Back

Artikel

Home

Beperkte bereidheid tot verhuizen is product van laks hervormingsbeleid

5 jan 2012
Dossiers: Woningmarkt
Onderwerpen: Arbeidsmarkt, Woningmarkt
Verhuizing van een compleet huis Minister Kamp wil dat uitkeringsgerechtigden verplicht kunnen worden te verhuizen om een elders een baan te accepteren. Een dergelijke dwang zal in veel gevallen onredelijk zijn. Andere maatregelen zijn bovendien effectiever. De overheid heeft er zelf voor gezorgd dat mensen immobiel zijn door de arbeids- en woningmarkt niet te hervormen, aldus de Tilburgse hoogleraar Wilthagen.

De economische crisis blijkt opnieuw hardnekkiger dan gehoopt en het is niet uitgesloten dat we te maken hebben met een structurele verandering. Wat we zien is een proces van herverdeling van welvaart tussen de ‘oude’ wereld in het Westen en de ‘nieuwe’ werelden elders. Zo lang de koek wereldwijd ook groter wordt, is er voor ons niet zoveel te vrezen, maar als dat om allerlei redenen niet gebeurt, dreigt na een meer dan een halve eeuw van ‘vette jaren’ welvaartsverlies.

Belang mobiliteit

We weten in Nederland heel goed wat telt. Een vergrijzende samenleving moet het hebben van de kwaliteit, de ontwikkeling en de inzetbaarheid van menselijk kapitaal. Daar ligt de concurrentiekracht van Nederland. Inzetbaarheid heeft ook te maken met mobiliteit op de arbeidsmarkt. Mobiliteit binnen bedrijven – van functie naar functie – en mobiliteit tussen bedrijven, dus van werk naar werk. Een deel van die mobiliteit vereist ook geografische mobiliteit. Mensen moeten bereid zijn om voor een andere functie of een andere baan te gaan reizen of desnoods te verhuizen. Door mobiliteit kan er voor worden gezorgd dat de beste man of vrouw op een aangeboden baan terecht komt. En dat is weer van cruciaal belang voor de productiviteit.

Beperkte mobiliteit Nederlanders

Nederland is, anders dan misschien wordt gedacht, in diverse opzichten niet een land waar mensen mobiel zijn. Als we op Europees niveau kijken naar de mobiliteit van functie naar functie en van baan naar baan, dan scoort Nederland hooguit gemiddeld (zie figuur 1).

Figuur 1: Percentage werknemers dat tussen 2007 en 2008 van baan verandert naar type van contract

Figuur 1: Percentage werknemers dat tussen 2007 en 2008 van baan verandert naar type van contract
Bron: Eurostat (2010), SILC Longitudinal data 2005-2008 bewerkt door Muffels (2010)

En recent is uit onderzoek van de Intelligence Group (2011) naar voren gekomen dat Nederlanders steeds minder bereid zijn om voor een baan te verhuizen. In 2010 was 34 procent van de Nederlandse beroepsbevolking nog bereid te verhuizen naar een andere provincie voor een (nieuwe) baan. Dit percentage lag in 2007 nog op 44 procent. Dat betekent een daling van 23 procent. Hoe lager de opleiding, hoe minder lang mensen bereid zijn te forensen voor een nieuwe baan en hoe minder mensen geneigd zijn om voor die baan te verhuizen. Personen met een wetenschappelijke opleiding zijn twee keer zo mobiel en bereid tot verhuizen dan personen met een VMBO- of MBO-opleiding.

Eén van de risico’s van deze ontwikkelingen is dat we de werkloosheid verder zien oplopen, terwijl er tegelijkertijd op diverse plekken op de arbeidsmarkt onvervulde vacatures voorkomen. Economen spreken dan van een zich slecht ontwikkelende Beveridge curve (zie figuur 2). Zo’n wanverhouding tussen vraag en aanbod kan een land zich niet veroorloven, want het is intussen al moeilijk genoeg om nieuwe banen te scheppen, laat staan dat bestaande banen onvervuld blijven. Daarmee worden de betreffende bedrijven in hun groei en productiviteit belemmerd.

Figuur 2: Beveridge curve voor Nederland, 1988-2009

Figuur 2: Beveridge curve voor Nederland, 1988-2009
Bron: CBS

Verplicht verhuizen?

Is het om bovenstaande redenen dan geen goed idee, zoals minister Kamp van Sociale Zaken wil, om uitkeringsgerechtigden te verplichten om te verhuizen als ze elders in het land een baan kunnen krijgen? Laten we eerst kijken wat mag. Bij de huidige stand van het recht, ook het internationale recht waaraan Nederland is gebonden, kunnen mensen niet zo maar worden gedwongen te verhuizen. Er is een recht op vrije arbeidskeuze en een verbod op ‘dwangarbeid’. Elke eis die aan uitkeringsgerechtigden wordt gesteld moet redelijk zijn en dat hangt af van de aard, de plaats en de duur van het werk. En dit alles in relatie tot de werkervaring, de opleiding en de gezinssituatie van betrokkene. Zo kan men aan mensen in het algemeen wel vragen een bepaalde reistijd te accepteren om een baan te kunnen krijgen. De eis om te verhuizen gaat echter veel verder.

Wetten kunnen uiteraard worden veranderd, maar laten we dan eerst eens kijken waar de beperkingen liggen. Mijn collega Ronald Dekker (2011) heeft er eerder in Me Judice al opgewezen dat uitkeringsgerechtigden persoonlijk en sociaal in een slechtere positie verkeren dan gemiddeld. Een gedwongen verhuizing zal voor op hen een grote impact hebben, al valt te beargumenteren dat een nieuwe baan tot nieuwe sociale contacten zal leiden.

Verhuizen is te riskant

Dat Nederlanders in het algemeen niet verhuizen voor een baan heeft te maken met risico’s en risicoperceptie. Een derde van de werkende bevolking behoort momenteel tot de categorie flexkrachten. Doordat het vaste contract in Nederland in veel opzichten duur is (hoge ontslagvergoedingen, lange ontslagprocedures) bieden werkgevers in steeds mindere mate een vaste aanstelling aan en lukt het steeds minder mensen om van een tijdelijk of flexcontract naar een vast contract over te stappen. Dat betekent dat het riskant is om voor een nieuwe baan te verhuizen, want de kans dat het een vaste baan zal blijken te zijn, is klein. Ook de eventuele partner, in anderhalf verdienend Nederland, loopt een risico als hij of zij tegelijkertijd een andere baan moet gaan zoeken. Dit risico wordt fors versterkt als mensen een eigen huis met hypotheek hebben. Doordat niet alleen de arbeidsmarkt maar ook de woningmarkt niet hervormd wordt, is er een wildgroei van riskante hypotheekvormen ontstaan en wonen veel mensen naar verhouding in een overgewaardeerd huis met te hoge lasten. Je bestaande huis verkopen en elders een ander huis kopen, is in deze tijd een ongewis avontuur, waar iedereen tegenop ziet.

Ook is er de laatste jaren door de overheid, werkgevers, vakbonden en mensen zelf te weinig geïnvesteerd in inzetbaarheid en in het transparanter maken van de competenties die mensen feitelijk in huis hebben. Dus los van hun diploma’s en eventuele eerdere functies. Voorzieningen die mobiliteit tussen sectoren bevorderen, dus van problematische sectoren naar vraagsectoren, zijn eveneens onvoldoende ontwikkeld. Arbeidsmarkten zijn vooral regionaal van karakter en als de arbeidsmarkt goed wordt georganiseerd, zijn er in de regio volop kansen op werk te bieden.

In plaats van een verhuisplicht te bedenken, zou het kabinet er dan ook verstandiger aan doen om zichzelf de plicht op te leggen de arbeids- en woningmarkt te hervormen. De langdurige politieke impasse op die terreinen is de belangrijkste oorzaak dat mensen steeds minder mobiel willen en kunnen zijn.

Referenties:

Dekker, R. (2011) Niet verhuizen voor werk? Dan ook geen uitkering. Me Judice 14 december 2011.

Eurostat (2010) EU SILC Longitudinal UDB 2010 – version of 01-08-2010, Luxemburg.

Intelligence Group (2011) Vijf jaar Kennis van de Arbeidsmarkt: bereiken en bewegen. Rotterdam.

Muffels, R., T. Wilthagen and H. Chung (2010) Towards a Methodology to Monitor and Analyse Flexicurity (FLC) and Work-Life Balance (WLB) Policies in the Member States of the EU. ReflecT Research Paper Series no. 6, Tilburg.

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik