Back

Artikel

Home

De eurocrisis als ontgroeningsritueel

4 feb 2011
Dossiers: Eurocrisis, Woningmarkt
Onderwerpen: Financiële markten
Aanstaande vrijdag zal de Europese Raad het voorstel van Bondskanselier Angela Merkel bespreken voor governance in de eurozone. Het Duitse voorstel richt zich met name op het verbeteren van de concurrentiekracht van de eurolanden die nu in problemen verkeren. Zo moet de coördinatie van het begrotingsbeleid in de landen van de eurozone worden verbeterd om oplopende begrotingstekorten en torenhoge staatsschulden in de toekomst te voorkomen, moet er een einde komen aan de automatische indexering van de lonen aan de inflatie en moet de pensioengerechtigde leeftijd in de hele eurozone 67 jaar worden. Omdat de noordelijke eurolanden (met uitzondering van Ierland) deze zaken al zo goed als geregeld hebben, zal het plan van Merkel met name aanpassingen van de zuidelijke eurolanden en Ierland vergen.

Het voorstel voor verbetering van het bestuur en toezicht in de eurozone van Merkel zal er ongetwijfeld aan bijdragen dat de muntunie de huidige crisis te bovenkomt. Maar het gebrek aan concurrentiekracht van de zuidelijke eurolanden is niet de oorzaak van de crisis. Met uitzondering van Griekenland presteerden de perifere economieën juist goed in de jaren voorafgaand aan de crisis met klinkende groeicijfers en hadden zij geen begrotingstekorten van betekenis. De Ierse en Spaanse economie werden echter opgestuwd door speculatieve bubbels in de financiële sector en de onroerendgoedsector.

Al voor de daadwerkelijke totstandkoming van de eurozone convergeerde de rente op Ierse, Spaanse en Portugese staatsobligaties naar de rente op Duitse staatsobligaties. In het geval van Griekenland duurde het wat langer omdat het lang onduidelijk was of het land aan de normen voor het begrotingstekort (< 3 procent) en de staatsschuld (< 60 procent) zou voldoen. Nederland merkte daar niets van, omdat De Nederlandsche Bank al sinds jaar en dag het rentebeleid afstemde op dat van de Duitse Bundesbank en de rentes dus al veel eerder gelijk getrokken waren.

Spanje, Ierland, Griekenland en Portugal zagen, mede onder invloed van een wereldwijd spaaroverschot, de rente dalen van meer dan 10 procent eind jaren negentig tot 3 procent in 2005. De forse rentedaling miste haar uitwerking op de woningmarkt niet; in Spanje en Ierland stegen de huizenprijzen jaren achtereen met zo’n tien tot twintig procent. Dat leidde op haar beurt niet alleen tot uitbundige consumptieve bestedingen in die landen maar ook tot hogere looneisen. Terwijl de arbeidskosten in Duitsland van 2000 tot 2008 slechts met 18 procent stegen, stegen de arbeidskosten in Spanje en Ierland met respectievelijk 41 en 45 procent en in Griekenland zelfs met 78 procent.

Nu de speculatieve bubbels op de huizenmarkt en in de financiële sector zijn gebarsten en de rente op de staatsobligaties van de perifere landen weer boven de Duitse rente ligt, zit er voor Spanje, Ierland, Griekenland en Portugal niets anders op dan de scherven bijeen te rapen en economisch orde op zaken te stellen. Dat kan niet simpelweg via een devaluatie van de munt, maar betekent pijnlijke bezuinigingen op de overheidsuitgaven en verlaging van de loonkosten. Daartegenover staat dat deze landen op de lange termijn zullen profiteren van een rente die lager is dan wanneer ze buiten de unie zouden zijn gebleven.

Om de crisis op de korte termijn het hoofd te bieden moet er meer geld voor het Europese noodfonds komen, opdat de perifere landen tegen redelijke voorwaarden geld kunnen lenen en niet overgeleverd zijn aan de grillen van de financiële markten. De uiteindelijke oplossing zal ook een herstructurering van een deel van de staatsschulden moeten omvatten, door de obligaties een langere looptijd te geven of de nominale waarde ervan te verminderen. Op die manier betalen ook de geldschieters een prijs.

Terugkijkend kun je vaststellen dat de ontwerpers van de Europese muntunie de gevolgen van de monetaire integratie onvoldoende hebben doordacht. De speculatieve bubbels in met name Ierland en Spanje hadden kunnen worden voorkomen als de kredietverlening in die landen tijdig aan banden was gelegd. Dit alles is echter geen reden om het nut en de noodzaak van de muntunie in twijfel te trekken. De huidige eurocrisis is niet meer dan een weinig zachtzinnig ontgroeningsritueel.

* Dit artikel verscheen tevens in de Volkskrant van 4 februari 2011.: Michael Panse, Flickr

Dit artikel kan worden overgenomen met bronvermelding. Toezending van bewijsexemplaren wordt op prijs gesteld. © Me Judice

Gerelateerde artikelen

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik