Back

Artikel

Home

‘Double dip’ heeft Nederland niet in eigen hand

13 aug 2010
Onderwerpen: Macro-economische politiek, Openbare financiën
Het verder laten oplopen van overheidsschulden in de rijke industrielanden zal de economische groei sterk remmen. Meer hebben de heftige debatten van deze zomer over stimuleren versus bezuinigen niet opgeleverd, schrijft CPB-econoom Wim Suyker. De uitkomst van het debat over wat nu verstandig macro-economisch beleid is, zal van grote invloed zijn op de kleine, open economie die Nederland is.

Geen begin van overeenstemming

Economen verwijzen graag naar John Maynard Keynes’s opmerking “When the facts change, I change my mind. What do you do, sir?”. Maar de internationale discussie over al of niet bezuinigen, die tijdens de vakantieperiode in alle hevigheid voortduurde, maakt duidelijk dat zij er niet naar handelen. De twee kampen − ik duid ze hier maar aan als de ultra-keynesianen en de rest − blijven elkaar vanuit hun schuttersputjes bestoken met argumenten die zij al tijden gebruiken. Over de grootte van multipliers, over de betekenis van de huidige lage rentes en inflatieniveaus, over de betekenis van vertrouwen bij consumenten, bedrijven en investeerders, over de lessen die uit de depressie van de jaren dertig kunnen worden getrokken. Vruchteloos en zonder enig effect. Niemand die overloopt naar het andere kamp. Geen Saulus/Paulus die het licht ziet. Geen begin van synthese. Niemand die zich tussen de twee kampen vestigt. (Waarom zou je ook? Je loopt dan alleen het gevaar om van twee kanten beschoten te worden.)

Stimuleren was het toverwoord

Hoe anders was het eind 2008 en begin 2009, toen duidelijk werd dat wij in een diepe recessie terecht waren gekomen en een depressie dreigde. Toen waren er veel economen in het “rest”-kamp die hun visie herzagen, na decennia lang negatief te zijn geweest over actief begrotingsbeleid. De ECB-president heeft die herziene visie in een recent artikel in de Financial Times helder verwoord: “without the swift and appropriate action of central banks and a very significant contribution from fiscal policies, we would have experienced a major depression’’. Tot het uitbreken van de Grote Recessie had de ECB zich altijd zeer negatief over expansief begrotingsbeleid uitgelaten.

Europa beweegt wel

Ondanks de vruchteloze beleidsdiscussie hebben Europese beleidsmakers en veel beleidseconomen, in tegenstelling tot de Amerikaanse universiteitseconomen die het debat sterk bepalen, dit jaar wél hun visie over noodzakelijk begrotingsbeleid aangepast. Zij hebben wél nieuwe feiten waargenomen. Vooral in Griekenland, waar het grote overheidstekort plotseling tot een sterke rentestijging leidde. Met directe doorwerking op andere Europese landen met grote overheidstekorten. Lage rentes nu zijn dus geen garantie voor lage rentes in de nabije toekomst; het is zelfs mogelijk dat overheidsobligaties die nu gemakkelijk te plaatsen zijn in de toekomst helemaal niet te slijten zijn aan investeerders. Vooral in Zuid-Europa ging het roer om. Regeringen kwamen met plannen om het overheidstekort fors terug te brengen. Zelfs in Frankrijk, waar het gebruik van het woord rigueur altijd een politieke doodzonde was. Hoe deze plannen in concrete maatregelen worden omgezet, valt overigens dit najaar nog te bezien.

Nederlandse economie speelbal van internationale krachten

De internationale discussie over bezuinigingen wordt in Nederland nog eens dunnetjes overgedaan. Vanzelfsprekend lopen daarbij de algemene discussie over juist begrotingsbeleid en het debat over het nieuwe regeerakkoord verwarrend door elkaar heen. Opvallend vaak wordt in die discussie vergeten dat Nederland een klein land is en dat Nederlandse recessies vrijwel nooit binnenlands gemaakt worden. Nederlands begrotingsbeleid kan op korte termijn er toe leiden dat de economische groei in Nederland wat hoger of lager ligt dan in de omliggende landen. Nederlands beleid bepaalt echter niet of Europa − en daarmee Nederland − al of niet in een double-dip terechtkomt. Het is prima te verdedigen om tegen bezuinigen op wereldniveau op dit moment te zijn en tegelijkertijd voor geleidelijke omvangrijke bezuinigingen in Nederland in de komende vijf jaar. Als markten hun werk kunnen doen, zullen in Nederland lagere binnenlandse bestedingen door bezuinigingen deels worden opgevangen door hogere uitvoer.

Nieuwe inzichten

Was er dan niets ter leering ende vermaack tijdens die zomerlange internationale begrotingsdiscussie? Zo droevig was het ook weer niet. Veel opiniestukken waren zo prachtig geschreven dat je vergat dat dezelfde argumenten al in jaren dertig tijdens de Keynes - Treasury discussie zijn gebruikt. Paul Krugman vindt het niks, maar persoonlijk heb ik de empirische analyse van Kenneth Rogoff en Carmen Reinhart over de invloed van overheidsschuld op economische groei zeer gewaardeerd. Zij concluderen dat economische groei duidelijk afneemt bij overheidsschuld boven de 90 procent van het bbp. Analyse van dit verband is zeker niet nieuw, maar hun analyse is zeer uitgebreid en tijdig nu de overheidsschuld in de OESO-landen vorig jaar boven de 90 procent bbp kwam en in de komende jaren nog sterk zal stijgen als het begrotingsbeleid niet reageert. Veel meer nieuwe empirische input in de discussie is er helaas niet. Maar wie weet heeft de zomervakantie tot veel inspiratie geleid bij collega-economen en komt er later dit jaar een stroom van prachtige nieuwe studies op gang. Bovendien komt later in augustus nog het officieuze einde van het zomerseizoen voor macro-economen: de Jackson Hole conferentie die dit jaar over begrotingsbeleid zal gaan. De kans dat de komende studies niet meer relevant zijn, is klein. De Grote Recessie is immers meer dan een rimpelinkje in de economische vijver dat snel verdwijnt.

Gerelateerde artikelen

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik