Back

Artikel

Home

De onvermoede effecten van een rookverbod

25 mei 2008
Onderwerpen: Gezondheidszorg
Het verbod op roken verspreidt zich snel over Europa. Nieuw onderzoek suggereert dat het verbod niet alleen het roken vermindert onder rokers, maar ook onder hun familie en vrienden. Sociale interactie zorgt er voor dat gezondheidszorgeffecten van een rookverbod sterk worden uitvergroot.

Europese rokers worden tegenwoordig buitengesloten, letterlijk en figuurlijk. Ierland was het eerste land dat het roken in alle besloten ruimtes verbood (in 2004). Frankrijk, Italië, Noorwegen, Schotland, Zweden en vele andere landen hebben sindsdien ook rookverboden geïntroduceerd (1). Het standaardargument om roken te verbieden leunt op de bescherming van niet-rokers die in de buurt van rokers toch meeroken en daardoor schadelijke effecten ondervinden. Echter, recent onderzoek suggereert een nog belangrijkere rechtvaardiging voor het rookverbod: roken is een sociaal besmettelijke ziekte. Dat het gedrag van mensen afhankelijk is van hun sociale omgeving is nauwelijks nieuws. Maar dergelijke effecten worden zelden in de ontwikkeling van overheidsbeleid betrokken omdat de verbanden niet bewezen zijn. Tot voor kort zou dit een geldige gedachte zijn geweest. Maar een omvangrijke en snel groeiende empirische literatuur laat zien dat de keuzes van mensen beïnvloed worden door hun vrienden en gelijken; dit geldt ook voor keuzes die de gezondheid bepalen. Een recente studie suggereert bijvoorbeeld dat de obesitas-‘epidemie’ in de Verenigde Staten zich verspreidt van persoon op persoon als ware het een virus (Christakis en Fowler, 2007).

Wat is sociaal roken?

Staat roken bloot aan hetzelfde besmettelijke mechanisme? In een recente studie onderzochten David Cutler en Ed Glaeser (2007) de invloed van sociale interactie op de beslissing om te roken. In de praktijk blijkt het sociale aspect van roken enorm belangrijk te zijn. Maar als we de sociale dimensie van roken goed willen begrijpen, dan moeten we afdalen tot de details van een sociale omgeving en het beslissingsproces en ons afvragen welke mechanismen hierachter steken. In het onderzoek van Cutler en Glaeser draait het om de kwestie van ‘het drukkende effect van vrienden’ versus het ‘selectie-effect van vrienden’. Laat ik een en ander uitleggen. Roken is zowel een individuele als een sociale activiteit. Als je vrienden naar buiten gaan om in hun pauze even te roken, dan neemt de ‘beloning’ toe om ook samen met hen naar buiten te gaan en te roken. Of omgekeerd, als al jouw vrienden niet roken, dan betaal je een sociale prijs om alleen te roken of om je vrienden te vragen of ze met je naar buiten gaan. Gedrag van vrienden kan ook je verwachtingen beïnvloeden. Vrienden die samen met jou een sigaret opsteken, communiceren op indirecte wijze iets over de baten van roken (“valt best wel mee”) en rokers zullen naar alle waarschijnlijkheid onder woorden kunnen brengen dat sigaretten lekker zijn en onschadelijk. Deze ‘vriendeneffecten’ strijden om de aandacht van de roker met andere informatiebronnen, zoals de afschrikwekkende foto’s van donkere longen of de waarschuwing ‘Roken verhoogt het risico op impotentie’.

Vrienden maken de roker

De causaliteit in rookgedrag kan echter ook een geheel andere weg volgen. Je kunt vrienden worden met andere rokers juist omdat zij roken. Deze mogelijkheid maakt het moeilijk, maar niet onmogelijk om empirisch de grootte van het vriendeneffect vast te stellen. Cutler en Glaeser gebruiken een handige tactiek (die economen identificatiestrategie noemen) om de vriendeneffecten te meten en zij concentreren zich op het effect dat echtgenoten hebben op elkaars rookgedrag. Met behulp van de US Current Population Survey komen Cutler en Glaeser erachter dat een persoon van wie de partner rookt, een 21 procent hogere kans heeft om ook zelf te roken. Maar het rookgedrag van een echtpaar wordt zeer waarschijnlijk ook beïnvloed door zowel ‘vriendenselectie’ (rokers hebben grotere kans dat zij met elkaar trouwen dan wanneer één van de partners niet rookt) en ‘vriendeneffecten’ (rokers zullen waarschijnlijk eerder stoppen wanneer ook hun partner stopt). Om deze effecten van elkaar te scheiden, moeten de onderzoekers iets vinden dat van invloed is op het roken van een van de echtelieden zonder dat invloed heeft op de kans dat het paar met elkaar zal gaan trouwen. Rookverboden op de werkplaats – hetgeen in de Verenigde Staten bedrijfsspecifiek of zelfs gebouwspecifiek kan zijn – vormen een ideaal aanknopingspunt om het selectie-effect te bepalen. Werknemers die moeten voldoen aan het rookverbod op het werk hebben een 4,6 procent kleinere kans om te roken, maar een dergelijk verbod zal naar alle waarschijnlijkheid niet veel invloed hebben op de selectie van een huwelijkspartner (zie Evans et al. 1999). De auteurs komen uiteindelijk met een verbazingwekkend resultaat. Door de rookverboden te gebruiken om de vrienden- en selectie-effecten uit elkaar te houden, vinden zij een vriendeneffect van 40 procent! Dit betekent dat de partner van een persoon die stopt met roken als gevolg van een rookverbod een 40 procent kleinere kans heeft om te roken dan anders het geval zou zijn geweest. De gezondheidszorgbaten van dit soort overheidsregels wordt door de directe en indirecte effecten van rookgedrag enorm uitvergroot.

Sociaal overheidsbeleid

Het plausibele idee dat beslissingen om te roken afhankelijk zijn van rookbeslissingen van buren en vrienden heeft belangrijke implicaties voor overheidsbeleid. Dit onderzoek suggereert dat rookverboden die geografisch breed zijn opgezet meer effect zullen sorteren dan lokale initiatieven, omdat er meer mensen in een bepaalde sociale groep zullen worden getroffen door het verbod. Met andere woorden: nationale rookverboden zullen grotere effecten teweegbrengen dan regionale verboden of verboden op stadsniveau.

Bron foto: flickr

Referenties:

Christakis, N.A. en J.H. Fowler, 2007, The Spread of Obesity in a Large Social Network over 32 Years, New England Journal of Medicine, 357: 370-379.

Cutler, D.M. en E.L. Glaeser, 2007, Social Interactions and Smoking, NBER Working Paper 13477. Cambridge MA.

Evans, W.N., M.C. Farrelly, en E.B. Montgomery, 1999, Do Workplace Smoking Bans Reduce Smoking? American Economic Review, 89: 729-747.

Voetnoten:

(1) Zie de lijst van rookverboden in Europa van European Public Health Alliance

Gerelateerde artikelen

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik