Back

Artikel

Home

Crisis? Nu even niet

20 okt 2011
Onderwerpen: Macro-economische politiek
Vaak is te horen dat economen de kredietcrisis niet aan zagen komen. Dat gold in ieder geval niet de belangrijkste econoom van het Internationaal Monetair Fonds (IMF), Rajan, hoogleraar in Chicago, bepaald geen outsider. Hij gaf in 2005 aan wat voor ellende hij zag aankomen, en hij sloeg achteraf gezien de spijker op zijn kop. Het IMF heeft nu zelf onderzocht waarom Rajan werd genegeerd. Eelke de Jong bespreekt deze evaluatie.

Rajan zei het

Vaak horen we dat economen de kredietcrisis niet hebben voorzien. Ze hadden het te druk met hun ingewikkelde modellen die te ver van de werkelijkheid afstonden, is dan het commentaar. Ja, er waren er wel een paar die het juiste inzicht hadden, maar die behoorden zeker niet tot de mainstream of de belangrijke universiteiten. Toegegeven, velen hebben maar een deel van de oorzaken gezien. Met name de desastereuze gevolgen van de onevenwichtigheden op de betalingsbalansen zijn vaak en langdurig genoemd. Minder oog was er voor de perverse werking van een lange periode met een lage rente op de financiële sector. Er is een uitzondering op deze regel en dat is Raghuram Rajan, hoogleraar aan de Universiteit van Chicago en in de periode voor de crisis hoofdeconoom met het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Bepaald geen outsider.

In 2005 heeft de hoofdeconoom op de gevaren van beide ontwikkelingen gewezen. Ook heeft hij toen uitgelegd via welke kanalen een dergelijke crisis zich waarschijnlijk zou voltrekken. Achteraf blijkt dit een akelig precieze analyse te zijn. Bovendien is de analyse van de rol van de financiële sector gepresenteerd tijdens de jaarlijkse Jackson Hole bijeenkomst van centrale bankiers. Daar heeft hij gewezen op de gevaren die in het financiele systeem zijn geslopen (Rajan, 2005). Hij voorzag dat het een crisis rond liquiditeit zou worden die zich zou verergeren als de banken elkaar niet meer zouden vertrouwen. Had het nog preciezer gekund?

IMF nam zelf waarschuwing beperkt over

Toch hebben we inde jaren voorafgaand aan de crisis geen verschrikkelijk verontrustende publicaties van het IMF gelezen. Hoe kan dat? Wat is met dit inzicht van de topeconoom van het Fonds gedaan? Erg weinig, zo blijkt uit een in dit voorjaar gepubliceerde analyse van de Independent Evaluation Office of the IMF(IEA, 2011). In verschillende beleidsdocumenten over financiële stabiliteit heeft het IMF wel op de gevaren gewezen. In andere meer algemeen economische documenten weer niet en vaak is geen consistente lijn gevolgd. Het probleem van de grote overschotten op de lopende rekening bij sommige landen en tekorten bij andere, vormt hier een uitzondering op. Dat is wel veelvuldig door het Fonds aangekaart. Het Fonds heeft er zelfs een aparte missie aan gewijd. Volgens de verschillende regeringen waren de betalingsbalansonevenwichtigheden inderdaad een probleem, maar lag de oorzaak natuurlijk elders. Samenvattend had het IMF de boodschap van haar hoofdeconoom veel consequenter en bij voortduring kunnen brengen.

Groepsdenken

Waarom is dat niet gebeurd? Hiervoor worden verschillende redenen aangedragen. Allereerst groepsdenken. Niemand in de financiële sector hield er rekening mee dat er grote problemen konden ontstaan in de Westerse financiële wereld. De gedachte overheerste dat er altijd wel een markt zou zijn, waar men geld zou kunnen lenen. Rajan had duidelijk aangegeven dat dit onder extreme omstandigheden wel eens niet zo zou kunnen zijn. Het werd niet opgepikt. Mede door een beperkte omvang van de staf leunde het Fonds voor de analyse van de financiële sector van de grote Westerse landen sterk op de daar aanwezige expertise. Deze landen hadden de beschikking over meer gegevens en analisten.

Belangen

Een andere belangrijke reden was dat veel beleidsadviezen van de staf van het IMF ingingen tegen de belangen van de verschillende lidstaten. Dit leidde ertoe dat stafleden vaak in conflict kwamen met ambtenaren en politici van lidstaten. Zo ontaardden de slotbijeenkomsten van jaarlijkse Artikel IV consultaties in onderhandelingen over de bewoordingen van de bevindingen. Stafleden van het IMF hebben daardoor de neiging hun mening in meer bedekte termen op te schrijven. Dat scheelt veel geruzie. Deze neiging wordt nog versterkt als blijkt dat de IMF-leiding om politieke redenen de conclusies van haar eigen staf niet of niet volledig overneemt. Ten slotte speelt mee dat volgens stafleden het leveren van kritiek de kans op promotie verkleint: de leiding houdt niet van gedoe.

Al deze factoren zorgen ervoor dat stafleden de neiging hebben niet te veel van de consensus af te wijken. De afwijkende mening is dan moeilijk naar voren te brengen, ook al is deze door de hoofdeconoom ontwikkeld. De gevolgen zijn bekend. De crisis heeft ondertussen miljarden gekost.

Waarde van economische analyse

Het rapport geeft impliciet de waarde van economische analyse voor beleidsvraagstukken aan. Een dergelijke analyse heeft zin als het beargumenteerd aangeeft wat de te verwachten gevolgen van maatrgelen of ontwikkelingen zijn en waarom – via welke kanalen – deze gevolgen te verwachten zijn. Deze redenering dient geen rekening te houden met het resultaat. Men mag nooit naar een gewenst resultaat toe praten. Juist een afwijkende mening is waardevol omdat het de aanhangers van de consensus dwingt tot nadenken. Het hoeft helemaal niet te gaan zoals de meesten zich hebben voorgesteld. Bovendien is de consensus mening vaak mede beïnvloed door bestaande machtsverhoudingen. Onderzoekers zijn onbewust geneigd de huidige machthebbers ter wille te zijn. Dit kan er toe leiden dat men niet tegen de leiding ingaat en daardoor blind wordt voor de schadelijke gevolgen van het huidige beleid. In het bedrijfsleven zijn daarvan verschillende voorbeelden te geven. Denk maar aan Verhoeven van Ahold.

Een goede bestuurder beseft dat reflectie op de uitgestippelde koers noodzakelijk is. Een tegengeluid is noodzakelijk om te voorkomen dat het beleid uit de bocht vliegt. Het kan irritant zijn, maar dat moet ook. Anders had het advies net zo goed niet gegeven kunnen worden. Het moet wel een duidelijke redenering bevatten. Waarom en hoe zal het proces verlopen? Dit biedt de beleidsmaker aanknopingspunten voor een oordeel. Hij of zij kan dan een inschatting maken van de waarde van de inbreng.

Dit is een bewerking van een artikel dat 10 oktober in het Friesch dagblad is verschenen.

Bron foto: Flickr.

Referenties

R.G. Rajan, 2005, Has financial development made the world riskier?, NBER Working Paper, No. 11728.

Independent Evaluation Office of the IMF, 2011, IMF Performance in the Run-up to Financial and Economic Crisis. IMF Surveillance in 2004-07, IMF, Washington DC.

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik