Back

Artikel

Home

Dollar wankelt op zijn troon

13 nov 2010
Dossiers: Eurocrisis
Onderwerpen: Financiële markten
Op de ontmoeting van staatshoofden en regeringsleiders van de G-20 in Seoul gaat het over de gevolgen van de recente monetaire verruiming door de Fed, de Amerikaanse centrale bank, op de rest van de wereld. Vrees voor een valutaoorlog en hervorming van het internationale monetaire stelsel zijn de drijfveren, maar er steekt meer achter. Het gaat om het bepalen van de nieuwe geopolitieke verhoudingen tussen de VS, Europa en de opkomende economieën.

Opkomende landen als China klagen dat zij veel last hebben van het beleid van de Fed. Veel van de versgedrukte dollars de VS vloeien weg naar die landen, op zoek naar rendement. Dat zet de koersen van de munten van die landen onder opwaartse druk. Om dat te voorkomen moeten veel landen interveniëren. Aangezien ze daarvoor dollars moeten kopen, leidt dat tot een tweetal problemen. In de eerste plaats neemt de geldhoeveelheid in opkomende landen enorm toe wat in de toekomst tot oplopende inflatie, zowel de reguliere prijsinflatie als activa-inflatie, zal leiden. Daarnaast voegt het nog meer dollars toe aan de valutareserves van die landen. Dat laatste is inmiddels veranderd van een deugd in een grote bron van zorg. Wanneer de dollar in waarde daalt, zullen opkomende landen grote verliezen lijden.

De dollar is al bijna een eeuw de dominante wereldmunt. Een van de gevolgen van het huidige beleid van de Amerikaanse centrale bank op de langere termijn zal zijn dat de dollar die dominante positie zal kwijtraken. Een munt kan die rol alleen vervullen als het uitgevende land een baken is van monetaire stabiliteit en zo een stevige anker voor de wereldeconomie. De Amerikaanse autoriteiten leveren die stabiliteit al jarenlang niet. De recente acties van de Fed, namelijk duizenden miljarden dollars drukken, laten duidelijk zien dat de VS daarmee door zal gaan.

Niet dat de val van de dollar van de ene dag op de andere zal gebeuren. De wisseling van de wacht op de valutatroon duurt doorgaans decennia. Dat proces is echter wel begonnen. China laat langzaam maar zeker zijn bedrijven toe handel met andere landen in yuans de drijven. In Azië is een web van garanties en noodleningen opgericht om in geval van nood de landen in problemen uit de regio te kunnen steunen en zo het Internationaal Monetair Fonds, en dus de dollar, uit te schakelen. Er wordt zelfs gedroomd van een Aziatische muntunie.

Ook in het Midden-Oosten bestaan die plannen. De regionale centrale bank is er al en de toekomstige gezamenlijke munt heeft ook al een naam. Ook Afrika en Latijns Amerika smeden plannen voor een regionale munt. Steeds is het doel de afhankelijkheid van de dollar te verminderen. De euro is in feite ook een uiting van die wens. De plannen voor een Europese munt zijn na de ineenstorting van het stelsel van Bretton Woods door de ontkoppeling van de dollar van het goud in stroomversnelling gekomen. Het onverwachte besluit van de Amerikaanse regering bijna 40 jaar geleden zorgde voor grote instabiliteit in de wereldeconomie en droeg mede bij aan de ontwrichtend hoge inflatie in dat decennium. Toen al gedroegen de VS zich onverantwoordelijk gezien de status van hun munt. Maar zij kwamen er toen mee weg omdat geen enkele andere munt die dominante rol van de dollar kon overnemen.

De euro heeft het in zich de dollar naar de kroon te steken als de valutaire heerser in de wereld. Zo vaart de Europese Centrale Bank (ECB) een wezenlijk andere koers dan de Fed. De ECB is compromisloos als het op prijsstabiliteit aankomt en zorgt daarmee dat de eurozone een eiland van monetaire stabiliteit is in deze turbulente tijden. Dat zien opkomende landen ook. Dat is de reden waarom ze steeds vaker het aandeel van de euro in hun reserves uitbreiden en, onder aanvoering van China, openlijk oproepen tot een ingrijpende hervorming van het internationale monetaire stelsel. Zo’n hervorming zal ook gevolgen hebben voor de geopolitieke verhoudingen.

De economische voordelen van de dollar als de dominante sleutelvaluta zijn groot geweest. Allereerst konden de VS profiteren van zogenaamde ‘seigniorage’ of inflatiebelasting, dat kan oplopen tot enige tienden van procenten van het bruto binnenlandse product (bbp). Daarnaast hadden de VS ook voordeel van de ‘liquidity discount’ als gevolg van de toegenomen diepte en liquiditeit van de Amerikaanse kapitaalmarkt, die kon variëren van 25 tot 50 basispunten op overheidsobligaties. De voormalige Franse president Charles de Gaulle ergerde zich vooral aan een ander ‘exorbitant voordeel’ dat de VS genoten als uitgever van de wereldmunt. Dat land kan als enige daardoor dollars drukken en daarmee zijn importen en tekorten op de lopende rekening financieren. Andere landen moeten eerst die dollars verdienen alvorens die uit te geven. Bijna 40 jaar na de dood van het stelsel van Bretton Woods is er nog niets veranderd in deze Amerikaanse houding: ‘it’s our currency and your problem’. Europa heeft nu de keuze om met steun van de opkomende landen die voordelen naar zich toe te trekken. De Gaulle zou dat zeker toejuichen.

* Deze bijdrage verscheen eerder in het Financieele Dagblad van 12 november 2010.

Bron foto: IMF

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik