Back

Artikel

Home

De minister van financiën begrijpt het nog steeds niet

18 okt 2016
Dossiers: Eurocrisis
Onderwerpen: Europese integratie
Verstandig economisch beleid begint met een verstandige analyse. Minister Dijsselbloem moet niets van de analyse van Stiglitz hebben over de stand van de eurozone en ziet de kern van het probleem in het onvermogen van financiële markten om risico’s goed in kaart te brengen. Volgens Steven Brakman en Harry Garretsen heeft de minister daarmee aangetoond dat hij het nog steeds niet begrijpt. Het ontbreken van geloofwaardige aanpassingsmechanismen is naar hun oordeel (en dat van Stiglitz) de kern van het probleem. Zonder die mechanismen blijft het aanmodderen en is het wachten op een volgende eurocrisis.

Dijsselbloem versus Stiglitz

Dat een minister een Nobelprijswinnaar van repliek dient is mooi, en stimuleert het debat. Onze minister van Financiën, Jeroen Dijsselbloem, gaat in de NRC Handelsblad (17 oktober 2016) in op de kritiek die Joe Stiglitz heeft op de euro. Het antwoord van de minister is veelzeggend en illustreert niet alleen wat er fout is gegaan bij de introductie van de euro maar vooral dat de belangrijkste les nog steeds niet geleerd is.

Dijsselbloem merkt op dat het probleem bij de introductie van de Euro niet lag bij het verlies van een wisselkoers, maar zoals hij dat letterlijk stelt: “Het probleem was dat financiële markten geen onderscheid maakten in risico’s tussen lidstaten, terwijl het groeivermogen van lidstaten enorm uiteenliep.” Met andere woorden, de financiële markten hadden die de risico’s van de EMU niet goed in kaart gebracht en maakten geen onderscheid tussen de eurolanden terwijl die toch bepaald niet gelijkwaardig waren. Deze verschillen bestonden er inderdaad en ze werden tot het uitbreken van de financiële crisis in 2008 gemarkeerd door speculatieve kapitaalstromen van Noord naar Zuid Euroland , maar daar ligt het probleem niet. En is ook niet waar Stiglitz op wijst als hij de euro analyseert.

Kern van probleem euro

De kern van het probleem is een weeffout bij het ontwerp van de euro, of beter in het Stabiliteits- en Groeipact (SGP). In dat pact stonden de overheidsfinanciën centraal, en werd afgesproken de staatsschuld en de financieringstekorten binnen de perken te houden.

Elk basisboek economie laat zien dat het verlies van het wisselkoersinstrument kan en moet worden opgevangen door andere schokdempers als de economieën van de eurolanden niet in de pas lopen.

Nu wijst Dijsselbloem op de financiële markten en de rol van het bankwezen. Zeker, dit zijn belangrijke onderwerpen maar missen de kern van het probleem. De kern is het antwoord op de vraag ‘Wat is er bij het ontwerp van de muntunie en het SGP als onderlinge schokdemper in plaats gekomen van wisselkoersinstrument?’ Het antwoord is ‘niks’ en uit het antwoord van Dijsselbloem blijkt dat deze ontwerpfout van de euro nog steeds niet wordt onderkend door beleidsmakers.

Elk basisboek economie laat zien dat het verlies van het wisselkoersinstrument kan en moet worden opgevangen door andere schokdempers als, zoals onvermijdelijk het geval is, de economieën van de eurolanden niet in de pas lopen. Voor de invoering van de Euro konden landen met een pennenstreek scheve concurrentieverhoudingen tijdelijk rechtzetten en compenseren. Was een land te duur geworden dan kon de munt devalueren. Dat dit overigens niet altijd goed ging was een van de redenen de Euro in te voeren.

Geen aanpassingsmechanisme

Met de invoering van de Euro is dit aanpassingsmechanisme vervallen en moeten landen de concurrentieverhoudingen of onevenwichtigheden op andere wijze herstellen. Er zijn drie mogelijkheden. De eerste is de (pijnlijke en langzame) weg van de loon- en prijsaanpassingen. De sociale partners lopen hier meestal niet warm voor en verzetten zich tegen loondalingen (vakbonden) of loonstijgingen (werkgevers). Als de lonen en prijzen niet voldoende kunnen worden aangepast, is arbeidsmigratie een alternatief; migranten uit landen waar het slecht gaat vinden een baan in landen waar het goed gaat. Ook dit werkt in tegenstelling tot de VS niet goed in Europa. Denk alleen al aan de discussies over Poolse werknemers die buiten Polen in Europa werk zoeken. Als ook dit niet lukt, resteert als derde optie inkomensoverdrachten tussen landen; belastinggeld uit het ene land wordt in het andere land uitgegeven. Ook dit laatste mechanisme werkt, in tegenstelling tot een federatie als Duitsland, niet goed in Europa omdat het betekent dat Europa breed een belasting- en dus begrotingsbeleid moet worden ingevoerd. Met de huidige anti-Europese sentimenten is ook dit een doodlopend pad.

Denk na over andere aanpassingsmechanismen

De keus die Stiglitz en samen met hem veel economen de beleidsmakers voor houden is simpel; denk na over vervangende mechanismen voor het verlies van het wisselkoersinstrument die nu eenmaal onafwendbaar de keerzijde is van het invoeren van de euro inclusief de mogelijkheid van ‘meer Europa’. Is dit niet haalbaar waarschuw de burgers dan dat het slechts een kwestie van tijd is tot de volgende eurocrisis uitbreekt. Het voortdurend hameren op zaken als het financieringstekort, staatsschuld, en de stabiliteit van financiële markten en bankwezen gaat geheel voorbij aan het kernprobleem dat landen als Duitsland en Griekenland niet geschikt zijn om samen deel uit te maken van een muntunie. Dat kan alleen als er voldoende onderlinge aanpassingsmechanismen zijn om die verschillen op te vangen. Gezien het ontbreken van deze mechanismen zijn de zorgen van Stiglitz tot nader order serieuzer te nemen dan de zonnige euroberichten van Dijsselbloem.

Referenties:

Dijsselbloem, J., 2016, Zorgen genoeg. maar de euro blijft, NRC Handelsblad, 17 oktober 2016.

Gerelateerde artikelen

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik