Back

Artikel

Home

Commissie Zalm laat kans lopen op modernisering koningshuis

5 mrt 2009
Onderwerpen: Openbare financiën
De commissie Zalm heeft orde op zaken gesteld in de begroting van het koningshuis. Het begrotingshoofdstuk moet een integraal beeld geven van alle kosten die verband houden met de uitoefening van het koningschap. En net als andere departementen moet ook het koningshuis begrotingsdiscipline opbrengen. Naast het goede werk is het rapport echter ook een gemiste kans op echte modernisering volgens de Tilburgse econoom Van Dalen. Die slag zou bereikt kunnen worden door een jaarverslag te publiceren waarin niet alleen de kosten maar ook de waarde in beeld gebracht wordt.

Knap werk

Gerrit Zalm heeft een huzarenstukje geleverd. Terwijl de Algemene Rekenkamer en minister-president Balkenende in juni vorig jaar nog bakkeleiden over de kosten van het koningshuis heeft deze staatsbankier op nuchtere wijze alle hoofdpijnpunten uit het koningshuisdossier omzeild. In het kort komt het er op neer dat het begrotingshoofdstuk een integraal beeld geeft van alle kosten die verband houden met de uitoefening van het koningschap. En net als andere departementen moet ook het koningshuis begrotingsdiscipline opbrengen. Hij presenteerde zijn rapport zo gemoedelijk in Nieuwspoort dat iedereen gedacht moet hebben: “Dat we daar niet eerder aan gedacht hebben.” Het ‘ambachtelijke werkje’, zoals Zalm het rapport zelf betitelde, zorgt voor duidelijkheid.

En toch ook weer niet.

Voor een deel is het rapport ophef om niets en boekhoudliteratuur die bij mij niet op mijn slaapkamerkastje ligt. Wat Zalm heeft bedacht heeft de buitenwacht al jaren eerder voor gepleit. Het advies is altijd door premiers tegengehouden. Tot dit jaar. De Tweede Kamer spoorde vorig jaar de Algemene Rekenkamer aan om eens duidelijkheid te scheppen in de kostenbrij en de Rekenkamer constateerde dat het Koninklijke begrotingshoofdstuk geen goed controle-instrument is voor de Tweede Kamer omdat de informatie geen gecontroleerde informatie betreft. De minister-president vond van wel en daarmee was een relletje geboren en werd naar goed gebruik een interdepartementale commissie opgericht die licht in de duisternis zou brengen.

Zalm heeft naar Bagehot geluisterd

Het knappe van Zalm is dat hij openheid biedt zonder de magie van het koningshuis aan te tasten. Daarmee handelt hij in de geest van de econoom en journalist Walter Bagehot (1826-1877). Generaties van vorsten zijn grootgebracht met zijn standaardwerk The English Constitution (1867). Hoewel de zaken die hij beschrijft over de parlementaire democratie enigszins gedateerd overkomen zijn de passages over de monarchie zowel vermakelijk, actueel als leerzaam. Een belangrijke stelling van Bagehot is dat een koningshuis per definitie mysterieus moet zijn wil het gerespecteerd worden. Zonder mysterie is er geen leven. En daarom, zo was zijn advies: “We must not let in daylight upon magic.” Die regel lijkt bijkans tot tegelwijsheid van het Noordeinde zijn te verheven omdat het parlement al decennialang geen grip krijgt op de financiën van het koningshuis. De magie van Noordeinde moet niet ontkracht worden, daarom is geheimhouding en discretie een groot goed binnen de hofhouding.

Gedonder rond kosten zal wel blijven

Er kleeft echter een ‘maar’ aan dit verhaal. De grootste zorg van het koningshuis is dat het wordt neergezet als een geldverslindend instituut. Dat zal ook koningin Beatrix gedacht hebben toen ze vorig jaar zelf maar eens pleitte voor meer openheid van de departementen. “Vòòrdat koning Willem IV aantreedt moet dat gedonder afgelopen zijn”, moeten haar meer aardse gedachten zijn geweest. De overgrote meerderheid van de Nederlandse bevolking mag dan het Oranjehuis steunen, de overgrote meerderheid vindt ook dat het koninklijk huis te veel geld kost. Door de onvolledige rapportage over het koningshuis wordt de suggestie gewekt dat de kosten van het koningshuis ieder jaar spectaculair groeien, maar het enige wat groeit is de openheid, vrijwillig dan wel onvrijwillig gekozen. Het rapport van Zalm past in de lange rij van openbaringen. Het rapport lijkt daarmee de grens te hebben bereikt van waar openheid geboden kan worden over de kosten zonder al te veel daglicht op de magie van het koningshuis te werpen. Toch zal het ‘gedonder’ niet afgelopen zijn, omdat we in een tijd leven waarin het persoonlijke en het zakelijke met een zekere graagte worden verbonden. Ook scoringsbeluste politici zullen in de toekomst de kansen die in het begrotingshoofdstuk zitten aangrijpen.

Waarom niet nog een stap verder?

Daarom is er maar één wanklank te noemen. Waarom gaat Zalm niet nog één stap verder? Leg het wel en wee van het koningshuis vast in een jaarverslag. Het Deense en Engelse koningshuis kunnen het, dus waarom Nederland niet? Het koningshuis kost momenteel 110 miljoen euro en deel gewoon de buitenwacht mee wat er gedaan wordt door leden van het Koninklijk Huis. Het publieke debat over het koningshuis is vaak cynisch van toon. En een cynicus, om de bekende definitie van Oscar Wilde maar aan te halen, is “a man who knows the price of everything but the value of nothing.” Door alleen maar over de kosten te spreken, roep je over jezelf af dat het debat over de prijs van het koningshuis gaat en niet over de waarde ervan. De praktijk leert dat de constitutionele monarchie, zo goed en zo kwaad als het gaat, wérkt. Een slimme minister president kan die troef eenvoudig uitspelen door de modernisering van het koningshuis te vervolmaken met een modern jaarverslag waarin niet alleen kosten maar ook de waarde in beeld gebracht worden. Instituties die werken daar moet je zuinig op zijn, maar aanpassen aan de tijd is daarbij een onverbiddelijke eis.

* Dit is een uitgebreide versie van een artikel dat verscheen in Trouw, 5 maart 2009.

Gerelateerde artikelen

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik