Back

Artikel

Home

Blindheid voor risico’s en groepsdenken komt overal voor, ook in Nederland

7 mrt 2011
Het IMF heeft in een intern rapport haar eigen falen ter discussie gesteld. Door groepsdenken is men blind geweest voor de risico’s die de onbalans in de wereld en in het financiële systeem ontstonden. Eenzelfde vorm van groepsdenken komt ook in Nederland voor, volgens de Nijmeegse econoom De Jong.

IMF zelfevaluatie

Naar aanleiding van de kredietcrisis verschijnen er steeds meer publicaties die ingaan op de vraag Hoe heeft het zover kunnen komen? Had niemand dit voorzien? Midden januari is een dergelijk rapport verschenen van de Independent Evaluation Office (IEO) van het Internationale Monetaire Fonds (IMF). Het IEO is een onafhankelijk orgaan dat het functioneren van het IMF moet nagaan en voorstellen tot verbetering moet aanreiken. Het nieuwste rapport behandelt de analyse en advisering van het IMF gedurende de periode 2004-2007. In dit artikel wil ik een belangrijke conclusie uit dit rapport bespreken omdat het relevant is voor nagenoeg iedereen. Deze conclusie is dat het fenomeen van groepsdenken de medewerkers van het IMF blind heeft gemaakt voor de gevaren van financiële innovatie. Om na te gaan wat men wel en niet heeft gezien begin ik met de oorzaken van de kredietcrisis.

Oorzaken van de crisis

Een belangrijke oorzaak van de crisis vormen de enorme overschotten op de lopende rekening van China en de tekorten op dezelfde rekening van de Verenigde Staten. Samen met een ruim monetair beleid van de Verenigde Staten resulteert dit in een lage rente. Deze lage rente leidt ertoe dat onkredietwaardige personen toch hypothecaire leningen krijgen. Voor de banken biedt dit een mogelijkheid winst te maken en de algemene opinie en politiek juichen het toe dat deze armere Amerikanen een huis kunnen kopen. Vervolgens verminderen de banken het risico dat ze lopendoor de hypotheken in pakketten aan andere beleggers door te verkopen, maar ook aan onderdelen van dezelfde bank. Van het laatste is men zich pas bewust als de crisis uitbreekt. Het gevolg is dat de banken elkaar niet meer vertrouwen en de interbancaire markt stil komt te liggen.

Voor welke ontwikkelingen is gewaarschuwd?

Al sinds het begin van de jaren negentig maken internationaal economen zich zorgen over het voortdurende tekort op de lopende rekening van de Verenigde Staten. Dit tekort geeft aan dat de VS steeds meer schulden in het buitenland maken. Hoe lang wil het buitenland dat nog accepteren, wat zullen de gevolgen voor de dollar zijn? Degelijke vragen zijn door internationaal economen veelvuldig bestudeerd. Tot hun verbazing liep het lang niet zo dramatisch af als ze hadden verwacht. Hetzelfde geldt voor sommige beleidsmakers. Vanaf het jaarverslag van 2003 wijst de president van De Nederlandsche Bank, Nout Wellink, elk jaar weer op de gevaren van het tekort op de lopende rekening van de Verenigde Staten en het overschot van China. Ook binnen in het IMF wordt dit politiek heikele punt aangesneden. In 2005 bijvoorbeeld, wijst de toenmalige topeconoom van het IMF, Raghuran Rajan, op de gevaren van de onevenwichtigheid tussen China en de VS. Het tekort van de VS acht hij op de lange termijn onhoudbaar. We kunnen dus concluderen dat zowel academici als beleidsadviseurs voldoende hebben gewaarschuwd voor de diepste oorzaak van de huidige crisis, namelijk de wereldwijde onevenwichtigheden op de betalingsbalansen.

Anders ligt dit met de verschillende problemen in de financiële sector en het verband tussen de betalingsbalansproblemen en de financiële markten. In de periode 2003 – 2005 begint men binnen het Federal Reserve System zich zorgen te maken over de huizenmarkt in de Verenigde Staten. De kapitaalbasis van de Fannie Mae en Freddie Mac, de instellingen die hypotheken kopen en overheidsgaranties geven, vindt men te klein. In 2005 wijst Greenspan op een overwaardering van de huizen in delen van de Verenigde Staten. In hetzelfde jaar houdt Raghuran Rajan (IMF) een rede voor centrale bankiers, waarin hij betoogt dat de financiële innovatie tot dan toe wel voorspoed heeft gebracht, maar dat de wereld er ook veel risicovoller door is geworden. Hij beveelt daarom aan dat we ons voorbereiden op ‘the low probability but highly costly downturn”. Ook in ander documenten signaleert het IMF problemen in de financiële sector, maar uiteindelijk wordt met deze signalen niets gedaan.

Het IEO concludeert dat het IMF de gevaren van de onevenwichtigheden goed heeft onderkend en daar ook voldoende voor heeft gewaarschuwd. De gevolgen van deze onevenwichtigheden voor de financiële sector zijn echter niet goed gezien en als ze gezien werden dan werd er niets mee gedaan. Het IEO wijt dit aan groepsdenken. Bij het IMF dacht men te veel dat een crisis in de financiële sector van de rijke Westerse landen niet mogelijk was. Dit is een beeld dat breder leefde. Uit gesprekken met bankiers is mij gebleken dat men het niet voor mogelijk hield dat de geldmarkt kon opdrogen; dat er geen liquiditeiten geleend konden worden. Voor het IMF kwam daar nog bij dat men niet beschikte over onafhankelijk gegevens van de meest belangrijke landen en in die periode moest reorganiseren.

Groepsdenken in Nederland

Zoals ik al aangaf is deze les over het gevaar van groepsdenken breder van toepassing. In Nederland geldt dat voor de depositogarantie. Deze is zo geregeld dat er geen fonds wordt gevormd maar dat nadat een bank failliet is gegaan, de andere banken de kosten betalen. De reden is dat de Nederlandse markt gedomineerd wordt door een paar grote banken die liever achteraf betalen dan vooraf premies in een fonds stoppen. Het laatste vinden ze inefficiënt; dan moet het fonds beheerd worden wat (on)nodige kosten met zich meebrengt. Al in 2001 waarschuwen medewerkers van De Nederlandsche Bank dat dit systeem niet meer werkt omdat op de Nederlandse markt kleine banken van buiten de Europese Unie actief zijn. Deze hebben een riskanter beleggingsprofiel. Het bestaan van de depositoverzekering, waar ze in advertenties op wijzen, maakt het hen mogelijk snel een plaats op de Nederlandse markt te veroveren. De medewerkers suggereren het systeem te herzien. Later wijst ook het IMF op dit gevaar. Uiteindelijk wordt er niets gedaan omdat we in Nederland het gevaar niet groot genoeg vinden; bij ons valt het wel mee. Icesave heeft laten zien hoe het mee is gevallen.

Meer voorbeelden uit het verleden zijn te noemen. Ik kies een dreiging voor de toekomst er uit. Door de crisis wordt voor veel transacties veel vaker en veel meer onderpand gevraagd. Goed onderpand wordt schaars. Maar hoorde ik recent een insider, onderpand is er altijd. Mijn reactie is, vergeet het maar. Waarom zou er altijd goed onderpand zijn? Overheden willen hun schulden terug brengen daardoor daalt het aanbod van eerste klas obligaties. De overheden die niet hun schulden beheersbaar maken leveren ook geen hoogwaardig onderpand. De totale omvang van goed onderpand is wel degelijk beperkt. Als de crisis ons een les heeft geleerd dan is het dat we nooit moeten denken: bij ons kan het niet gebeuren. We zullen altijd rekening moeten houden met de kleine kans dat het wel kan. Een kleine kans is fundamenteel verschillend van nooit, vergeet dat nooit.

* Dit artikel verscheen eerder in Het Friesch Dagblad, 1 maart 2011.

Referenties:

IMF, 2011, IMF Performance in the Run-Up to the financial and economic crisis. IMF surveillance in 2004-07, Independent Evaluation Office of the International Monetary Fund, Washington DC.

Rajan, R.G., 2005, ‘Has financial development made the world riskier?’, NBER Working Paper no. 11728, Cambridge, MA.

Bikker, J.A., en H.M. Prast, 2001, Doelmatigheid en rechtvaardigheid van de depositoverzekering, Onderzoeksreeks Toezicht no. 40, De Nederlandsche Bank.: International Monetary Fund

Dit artikel kan worden overgenomen met bronvermelding. Toezending van bewijsexemplaren wordt op prijs gesteld. © Me Judice

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik