Back

Artikel

Home

De politieke economie van het verval

14 dec 2013
Dossiers: Eurocrisis
Onderwerpen: Macro-economische politiek

De Verenigde Staten en Europa hebben te kampen met hardnekkige gevolgen van de crisis. En volgens Sylvester Eijffinger is er geen zicht op verbetering. De Verenigde Staten kampt met een langdurige strijd tussen de Democratische president en het Republikeinse Congres, die door de polarisatie steeds verder verhard is. En Europa kampt met zijn voortdurende eurocrisis. Oplossingen zijn er wel maar vereisen durf en leiderschap. De politiek is helaas verworden tot een mediacircus waarin kortetermijndenken en een afrekencultuur overheerst.

 

Kaasschaaf-logica

In de Verenigde Staten, Europa en Nederland is er al enige tijd sprake van verval. Dit essay probeert de oorzaken van het verval vanuit een poltiek-economisch gezichtspunt te analyseren. Na het passeren van de fiscal cliff eind vorig jaar doet nu de sequester (kaasschaaf) zijn werk en dat betekent dat elke overheidsdienst in de VS een budgetvermindering krijgt opgelegd. De Amerikaanse president Barack Obama kan bijna geen beleid meer maken, omdat hij voor elke beleidswijziging de Republikeinen in het Amerikaanse Congres nodig heeft. Misschien gokt Obama erop dat hij bij de mid-term elections in november 2014 gaat winnen, zodat hij met een Democratisch Congres de laatste twee jaar van zijn presidentschap heeft om beleidswijzigingen door te voeren. De sequester geldt hierbij eigenlijk niet als probleem, maar juist als instrument voor het geleidelijk terugdringen van de overheidsuitgaven.

Partijen zonder kern

De sequester legt echter wel een fundamenteler probleem bloot binnen de Republikeinse gelederen. De Republikeinse Partij is een ‘ party with an empty core’ en bestaat uit verschillende facties, die in beginsel niets met elkaar gemeen hebben en dus moeilijk onder één noemer gebracht kunnen worden: Libertarians, Business Conservatives, Religious Right en de Tea Party. Vooral beide laatste facties maken het onmogelijk voor de Republikeinse Partij, onder aanvoering van hun leider in het Congres Boehner, een compromis over de begroting met Obama te sluiten. De Verenigde Staten zijn door de toenemende instabiliteit en polarisatie binnen de Republikeinse Partij op de lange termijn onregeerbaar geworden.

Probleem van de staatsschuld

Het eerste onderwerp waarover Obama sprak na zijn herverkiezing eind 2012, was de Amerikaanse staatsschuld. Hij wil het enorme begrotingstekort aanpakken en zo de toename van de staatsschuld beteugelen. Bijna alle westerse landen zijn bezig of hebben plannen om de eigen staatsschuld terug te brengen of de toename ervan op zijn minst te stoppen. Een land kan zijn staatsschuld verlagen door het terugdringen van het begrotingstekort of het creëren van een primair begrotingsoverschot (gecorrigeerd voor rentelasten).

Men kan de teller van het tekort beïnvloeden door de belastingen te verhogen en/of de overheidsuitgaven te verlagen en/of meer economische groei te genereren. Bij een hoge economische groei doen de automatische stabilisatoren wonderen. De overheid geeft hierdoor minder uit aan werkloosheidsuitkeringen, terwijl ze daarnaast meer ontvangt via hogere belastingopbrengsten. Belastingen sterk verhogen doen politici liever niet, omdat daardoor hun kansen op herverkiezing slinken. En als het al gebeurt, gaat het gepaard met compenserende maatregelen die zogenaamd de schade moeten herstellen. Wanneer alles bij elkaar wordt opgeteld en afgetrokken, blijken de burgers er toch op achteruit te gaan.

Aan overheidsuitgaven verlagen doen politici eveneens liever niet. Het Amerikaanse politieke bestel is door de tegenstellingen tussen Democraten en Republikeinen al decennia zo verlamd dat het niet in staat blijkt de overheidsuitgaven terug te brengen. Op hulp ‘vanuit’ economische groei hoeven politici ook niet te rekenen. Alles wijst erop dat de economische groei in de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en de eurozone jarenlang zeer laag zal zijn door het afbouwen van schulden en het verminderen van risico’s door banken, bedrijven, huishoudens en overheden.

In zichzelf gekeerd land

Nederland is een in zichzelf gekeerd land geworden. Door het proces van globalisering zijn oude zekerheden verdwenen. Nieuwe bedreigingen zijn daarvoor in de plaats gekomen. Gebeurtenissen als 9/11, de moorden op Fortuyn en Van Gogh, de val van Lehman Brothers en de eurocrisis hebben dat onderliggende proces versterkt, maar het begon eerder. De middenklasse is conservatief. Men heeft een koophuis of een tweede auto en wil daar geen afstand van doen. Door de globalisering verdwijnen banen, in het bijzonder bij de middenklasse. De zorg wordt duurder en het onderwijs slechter. Belastingverhogingen en andere lastenverzwaringen komen vrijwel altijd bij de middenklasse terecht, die dat niet meer accepteert en in opstand komt. In elke westerse democratie is dit proces gaande.

…met afkerige partijen

Overheid en bedrijfsleven lijken zich van elkaar te hebben afgekeerd: zij communiceren nauwelijks met elkaar. Het politieke landschap in Nederland is gefragmenteerd en instabiel geworden. De middenpartijen (VVD, PvdA, CDA, D66 en Groen Links) lijken niet meer in staat heldere antwoorden op de problemen van globalisering te geven. Zij zijn nauwelijks in staat een kabinet te vormen. Extreem-links en -rechts (SP en PVV) hebben het electoraat uit het midden weggezogen met hun beloften de status quo te handhaven. Zij bieden geen realistische oplossingen. ‘Les extrêmes se touchent,’ zeggen de Fransen en daarmee bedoelen zij dat de uiteinden sterk op elkaar lijken.

De politieke en economische elite in ons land schijnt er maar niet in te slagen de harten van de hardwerkende en veel belasting betalende middenklasse te veroveren. De middenklasse is angstig en onzeker en voelt zich bedreigd. De lagere klassen genieten nog steeds bescherming door de verzorgingsstaat, ook al is het sociale vangnet aan erosie onderhevig. De hogere klassen hebben een sterke positie op de arbeidsmarkt en zijn in staat zichzelf goed te beschermen. De middenklasse voelt zich echter in de steek gelaten en is daarom aan het muiten geslagen.

Treurig en treuriger

De vraag is nu welke situatie erger is: de Verenigde Staten met zijn langdurige strijd tussen de Democratische president en het Republikeinse Congres, die door de polarisatie steeds verder verhard is, of Europa met zijn voortdurende eurocrisis, waarbij marginale stappen worden gezet en waar steeds maar weer nieuwe politici op het toneel verschijnen met een platte leercurve (Rajoy, Hollande, Rutte)? Mijn antwoord luidt dat de ellende in de Verenigde Staten tenminste voorspelbaar is, wat niet gezegd kan worden van de eurocrisis.

Bermuda driehoek

Mijn verklaring voor de politieke instabiliteit en polarisatie, zowel in de Verenigde Staten als in Europa, is dat de middenklassen zich van alle klassen het meest bedreigd voelen door de toenemende globalisering, of het nu gaat om inkomen, publieke voorzieningen (onderwijs, gezondheidszorg, veiligheid, etc.) of werkgelegenheid. Daardoor wordt het electorale midden bij verkiezingen steeds dunner en wordt het ook moeilijker om stabiele en daadkrachtige regeringen in de westerse democratieën te vormen. Er is een ‘Bermuda-driehoek’ van het kortetermijndenken ontstaan. In de ene hoek bevindt zich de politiek, met haar voortdurend opportunisme en scoringsdrift in de media; in de andere hoek vinden we de media met hun focus op politieke proefballonnen en relletjes; in de derde hoek houdt zich het electoraat op, waarvan de volatiliteit alleen nog maar toeneemt. Elke westerse democratie loopt op dit moment het gevaar in deze ‘Bermuda driehoek’ verzwolgen te worden. De fundamentele oplossing voor dit structurele probleem zou natuurlijk een aanpassing van de politieke instituties zijn, maar dat eist een ingewikkeld wetgevingsproces en een gekwalificeerde meerderheid in het parlement, die vanzelfsprekend niet te vinden is.

Waar zijn de leiders met gezag?

Het lijkt er steeds meer op dat niet ‘the best of the nation’ in de politiek actief zijn, maar ‘the worst of the nation’. Dat komt doordat mensen uit het bedrijfsleven, het openbaar bestuur of de wetenschap geen ambitie of belangstelling hebben voor het politieke ambt, aangezien de afbreuk- en reputatierisico’s zo enorm zijn en de politieke levenscyclus zo beperkt. Door het kortetermijndenken is er sprake van een politieke variant van de ‘Wet van Gresham’: ‘bad politicians drive out good politicians’. Daarom is er, om met de socioloog Max Weber te spreken, meer dan ooit behoefte aan ‘Hoffnungsträger’, persoonlijkheden die de burger hoop kunnen geven. Deze dragers van hoop zijn schaars, maar komen vaak in tijden van crises naar voren. Waar zijn de ‘Hoffnungsträger’ in onze politiek, ons openbaar bestuur en ons bedrijfsleven?

* Dit essay is een verkorte versie van ‘Het verval van de economie en de economie van het verval’ dat geschreven is voor Nexus 64.

Gerelateerde artikelen

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik