een gevolg van de vereniging van Oost met West Duitsland, want ook in West Duitsland vertoonde de werkloosheid een stijgende trend, van ongeveer 1,5 miljoen in 1990 tot ongeveer 3 miljoen in 2005.

Bazaareconomie

Ondertussen was er zo op het eerste gezicht niets mis met de concurrentiekracht van Duitsland. Nog altijd, en zelfs sterker dan voorheen, was Duitsland wereldkampioen in de export, met een flink betalingsbalansoverschot. Dit bracht Sinn (2005, 2006) er toe deze economische puzzel te benoemen als de “bazaareconomie”. Het idee was dat Duitsland steeds meer gebruik maakte van productiemogelijkheden in lagelonenlanden, waarbij in Duitsland zelf slechts de kapitaalintensieve, op export gerichte assemblage van in het buitenland geproduceerde onderdelen plaatsvond. Het was net zoals in de Oosterse bazaar waar de goederen van elders worden aangevoerd en worden verkocht aan de bezoekers van de bazaar, die ze vervolgens weer naar buiten meenemen. Het betekende dat de vraag naar productiearbeid in Duitsland snel terugliep. Dat bood een verklaring voor de oplopende werkloosheid, te meer daar de loonverhoudingen star waren en de arbeidsmarkt daardoor weinig flexibel. De oplossing die Sinn voorstelde was een doorbreking van de loonstarheden en flexibilisering van de arbeidsmarkt, waardoor de productie weer in eigen land kon plaatsvinden en de transactie-economie van de bazaar werd afgebouwd. Door de productiearbeid in het eigen land goedkoper te maken zou minder productie aan het buitenland worden uitbesteed.

De overgang naar het arbeidsmarktwonder

Tegenwoordig is er in Duitsland weinig kommernis meer over het feit dat een deel van de productie aan het buitenland wordt uitbesteed. Behalve dat Duitsland nog steeds wereldkampioen export is, behoort het land nu qua groei en daling van de werkloosheid ook tot de sterkste economieën van de wereld. Deze gunstige ontwikkeling kan volgens verschillende Duitse bronnen ( Möller et al., 2009, Gartner en Klinger, 2010, Eichhorst et al., 2010) voor een belangrijk deel op het conto worden geschreven van hervormingen van de arbeidsmarkt en de sociale verzekeringen. Deze zijn gebaseerd op de aanbevelingen van de Hartz-commissie. In 2002, bij de eerste aanbevelingen van deze commissie onder voorzitterschap van Peter Hartz, indertijd personeelsdirecteur van Volkswagen, was er nog enige scepsis over de voorgestelde maatregelen om de werkloosheid in Duitsland met 2 miljoen personen te verminderen (Den Butter, 2002). De aanbevelingen zijn in vier ronden uitgewerkt in concrete maatregelen om de Duitse arbeidsmarkt te flexibiliseren en te activeren. Met name de veranderingen in de laatste ronde in 2005, die bekend staan als Hartz IV, waren zeer ingrijpend en hebben in belangrijke mate bijgedragen aan wat nu als het Duitse arbeidsmarktwonder wordt beschouwd.

Hartz IV: van Bismarck naar Beveridge

Karakteristiek voor Hartz IV is dat een verschuiving plaatsvond van het Bismarck-model van sociale zekerheid, met een aan het loon en arbeidsverleden gerelateerde werkloosheidsverzekering, naar het Beveridge model van sociale voorzieningen. In het nieuwe stelsel van Hartz IV is de hoogte, maar vooral ook de duur van de werkloosheidsuitkeringen sterk teruggebracht. Toegevoegd is een soort basisvoorziening voor langdurig werklozen en anderen die actief op zoek zijn naar een baan. Deze wordt uit de algemene middelen gefinancierd en er geldt een vermogenstoets. Deze uitkering is gekoppeld aan een actieve arbeidsbemiddeling en verplichting om aangeboden banen te aanvaarden. Daarnaast is er nog een op de individuele behoeften toegesneden systeem van bijstandsregelingen. Dit alles is overigens geen vetpot: de hervormingen van de arbeidsmarkt volgens Hartz IV zijn dan ook in Duitsland niet populair.

Toch is het sinds 2005 langzaamaan beter gegaan met de Duitse arbeidsmarkt en de Duitse economie. Daarbij geldt dat dit soort drastische veranderingen tijd nodig heeft om door te werken: iets soortgelijks heeft zich in Nederland na het akkoord van Wassenaar voorgedaan. Ook toen heeft het nog een paar jaar geduurd voordat de Hollandse ziekte (“Dutch disease”) omsloeg in het Hollandse wonder (“Dutch miracle”). Inmiddels is in Duitsland, volgens gegevens van mei 2012, de werkloosheid tot iets boven de 2,8 miljoen personen gedaald. Ten opzicht van de top van 2005 is dat een daling van meer dan 2 miljoen. Duitse arbeidsmarktgegevens tonen twee redenen voor deze gunstige ontwikkeling.

In de eerste plaats heeft de flexibilisering van de arbeidsmarkt geresulteerd in een flinke loonmatiging. De loonkosten zijn in de periode na Hartz IV nauwelijks gestegen. Het resultaat is dat de loonkosten per eenheid product in Duitsland relatief laag zijn in vergelijking met andere euro-landen.

In de tweede plaats heeft de activering van de arbeidsmarkt de structurele werkloosheid omlaag gebracht, zoals blijkt uit een betere koppeling van werkzoekenden aan vacatures. Dankzij deze modernisering van de arbeidsmarkt heeft Duitsland ook de kredietcrisis en de daarmee verbonden diepe conjuncturele inzinking betrekkelijk goed doorstaan. Net als in Nederland is de werkloosheid tijdens de kredietcrisis in Duitsland veel minder sterk opgelopen dan op basis van eerdere ontwikkelingen was voorspeld. Dit kan slechts ten dele aan de regeling voor deeltijd werkloosheidsvoorziening worden toegeschreven. Ook anderszins was er in Duitsland een grote flexibiliteit in het aantal gewerkte uren. Dat heeft voor een belangrijk deel de gedaalde arbeidsvraag vanwege de crisis opgevangen, zodat het niet nodig was werknemers te ontslaan. Ondanks de groeivertraging vanwege de eurocrisis wordt ook voor 2012 en 2013 voor Duitsland een verdere daling van de werkloosheid voorzien.

De bazaareconomie voorbij

Het arbeidsmarktwonder betekent niet dat de bazaareconomie is verdwenen. Nog steeds wordt in Duitsland een deel van de productie uitbesteed. Dit is geheel in lijn met de wereldwijde trend van globalisering en fragmentatie van productie waarbij de productieketen steeds verder wordt opgesplitst en via outsourcing en offshoring daar wordt geproduceerd waar dat de meeste waardecreatie oplevert. De handel in producten wordt langzaamaan vervangen door een handel in taken (Grossman en Rossi-Hansberg, 2008). Verschillende studies tonen dat de werkgelegenheid in Duitse bedrijven die hun productie hebben uitbesteed niet is gekrompen (Pflüger et al., 2010). Integendeel, de werkgelegenheid in bedrijven met uitgaande directe buitenlandse investeringen neemt toe aangezien dit juist de bedrijven met de meeste concurrentiekracht zijn. Daarbij wordt wel een hoger opleidingsniveau verlangt zodat de laag opgeleiden verliezers zijn. Toch blijken er in Duitsland ook taken te worden uitbesteed aan de Oost Europese buren waar een hoger opleidingsniveau nodig is. Tot slot leidt het feit dat de productie steeds meer een internationaal karakter krijgt, niet tot een grotere baanonzekerheid in het thuisland. Al met al zit het feit dat Duitsland verder opschuift in de richting van een bazaareconomie het arbeidsmarktwonder niet in de weg.

Referenties

Butter, F.A.G. den, 2002, De man van twee miljoen, Economisch Statistische Berichten, 87, Dossier Duitsland, blz. D19.

Eichhorst, W., M. Grienberger-Zingerle en R. Konle-Seidl, 2010, Activating labor market and social policies in Germany: from state protection to basic income support, German Policy Studies, 6 (1), blz. 65-10,

Gartner, H. en S. Klinger, 2010, Verbesserte Institutionen für den Arbeitsmarkt in der Wirtschaftskrise, Analysen und Berichte Arbeitsmarkt, Wirtschaftsdienst 2010 (11), blz. 728-734.

Grossman, G.M. en E. Rossi-Hansberg, 2008, Trading tasks: a simple theory of offshoring, American Economic Review, 98 (5), blz. 1978-1997.

Möller, J., U. Walwei, S. Koch, P. Kupka en J. Steinke, 2009, Fünf Jahre SGB II: Eine IAB-Bilanz: Der Arbeitsmarkt hat profitiert, IAB Kurzbericht 29/2009, blz. 1-6.

Pflüger, M., U. Blien, J. Möller en M. Moritz, 2010, Labour market effects of trade and FDI: recent advances and recent gaps, IZA Discussion Paper No. 5385.

Sinn, H.W., 2005, Die Basar-Ökonomie; Deutschland: Exportweltmeister oder Schlusslicht?, Ullstein Buchverlage GmbH, Berlin.

Sinn, H.W. 2006, Das deutsche Rätsel: warum wir Exportweltmeister und Schlusslicht zugleich sind, Perspektiven der Wirtschaftspolitik, 7 (1), blz. 1-18.

Gerelateerde artikelen

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik