Back

Artikel

Home

Beschaving telt omdat zij niet telt

28 jun 2012
Onderwerpen: Economisch denken
Het is ook een kwestie van beschaving welke beleidskeuzes gemaakt worden, stelt Bart Nooteboom in een reactie op de bijdrage van Jules Theeuwes op dit forum. Beschaving is een vaag begrip, maar daarmee niet irrelevant. Economen moeten er maar mee leren leven dat niet alles even makkelijk onder één noemer is te brengen.

Beschaving?

In zijn scheldpartij op verdedigers van beschaving van 22 juni j.l. gebruikt Theeuwes grof retorisch geweld: atoombommen op de borreltafel, coup d’état, geestelijke guillotine, Attila de Hun, ….. Toe maar. Hij is geschokt, diep in zijn economenziel aangetast. Hij gebruikt ook de klassieke retorische truc van het belachelijk maken van het vijandige standpunt door er een karikatuur van te maken. Ik zal proberen weerstand bieden aan de verleiding dat nu ook te doen.

Het is de econoom met de paplepel ingegoten dat ter wille van rationele afweging en keuzen de meest uiteenlopende zaken van mens en samenleving op een noemer te brengen (commensurabel) zijn, in de vorm van nut of van voorkeuren die voldoen aan de gebruikelijke axioma’s (waaronder transitiviteit). Ontkenning daarvan ontregelt het denken van de econoom.

Grenzen aan economisering

Als verschillende dimensies van nut of keuze niet op een noemer te brengen zijn kunnen er gekke dingen gebeuren, en kan bijvoorbeeld niet voldaan zijn aan het axioma van transitiviteit (Nooteboom, 1984). En dat niet alles, zoals geluk, liefde, schoonheid, rechtvaardigheid, welzijn, vriendschap, solidariteit, …. op een noemer te brengen zijn is een oordeel dat terug gaat op Aristoteles. Ik wil maar zeggen: het is niet een verdwazing van enkele malloten van nu. En als dat zo is zul je grenzen moeten stellen aan de economisering (zie ook de bijdrage van Abram de Swaan op dit discussieforum).

Er zijn bekende voorbeelden. Van de ervaring dat de kwaliteit van bloed achteruit gaat als het niet meer gedoneerd wordt uit idealisme maar verkocht wordt. Van de kinderopvang waar het een kwestie van loyaliteit was voor ouders om hun kinderen op tijd op te halen, en ze later kwamen toen er op laat komen een boete werd ingesteld, omdat ze toen redeneerden dat ze er recht op hadden omdat ze het hadden afgekocht. Ik twijfel aan de verhandeling van emissierechten omdat het de ethiek van niet vervuilen uit overtuiging kan vernietigen, want dan is de vervuiling afgekocht. Misschien moet hier de ethiek, niet de calculatie prevaleren. En wat verlies van ethiek betreft: kijk naar de banken als je wilt zien wat dat kan betekenen. Is de waarde van kunst en cultuur alleen economische waarde, de verhandelbaarheid ervan?

Arbeid heeft extrinsieke waarde, in loon en prestige, en intrinsieke waarde, in roeping of beroepsethiek. Zijn die in te ruilen? Wat als ter wille van meetbaarheid en beloning van medische diensten in diagnose-handelcombinaties de ruimte verdwijnt voor het oordeel van de arts die hij ziet als de basis voor zijn roeping, en die ook onmisbaar is voor kwaliteit van de zorg? Organisatie- en human resource onderzoekers weten al lang dat intrinsieke motivatie beter werkt dan extrinsieke.

Vaag kan gaaf zijn

Theeuwes beklaagt zich erover dat beschaving een vaag begrip is. Ja, gelukkig maar, gelukkig dat er nog vage begrippen zijn. Ik ben een groot voorstander van helderheid. Je moet zo helder zijn als mogelijk is, maar ook niet meer dan dat (zei iemand ooit). Een begrip dat volstrekt helder en exact is, geen ambiguïteit toelaat, is niet voor verandering vatbaar en laat geen ruimte voor uitvinding en innovatie, waarin betekenissen verschuiven. Een begrip kan verschillende dimensies hebben die in verschillende combinaties voorkomen onder verschillende omstandigheden maar het is niet duidelijk hoe. Dat begrip is dan vaag maar daarom nog niet ongeldig. Je kunt helder zijn over vaagheid. Literair werk moet het hebben van dubbele of ambigue betekenissen en metaforen die helpen betekenissen te doen verschuiven. Ja, beschaving omvat cultuur en kunst en die zijn vaag. Vaag kan gaaf zijn.

Theeuwes voelt zich slecht behandeld door verdedigers van beschaving omdat ze zich verheven voelen, en neerbuigend doen. Ik kan me zijn irritatie wel voorstellen, en heb zelf ook de onredelijkheid in discussie meegemaakt die hij beschrijft. Maar laat hij eens kijken naar zijn eigen verhaal waarin hij zijn tegenstanders wegzet als malloten. Verdedigers van de beschaving raken gefrustreerd, en vervolgens boos en dan onredelijk omdat het primaat van economisch denken steeds verder oprukt en geen oor heeft voor wat niet in hun rekensommen past, fundamentele aspecten van mens en samenleving niet meetelt en intussen financiële markten hun verwoesting laat aanrichten.

Theeuwes zegt dat verdedigers van beschaving niet komen met praktische oplossingen. Nee: misschien niet de oplossingen die passen in zijn economische denkraam, en ja, dan is het natuurlijk alleen maar mallotig. Ik heb hierboven enkele indicaties gegeven van een beschaafde benadering van praktische zaken.

Beperkingen in economisch denken

De filosoof en wiskundige Blaise Pascal onderscheidde de esprit de géometrie en de esprit de finesse en stelde dat ze moeilijk te mengen maar beide nodig zijn. Het is dan een kwestie van pendelen tussen de twee. Economen zijn verrukt van de geometrie en slaan er mee op hol, en finesse is wat hun betreft iets voor warhoofden. Er zijn tal van ethische dilemma’s waar je niet gemakkelijk uitkomt. In euthanasie bijvoorbeeld, en asielzoekers en, ja, bezuiniging op de zorg en het minimumloon. Voor verlaging van het minimumloon is er een argument van vergroting van de werkgelegenheid maar het is wel degelijk ook een kwestie van beschaving om het minimum te bewaken. Als de econoom nu de beperkingen van zijn denken onder ogen ziet kan het misschien nog een beetje goed komen tussen geometrie en finesse, tussen tellen en meetellen. Zo niet, dan zal vermoedelijk de wal het schip keren, in een volksopstand die het economisch denken weg zal vagen. De woede van de verdedigers van de beschaving is daar een voorbode van.

De redelijkheid waar Theeuwes terecht voor pleit vergt ook dat economen de beperkingen van hun denken inzien. Het argument voor economische theorie en modellen is dat die altijd alleen maar abstracties kunnen en moeten zijn en nooit de gehele werkelijkheid kunnen weergeven. Erken dat dan ook in de toepassing van uitkomsten ervan in beleid: zij missen aspecten van de werkelijkheid die cruciaal kunnen zijn.

Bart Nooteboom is hoogleraar innovatiebeleid aan de Universiteit van Tilburg en publiceerde onlangs een filosofisch boek over het humanisme (Beyond humanism: the flourishing of life, self and other, Palgrave-Macmillan, 2012).

Referenties

B. Nooteboom, ‘Intransitive preferences in retailing’, Service Industries Journal, 4 (1984), pp. 82-92.

Bron foto: National Gallery.

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik