Back

Artikel

Home

De kern van Jan Pen: macht, micro-macro en milieu

16 feb 2010
Onderwerpen: Economisch denken
Jan Pen is op 14 februari 2010 overleden. Hij was een van de meest kleurrijke en invloedrijke Nederlandse economen van na de Tweede Wereldoorlog. Om hem te eren en zijn bijdragen op waarde te schatten, hebben de Groningse economen Brakman en Garretsen een in memoriam geschreven.

Eén dag voor zijn 89e verjaardag is op 14 februari Jan Pen overleden. De in het Friese Lemmer geboren en getogen Pen was van 1956 tot aan zijn emeritaat in 1986 hoogleraar in de staathuishoudkunde en de leer der openbare financiën aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij studeerde economie aan de Universiteit van Amsterdam, promoveerde daar in 1950 bij Hennipman op een proefschrift over loononderhandelingen en was voor zijn komst naar Groningen werkzaam bij het ministerie van Economische Zaken. Zijn dissertatie en het daarop gebaseerde artikel uit 1952 in The American Economic Review vormen de basis van Pen’s ideeën over loonvorming en de rol die de machtsfactor bij het loononderhandelingsproces speelt. De loonvorming wordt niet zozeer door schaarste- maar door machtsverhoudingen bepaald. Door de vertaling van dit proefschrift (uitgegeven bij Harvard University Press, 1959) wordt zijn naam internationaal gevestigd. (1)

Gaandeweg verbreedt en verdiept Pen zich qua thematiek van loononderhandelingen via inkomensvorming naar inkomensverdeling. Zijn boek Income Distribution uit 1971 is jarenlang een internationaal toonaangevend werk over de theorie van de inkomensverdeling en samen met Jan Tinbergen publiceert hij in 1977 Naar een Rechtvaardiger Inkomensverdeling dat over de feitelijke en gewenste inkomensverdeling gaat. In zijn werk over de inkomensverdeling introduceert Pen een didactisch instrument om de (scheve) inkomensverdeling te illustreren; de parade van Pen. In deze optocht krijgt iedereen de lengte die hoort bij zijn bruto inkomen, waarbij de gemiddelde lengte –ongeveer 1.80m- overeenkomt met het gemiddelde inkomen. Alle inkomenstrekkers lopen in een gelijkmatig tempo in een uur voorbij. Eerst komen mensen voorbij die met hun kop in het zand steken, dit zijn zelfstandigen die verlies maken. Vervolgens uitkeringstrekkers (studenten bijv.) die de lengte van dwergen hebben. Na ruim een half uur komen de eerste mensen met een gemiddelde lengte voorbij en gedurende de laatste minuten komen er reuzen in de optocht voor; de echte grootverdieners. Deze parade van Pen is een beroemd instrument geworden om de inkomensverdeling weer te geven en duikt regelmatig op in bijv. The Economist of in de wetenschappelijke literatuur (Ogwang, 2007).

De verbreding van Pen’s werk heeft ook alles te maken met het feit dat Keynes en het Keynesianisme vanaf de jaren vijftig een zeer centrale plaats in zijn denken gingen innemen. Pen’s oratie uit 1956 en de publicatie van zijn leerboek De Moderne Economie uit 1958 maken heel duidelijk dat moderne economie volgens hem in de eerste plaats Keynesiaanse economie is waarbij voorop staat dat de macro-economie niet met het begrippenapparaat uit de mirco-economie kan worden begrepen. Daar waar op micro-niveau prijzen als allocatiemechanisme in de regel goed hun werk doen, geldt op macro-niveau dat prijzen bovenal inkomens zijn en dit betekent dat het prijsmechanisme op macro-niveau niet werkt. In geval van onderbesteding en werkloosheid bieden neerwaartse prijs- of loonaanpassingen voor de economie geen soelaas omdat, anders dan dit voor een individueel bedrijf of individuele werknemer het geval is, dergelijke aanpassingen ook inkomensverlies en dus (verdere) vraaguitval betekenen. Of om zijn eigen favoriete beeld te gebruiken: de macro-economische vraagcurve is een verticale rechte! Volgens Pen is de micro-wereld fundamenteel anders dan de macro-wereld; in zijn terminologie is dit de zogenaamde micro-macro sprong.(2)

Het falen van de onzichtbare hand van het prijsmechanisme betekent dat de overheid aan stabilisatiebeleid dient te doen, waarbij Pen vooral oog heeft voor de noodzaak van anti-cyclisch begrotingsbeleid. Hij houdt vast aan de Keynesiaanse ideeën, ook als Keynes vanaf de jaren zeventig uit mode raakt. In zijn ogen een fundamenteel verkeerde ontwikkeling omdat de micro-macro sprong niet zozeer een mening is, maar een inzicht waar beleidsmakers hun voordeel mee kunnen doen. Zijn “gelijk” haalt Pen met de huidige crisis, waarbij niet alleen de ideeën van Keynes een comeback maken, maar zeker ook het begrotingsbeleid als stabilisatieinstrument helemaal terug is van weggeweest.

Maar zelfs op micro-niveau werkt het prijsmechanisme niet altijd naar tevredenheid. Dit geldt met name als het om het milieu gaat. Vanaf de beginjaren zeventig is Pen een van de eerste economen in Nederland die hamert op het falen van het prijsmechanisme als het om de (te lage) waardering van het (schaarse) milieu gaat. In Kijk Economie (1979) legt hij zijn zorg over het milieu uit aan het grote publiek, p. 38: “De grote milieu rampen worden door het prijzenmechanisme niet tegengehouden. Wat zeg ik? Ze worden er door bevorderd- en dat heet Pareto-optimaal!” Hij vervolgt met een uitleg over externe effecten: “de onzichtbare hand werkt alleen als schaarste wordt vertaald in prijssignalen.”

Dit korte overzicht kan helaas geen recht doen aan het werk van Pen [zie echter Eijgelshoven en Van Gemerden (1981), of Wolfson (1990)], maar het maakt wel duidelijk dat de kern van Pen’s werk draait om de vraag waarom en waar het prijsmechanisme faalt als het om de invloed van macht, de macro-economie of het milieu gaat. Het onderzoek van andere economen werd ook altijd langs deze meetlat gelegd en dikwijls werd dan door Pen vastgesteld dat dat allemaal “heel knap is, maar, hallo…, de kern staat er niet in”.

Pen was niet alleen in academische kringen een vermaarde econoom. Zo ontving hij in 1990 de prestigieuze Pierson penning en was hij ook een van de eerste Nederlandse economen die bij het grote publiek bekend was. Dit kwam niet alleen door zijn bemoeienis met actuele beleidsdiscussies in de diverse media en zijn column in Het Parool, maar ook door zijn vermogen om heel toegankelijk over economie te schrijven. Van het in vele talen vertaalde en talloze malen herdrukte Moderne Economie uit 1958 tot de bestseller (boek van de maand) Kijk, Economie uit 1979, Pen wist als geen ander over te brengen dat economie niet alleen belangrijk, maar ook boeiend kon zijn. Economen waren volgens hem vaak saai en hielden zich in zijn ogen (te) vaak bezig met esoterisch mathematisch onderzoek; knap, maar dan vooral op de vierkante millimeter. Enigszins vilein kon hij in dit verband opmerken dat híj vooral geïnteresseerd was in onderzoek en de rest van de professie in bovenzoek.

Het vermogen om ingewikkelde zaken helder en eenvoudig uit te leggen loopt als een rode draad door al zijn werk. Pen kon geweldig goed en met humor schrijven. Hij zag het in de loop der tijd steeds meer als zijn taak om zijn schrijftalent te gebruiken om economen en vooral niet-economen kritisch over de economische Kern te laten nadenken. Evenals zijn intellectuele baken, John Maynard Keynes, had Pen niet veel geduld met mensen die zijn boodschap niet begrepen. Voor wie het geluk had, zoals ondergetekenden, de Keynes-test te doorstaan, viel er veel te leren van de gesprekken met Pen. Die gesprekken duurden vaak niet lang, want Jan leek altijd haast te hebben. Naast het schrijven over economie moest er ook, en liefst tegelijkertijd, geschilderd worden (3), naar klassieke muziek worden geluisterd of een blues op de piano ten gehore worden gebracht.

Jan Pen typeerde zichzelf graag als economisch journalist. Hiermee deed hij zijn academische kwaliteiten ernstig tekort maar het geeft aan dat hij zich bij het schrijven over economen en de economie als een boodschapper tussen het economenvolk en de gewone mensen zag. Hij was daarbij een unieke solist. De lijst van co-auteurs is kort, Jan schreef en werkte het liefste alleen. Universitaire plichtplegingen plooide hij op geheel eigen wijze rond zijn eigen schrijf- en denktijd. Zo zijn er de talrijke sterke Groningse verhalen over Professor Pen die op zijn karakteristieke wijze bestuurs- en onderwijszaken afhandelde. Zo was er de student die bij toeval Pen op zijn fiets tegenkwam en meteen mondeling tentamen kon doen door al vragen beantwoordend twee keer met Pen de Grote Markt rond te fietsen. Een student die in spijkerbroek mondeling examen bij Jan Pen thuis kwam doen, werd teruggestuurd om zich fatsoenlijk aan te kleden. Na zich verkleed te hebben werd deze student door een inmiddels in zwembroek getooide Jan Pen ontvangen. Dit larger than life-gehalte kreeg een forse impuls toen W.F. Hermans in zijn roman Onder Professoren het personage Tabe Pap naar Pen modelleerde. Jan Pen zelf gebruikte het pseudoniem J Velmer om in Hollands Maandblad (1974), als grap, zich als Marxistisch econoom voor te doen en de totale uitbuiting van de werkende klasse in het laat-kapitalisme aan de orde te stellen in het artikel “Een kritiek op de burgerlijke economie”. Het artikel, inclusief de constatering dat het voetbal werd gebruikt om de massa te verdoven, werd overigens door menigeen bloedserieus genomen! Jan stond bekend als links econoom, maar was beslist niet dogmatisch. Volgens oud-premier Den Uyl "mag hij bij de socialisten worden ingedeeld". Tegelijk dankt hij een niet gering deel van zijn faam aan onverholen aanvallen op links, als hij meent dat links de economische feiten geweld aandoet: "links mag niet liegen", behoort tot zijn favoriete uitspraken.

Na zijn emeritaat in 1986 ging het schrijven, uitleggen en vertellen over de economische Kern gewoon door en bleef ook de nieuwsgierigheid naar het economische boven- en onderzoek van collega-economen.(4) Het economische verhaal was nooit af, zoals valt te zien in deze VPRO documentaire uit 1996 over Pen en Keynes.(5) De laatste jaren ging zijn gezondheid achteruit. In Hollands Maandblad (2003, nr 11) schreef hij over zijn beroerte die hij in 2003 kreeg en hem aan huis kluisterde. Vorig jaar mei kwam het bericht dat Pen was overleden, iets wat Jan tot zijn grote genoegen al pianospelend kon ontkennen. Maar nu is hij dus toch overleden. Hoe zullen we hem herinneren? Het laatste woord is aan Jan zelf. In een van de laatste stukken, in zijn lijfblad Hollands Maandblad (2006), schrijft hij het volgende:

Als ik straks ben overleden, blijft die dissertatie [uit 1950] bestaan, net als de dissertaties van mijn promovendi. Plus natuurlijk al die andere boeken die ik heb geschreven. Daar ben ik danig trots op. Iedereen die hier voor het eerst binnenkomt moet eventjes de ruggen bekijken. Mijn toekomst mag dan kort zijn- vita brevis, maar daar staat tegenover: ars longa. Dit is geen Fries en ook geen Nederlands, maar een oude taal van geleerden onder elkaar “ (p. 21)

Voetnoten:

(1) Shackle merkt over deze vertaling op “Pen’s theory is one of the most brilliant and most beautiful pieces of theoretical analysis that has been produced in many years past…we now have a theory of bilateral monopoly which can stand comparison with those of perfect competition or monopolistic competition” Citaat uit; Wolfson, 1990, blz. 1061.

(2) De micro-macro sprong is als kunstwerk afgebeeld op de Faculteit der Economisch wetenschappen van de RuG: een pantograaf die de micro-wereld vertekend op macro-schaal weergeeft

(3) Afbeelding bij deze tekst is een schilderij van Pen. Het is, zoals het zijn gewoonte was, geschilderd op krantenpapier en het verbeeldt de handen van Jan Pen, foto Harry van Dalen

(4) Zie bijv. het “Met Jan Pen in debat”, (1993). Jan Pen droeg voor dit boek thema’s aan waarover hij van gedachten wilde wisselen met economen als Lex Hoogduin, Arie Kapteyn, Flip de Kam, Rick van der Ploeg e.a.

(5) De film is te bekijken op de site van Wetenschap 24

Referenties:

Brakman, S. H.Garretsen, S.Kuipers (1993), Met Jan Pen in debat, Amsterdam University Press, Amsterdam/

Eijgelshoven, P.J. and L.J. van Gemerden (eds.), Inkomensverdeling en openbare financiën, Opstellen voor Jan Pen, Aula paperback 61, Het Spectrum, Utrecht/Antwerp, 1981

Ogwang, T. (2007), Additional properties of a linear Pen's parade for individual data using the stochastic approach to the Gini index, Economics Letters Volume 96, Issue 3, September 2007, Pages 369-374

Pen, J. (1958), Moderne Economie, Spectrum, Utrecht/Antwerpen (vertalingen in het engels, 1965; Portugees, 1966; Japans, 1970; Zweeds, 1970; Pools, 1972; Italiaans, 1976).

Pen, J (1979), Kijk Economie, Spectrum, Utrecht/Antwerpen.

Pen, J. (2003), Beroerte, Hollands Maandblad, 11, blz. 3-8.

Pen, J. (2006), Over mijn Friesheid, Hollands Maandblad, 8/9, blz. 17-21.

Wolfson, D.J. (1990), Jan Pen als Econoom, ESB, 14 november, blz. 1060-1065.

Gerelateerde artikelen

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik