Back

Artikel

Home

Brainport Eindhoven: van slimste regio naar mondiaal knooppunt

10 okt 2013
Onderwerpen: Innovatie
Hoewel Brainport Eindhoven vaak wordt geroemd als een van de slimste regio’s van de wereld wordt volgens de Eindhovense hoogleraar Frenken de kracht van Eindhoven niet voldoende uitgebuit. Geografisch nabijheid van slimme mensen en bedrijven is niet voldoende voor succes. Samenwerking en netwerkvorming in de wereld zijn essentieel. Daarom moet beleid vooral gericht zijn op de creatie van mondiale netwerken.

Slimste regio 

Innovatie vindt steeds vaker plaats in complexe samenwerkingsverbanden tussen bedrijven, overheden, universiteiten en andere betrokkenen. In dit verband wordt vaak metaforisch gesproken van de triple-helix die wetenschap, politiek en bedrijfsleven samenbrengen (Leydesdorff en Etzkowitz 1996). In Nederland is Brainport Eindhoven een heel goed voorbeeld van een innovatieve regio waarin goed wordt samengewerkt (Romme 2011). Twee jaar geleden werd Brainport zelfs uitgeroepen tot slimste regio van de wereld. Andere voorbeelden in den lande zijn Wageningen met de landbouwuniversiteit als spil en Leiden met een belangrijk biotechnologiecluster.

Het belang van regionale dynamiek voor economische ontwikkeling heeft tot een omslag geleid in het nationaal economisch beleid geleid. Ruimtelijk beleid door de nationale overheid is vervangen door regionaal beleid door provincies en gemeenten. Decentralisatie van beleid is goed te begrijpen in het licht van de opkomst van innovatieve regio’s, hoewel afstemming nodig blijft op nationaal niveau (Rapse et al. 2012).
 

Voor regionaal beleid is het fundamentele probleem gelegen in het feit dat innovatieve bedrijven weliswaar regionaal clusteren, maar individueel vooral internationaal opereren. De vraag is hoe een regionaal beleid vormgegeven kan worden ten tijde van schaalvergroting en globalisering. De uitdaging van modern regionaal beleid zal gelegen zijn in het verknopen van de regio in internationale netwerken. Zonder een naar buiten gerichte visie dreigt Brainport Eindhoven de slag de verliezen in de voortdurende globalisering van kenniseconomie (Cooke et al. 2004).

Nabijheid is niet voldoende

Geografen verklaren het belang van regio's voor innovatie uit de noodzaak van “geografische nabijheid”. Anders gezegd, als veel kenniswerkers dicht bij elkaar wonen en werken, zou dat bevorderlijk zijn voor gezamenlijke kenniscreatie en ideeënuitwisseling. Immers, samenwerking gedijt vooral goed als mensen elkaar herhaaldelijk face-to-face kunnen ontmoeten. Op die manier kan er goed van elkaar worden geleerd en ontstaat er ook vertrouwen, wat de samenwerking weer bevorderd en transactiekosten verlaagd. Ook kunnen er spontane interacties ontstaan tijdens allerhande bijeenkomsten; ontmoetingen die niet snel op Internet zullen plaatsvinden. 

Toch hangt het succes van regio’s niet alleen samen met geografische nabijheid. Boschma (2005) wijst er op dat enkel geografische nabijheid niet voldoende is om innovatieprocessen uit te lokken. Het is heel wel mogelijk dat partijen in dezelfde regio elkaar niet weten te vinden als er niet ook aan ander voorwaarden wordt voldaan. Er kan zelfs sprake zijn van onderlinge rivaliteit tussen regionale actoren - zowel op markten als richting de overheid – wat vruchtbare samenwerking blokkeert.

Sociale netwerken

Een van de zaken die Boschma benadrukt in zijn artikel is dat vooral sociale netwerken belangrijk zijn voor het ontstaan en slagen van samenwerking. Netwerken creëren “sociale nabijheid”. Op deze manier worden zakelijke contacten sneller gelegd en zijn mensen in beginsel coöperatief ingesteld. Ook is men dan bereid kennis sneller te delen op basis van wederkerigheid (Breschi en Lissoni 2009). Dit zou wel eens een belangrijke oorzaak kunnen zijn van het succes van de Brainport Eindhoven. Zo kennen veel kenniswerkers in Brainport elkaar van een gemeenschappelijk verleden bij Philips of de TU Eindhoven, of bij andere organisaties. 

Een belangrijk inzicht is dat de sociale netwerken van mensen niet één-op-één samenvallen met geografische nabijheid tussen mensen. Het is zeker zo dat sociale netwerken vooral ontstaan als mensen face-to-face interactie hebben, maar dat betekent niet dat mensen geografisch gezien altijd nabij hoeven te zijn. Sterker nog, sociale netwerken zijn juist een manier voor een regio om zich te verbinden met andere regio´s. Zo kunnen mensen die in verschillende regio’s wonen elkaar toch goed leren kennen op congressen en beurzen. In dat geval spreekt men wel van "tijdelijke geografische nabijheid" (Torre and Rallet 2005). Na een face-to-face ontmoeting kunnen sociaal contacten duurzaam worden en op langere afstand worden voortgezet. Een ander voorbeeld is betreffen voormalige medewerkers. Zij die wisselen van baan en verhuizen naar een andere regio, houden vaak nog goed contact met oud-collega´s. Dus, wanneer talenten de regio verlaten hoeft dat niet enkel als verlies te worden gezien voor de BV Brainport, maar ook als een kans om nieuwe verbindingen te leggen met andere regio’s. Zo wordt het duurzame succes van Silicon Valley verklaard door te wijzen op de internationale kennismigranten van en naar deze regio (Saxenian 2006). In de Nederlandse context vervult nu nog alleen Amsterdam een dergelijk internationale rol, zij het in andere sectoren dan waarin de Brainport Eindhoven zich specialiseert. Hier liggen dus kansen voor de Eindhovense regio om het tweede mondiaal knooppunt van Nederland te worden in aanvulling op Amsterdam.

Beleidsimplicaties
Als we nu vanuit het perspectief van sociale netwerken nadenken wat verbeterd kan worden aan het beleid dat Brainport Eindhoven voert, komen vier beleidsimplicaties bovendrijven. 

  • Geen fysieke barrières

Van continu belang voor de stad Eindhoven, en de hele regiodaar om heen, zijn goede fysieke verbindingen over land en door de lucht. Immers, als face-to-face contact zo belangrijk is voor het opzetten en onderhouden van netwerken en samenwerkingsverbanden, dan dienen de fysieke barrières zo klein mogelijk te zijn. In dit verband is het verheugend te zien dat de luchthaven van Eindhoven zo snel groeit en hiermee de internationale vertakkingen van de regio versterkt. Ook is het goed om te zien dat het treinstation eindelijk grondig wordt aangepakt om de snel groeiende stroom treinreizigers op te vangen. De bereikbaarheid over de weg is onlangs al een stuk verbeterd. 

  • Profilering als ontmoetingsplaats

Stad en regio kunnen meer initiatieven ontplooien om nieuwe sociale netwerken te creëren, die anders niet snel zouden ontstaan. Dit betekent dat de stad zich nog nadrukkelijk gaat profileren als congresstad waarin lokale kenniswerkers in contact komen met mensen uit de hele wereld. Ook zou de stad spontane ontmoetingen tussen mensen uit de Brainport-regio kunnen aanjagen door meer culturele en sportieve evenementen. Het zij gezegd, de gemeente en de provincie doen hier al het nodige aan. Denk aan de poging van de stad Eindhoven om Culturele hoofdstad van Europa de worden. Toch kan het belang van congressen, cultuur en sport niet onderschat worden. 

  • Aantrekken van kennismigranten

De regio dient zich nog meer in te zetten om buitenlandse kenniswerkers naar zich toe te trekken (Romme 2011). Snel groeiende bedrijven springen om werknemers, en het aanbod van hoogwaardig personeel schiet hierbij op sommige terreinen tekort in Nederland. De Technische Universiteit Eindhoven en de hogeschool Fontys spelen hier ook een belangrijke rol in, vooral door te trachten meer buitenlandse studenten aan te trekken. Gezien de financiële barrières om naar Nederland te komen, zou het verstandig zijn om het aantal beurzen dat nu beschikbaar is voor buitenlandse studenten, verder uit te breiden.

  • TU Eindhoven leider in netwerkvorming

Een andere rol die de Technische Universiteit Eindhoven kan spelen, is als aanjager van netwerkvorming. Zo zou de universiteit een actiever en professioneler alumni-beleid kunnen voeren. Immers, oud-studenten bieden de universiteit, en daarmee de hele regio, “relationeel kapitaal”. Door hun te blijven betrekken bij de Brainport regio via mailings, sociale media en evenementen, blijven hun sociale netwerken goed in stand en kunnen ze verder worden uitgebreid. Ook de contacten tussen de Nederlandse studenten en de (snel groeiende aantal) buitenlandse studenten kan worden verbeterd. Zij zijn immers de toekomstige ambassadeurs van de TU en Brainport buiten Nederland. Alumni kunnen ook een bron van fondsen zijn, in het groot (zoals in de VS gebruikelijk is) of in het klein (bijvoorbeeld via crowd-funding). 

Conclusie

Brainport Eindhoven is niet alleen een plek, maar ook, en vooral, een netwerk. Een netwerk tussen kenniswerkers binnen en buiten de regio, binnen en buiten organisaties, binnen en tussen culturen, en binnen en tussen generaties. Nadenken over regionaal beleid betekent dus nadenken over strategieën om netwerken te creëren en beter te laten functioneren. Pas dan kan Brainport zich verder ontwikkelen van "de slimste regio" naar een mondiaal kennis-knooppunt. 

Referenties

Boschma, R.A. (2005) "Proximity and innovation: a critical assessment," Regional Studies 39, pp. 61–74.

Breschi, S., Lissoni, F. (2009) "Mobility of skilled workers and co-invention networks: an anatomy of localized knowledge flows", Journal of Economic Geography 9, pp. 439–468.

Cooke, P,, Heidenreich, M,, Braczyk, H.J. (2004) Regional Innovation Systems: The Role of Governance in a Globalized World (London: Routledge).

Leydesdorff, L., Etzkowitz, H. (1996) "Emergence of a Triple Helix of university industry–government relations", Science and Public Policy 23, pp. 279–286.

Raspe , O., Weterings, A., Geurden-Slis, M., van Gessel, G. (2012) De Ratio van Ruimtelijk-Economisch Topsectorenbeleid, Rapport, Planbureau voor de Leefomgeving.

Romme, S. (2011) "Waarom Eindhoven de slimste regio van de wereld is", Me Judice, 20 juli.

Saxenian, A.-L. (2006) The New Argonauts: Regional Advantage in a Global Economy (Cambridge MA: Harvard University Press).

Torre A., Rallet A. (2005) "Proximity and localization", Regional Studies 39, pp. 47-60.

Gerelateerde artikelen

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik