Back

Artikel

Home

De Europese Centrale Bank als aasgier

18 dec 2012
Dossiers: Eurocrisis
Onderwerpen: Europese integratie, Financiële markten
De indruk dat de Europese Centrale Bank en schuldeisers coulant met de Griekse schulden zijn omgegaan, is onjuist, stelt Eelke de Jong. Als Griekenland geen EMU-lid zou zijn geweest, dan was verlichting via de Club van Parijs vrij stil op ambtelijk niveau geregeld. Nu tonen de Europese schuldeisers zich buitengewoon terughoudend voor gebaren aan Griekenland – mede door de brede politieke aandacht. Uiteindelijk is  vooral beloofd om wat minder winst te maken op Griekse leningen. Het gevaar is dat het gebrek aan coulance de Grieken nog dieper omlaag trekt.

Goedheid?

Naar aanleiding van het besluit de schuld van Griekenland te verlichten kopten sommige kranten “het grote schuld vergeven is begonnen”. Hieruit spreekt een gevoel dat die Grieken toch maar mooi af zijn met onze goedheid. Een gevoel dat naar mijn indruk bij velen leeft. In deze bijdrage wil ik daar een paar kanttekeningen bij zetten en in twijfel trekken of we binnen het eurogebied inderdaad wel zo goed voor elkaar zijn.

Minder winst op leningen

Allereerst is het goed na te gaan wat met Griekenland is overeengekomen. Dat is niet dat de hoofdsom is verminderd. Men is overeengekomen dat de rente die de Grieken betalen lager wordt en dat de looptijd van de leningen wordt verlengd. Verder zal de Europese Centrale Bank (ECB) de winst die ze op Griekse leningen heeft gemaakt aan Griekenland geven en niet aan lidstaten uitbetalen. Verschillende media berichten dat deze overeenkomst Nederland over 14 jaar ongeveer 70 miljoen per jaar gaat “kosten”. In totaal is dat bijna 1 miljard euro. Geweldig van ons. Nu dat valt wel mee of tegen maar net U er naar wilt kijken. Ik heb namelijk kosten tussen aanhalingstekens gezet, omdat dit (nog) geen echte kosten zijn maar een vermindering van de directe winst. Griekenland leent namelijk van Nederland tegen een rente die hoger is dan de rente die Nederland op de kapitaalmarkt betaalt. Deze winst geven we nu deels op. Verder geven we via de ECB de winst die de ECB op de aankoop en aflossing van Griekse leningen gemaakt heeft op. De kosten zijn dus “niet gerealiseerde winst”.

Lage rentelasten

Daarnaast heeft Nederland nog het voordeel dat door de Europese schuldencrisis beleggers naar Noord-Europese landen vluchten. Hierdoor betaalt de Nederlandse overheid een extreem lage rente. Sommige economen hebben voorgesteld dit rentevoordeel onder voorwaarden naar de getroffen landen te sluizen om daar de nood te leningen (zie bijvoorbeeld Ivo Arnold, Renteverevening als haalbaar alternatief voor eurobonds, Me Judice, 19 juni 2012). Dat is niet besloten, dus dat voordeel blijft Nederland houden.

Als Griekenland geen EMU-lid zou zijn

Ja maar, zult U zeggen, de Grieken boffen toch maar dat ze lid zijn van de Economische en Monetaire Unie (EMU) en daardoor geld van de lidstaten kunnen lenen. Of dit voordeel groot is valt te bezien. Stel Griekenland was geen lid van het eurogebied maar een gewoon midden inkomensland, Mutopia. Dit Mutopia heeft een beleid gevoerd waardoor het als staat schulden op zich heeft genomen. Het kan zijn dat de staat veel geld heeft uitgegeven of dat de particuliere sector dat heeft gedaan en de staat vervolgens garant is gaan staan. Een procedure die in dit soort landen heel gebruikelijk is.

Op een geven moment kan men de buitenlandse schuld niet betalen. Wat gebeurt er dan? Dan gaat de regering van Mutopia naar de Club van Parijs. In de Club van Parijs zijn alle officiële schuldeisers vertegenwoordigd; dus alle overheden die vorderingen op andere overheden hebben. Mutopia vraagt schuldvermindering aan. De Club van Parijs eist dan dat de regering van Mutopia een overeenkomst met het Internationaal Monetair Fonds (IMF) sluit waarin het zich vastlegt op allerlei beleidswijzigingen. Bovendien moet het beloven een vergelijkbare overeenkomst met de commerciële kredietverstrekkers te sluiten. Is de regering daartoe bereid dan wordt volgens van te voren vastgelegde regels gekeken hoe de schuld beheersbaar kan worden gemaakt. Vaak is dat verlaging van de rente, verlenging van de looptijd en soms vermindering van de hoofdsom.

Deze overeenkomst wordt nagenoeg helemaal op ambtelijk niveau afgehandeld. Vragen over effectiviteit en dergelijke worden bijna nooit gesteld. Grote debatten in het parlement zijn mij onbekend. Kortom in een dergelijk geval wordt vrij geruisloos een herstructurering van de officiële schuld gerealiseerd. Bovendien als blijkt dat een hedgefonds een grote winst maakt op de schuld van een dergelijk land, dan keert de publieke opinie zich tegen dit fonds: “aasgieren zijn het” (Janssen, 2012). Nadat de schuld van de overheden is geherstructureerd, volgt meestal nog een herstructurering van de schuld met de banken.

In het geval Griekenland is het anders gegaan. Eerst zijn de schulden aan de particuliere sector verminderd. Vervolgens heeft de ECB een winst van ongeveer 35 procent op de leningen aan Griekenland gemaakt. Griekenland werd namelijk gedwongen tegen de nominale waarde de leningen af te lossen terwijl de ECB deze met een forse korting had gekocht. Weinigen die hier iets van zeiden. Nu de overheden aan zet zijn, stellen ze zich zeer terughoudend op, want ja het parlement en de volgende verkiezingen. Maar als men consequent de procedure van de Club van Parijs had gevolgd dan hadden de overheden nu ook een groot deel van de schuld moeten kwijtschelden, net zoals de banken gedwongen zijn te doen. Ja, de overheden hadden zelfs als eerste hun vorderingen moeten verminderen. Om electorale redenen laat dit nog op zich wachten.

Ervaringen Ierland

Ierland is in mijn ogen een nog schrijnender voorbeeld. Daar is de overheid deels door eigen stommiteit (het geven van garanties) en druk van de ECB, gedwongen een groot deel van de vorderingen op de banken op zich te nemen. Dit heeft ongeveer 70 procent van het BNP gekost. Hierdoor heeft ze binnenlandse en buitenlandse (waarschijnlijk vooral Duitse) schuldeisers uitgekocht. Had ze niet in de eurozone gezeten dat had ze net als IJsland zich kunnen beperken tot de binnenlandse schuldeisers. Ze had dan kunnen besluiten alleen de oorspronkelijke depositogarantie gestand te doen en verder dat deel op te kopen dat nodig is om het betalingssysteem draaiende te houden. Nu heeft ze veel meer gekocht, mede onder druk van de ECB die in een geheime brief gedreigd schijnt te hebben anders helemaal geen steun te geven.

De ECB als aasgier

Volgens mij roepen de gevallen Griekenland en Ierland verschillende vragen op. Is het economisch verantwoord zo veel geld te besteden aan het uitkopen van schuldeisers? Had dit niet beter besteed kunnen worden? Bijvoorbeeld aan innovatie, onderzoek en het verbeteren van de productiviteit. Is er een limiet aan het deel van het nationaal inkomen dat we willen besteden aan het uitkopen van schuldeisers? Moet van hen dan niet een tegenprestatie verlangd worden? Is het ethisch verantwoord een dikke winst op steunmaatregelen te maken en vervolgens de vermindering van die winst als een goedgeefs gebaar naar de eigen bevolking te presenteren? Waarom mag de ECB zich als een aasgier gedragen en een particulier fonds niet? Mag de ECB in het geheim een regering tot het garanderen van leningen dwingen? Kortom allerlei vragen die goed passen bij de tijd waarin we vieren dat na het duister het licht weer komt.

Dit artikel is eerder verschenen in het Friesch Dagblad van 11 december en in Het Goede Leven van 14 december.

Gerelateerde artikelen

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik