Back

Artikel

Home

Behoud de buitenlandse student

23 nov 2011
Onderwerpen: Onderwijs en wetenschap
De buitenlandse student is een zegen voor Nederland. Het aantal buitenlandse studenten dat in Nederland studeert neemt toe. Op dit moment is ruim 8 procent van de studenten afkomstig uit het buitenland. Er is echter beroering ontstaan over dit percentage (Trouw, 15 augustus 2011, WNR 2011) en vooral over de sterke toename sinds 2000. De zorg is dat verdringing van Nederlandse studenten plaatsvindt en de samenleving onnodig op kosten wordt gejaagd, doordat de belastingbetaler opdraait voor de opleiding van studenten die na hun studie snel weer verdwijnen. Maar het tegendeel is op dit moment waar aldus de CPB-economen Lanser en Ter Weel: buitenlandse studenten dragen bij aan de kwaliteit van het Nederlandse hoger onderwijs en sommigen blijven na hun studie. Daar profiteert de samenleving juist van.

Mobiliteit toegenomen

De internationale mobiliteit van studenten is toegenomen. Het aantal Europese studenten dat in het buitenland studeert is sinds 2000 bijna verdubbeld tot 8 procent. Hiervan studeert ruim 70 procent aan een Europese universiteit. Voor Nederland is ongeveer 80% van de internationale studenten afkomstig uit Europa op een totaal van ruim 8% aan buitenlandse studenten, zie figuur 1. Hoewel de mobiliteit is toegenomen is de omvang van de populatie beperkt. Koploper in Europa is het Verenigd Koninkrijk met een aandeel van 20 procent buitenlandse studenten op het totale aantal inschrijvingen (OESO, 2011).

Figuur 1: Buitenlandse studenten die in Nederland studeren (aantallen en percentages)

Figuur 1: Buitenlandse studenten die in Nederland studeren (aantallen en percentages)

Bron: Nuffic (2011)

De vertegenwoordiging van Europese studenten onder de internationale studenten in Europa is gegroeid. De Bologna-afspraken over hoger onderwijs in Europa hebben hier een belangrijke rol in gespeeld. Deze afspraken regelen dat EU studenten eenvoudiger in het buitenland kunnen studeren. Zo hebben ze geleid tot vergelijkbare diploma’s in Europa, waardoor het beter mogelijk is om een deel van de studie in een ander land te volgen. Hierdoor is ook de concurrentie tussen universiteiten toegenomen.

Wie betaalt hiervoor?

De vraag is wie de kosten draagt voor deze buitenlandse studenten. Een eenduidig antwoord hierop is niet eenvoudig omdat een aantal mogelijke financieringsvarianten van toepassing zijn. Zowel het land van herkomst als het land waarin wordt gestudeerd kan de kosten op zich nemen. Nu is het laatste vaak het geval. Studenten ontvangen een beurs in het land waar zij collegegeld betalen. Studenten uit de EU zijn gelijk aan Nederlandse studenten. Zij hebben recht op een basisbeurs en betalen de universiteit het reguliere collegegeld. Voor studenten van buiten de EU kent de Nederlandse overheid verschillende ondersteunende beursen en zijn de collegegelden hoger. Daarnaast betaalt de overheid voor alle studenten een rijksbijdrage aan de instelling, waarmee de opleiding kostendekkend zou moeten zijn.

Nederland profiteert

Een reden om de huidige verdeling voorlopig in stand te houden is dat Nederland profiteert van buitenlandse studenten. Europese concurrentie trekt namelijk goede studenten aan. Een goede student gaat op zoek naar een goede universiteit. Dit is gunstig voor Nederland, omdat we goede universiteiten hebben. Concurrentie houdt scherp en verbetert de kwaliteit van het onderwijs. Belangrijker is dat Nederlandse studenten leren van betere buitenlandse medestudenten. Ervaringen in Maastricht, de universiteit met een van de hoogste percentages buitenlandse studenten in Nederland, bevestigen dit beeld. Ten opzichte van een Nederlandse economiestudent scoort een Duitse student scoort gemiddeld een half punt hoger.

Daarnaast blijft een deel van de buitenlandse studenten in Nederland om te werken. Een jaar studeren in het buitenland verhoogt de kans dat mensen daar blijven met ongeveer 30 procentpunten. Ook dat is voordelig. Een hoogopgeleide werknemer versterkt immers de prestaties van zijn collega’s.

Ten slotte is een kleine open economie als de Nederlandse gebaat bij sterke internationale relaties om te kunnen handelen. Ervaring opdoen in het buitenland en buitenlandse studenten kennis laten maken met de Nederlandse samenleving is gunstig voor de onderlinge banden. Op dit moment levert de Europese interne markt ons al meer dan twee duizend euro per persoon per jaar op (Straathof et al., 2008).

Conclusie

Nederland profiteert op dit moment van de aanwezigheid van buitenlandse studenten door onze goede universiteiten, peer effecten en het belang van internationale relaties. Dat begint al tijdens de studie en loopt sterk op in het werkzame leven als deze studenten besluiten in Nederland te blijven. Zolang dat zo is, zijn er goede redenen deze studenten te behouden.

* Dit is een uitgebreide versie van een artikel dat in het Financieele Dagblad van 23 november 2011 verscheen.

Referenties

Nuffic (2011), Mobiliteit in Beeld, Internationale mobiliteit in het Nederlandse hoger onderwijs,

OESO (2011), Education at a Glance, OESO, Parijs.

Straathof, B., G.J. Linders, A. Lejour en J. Möhlmann (2008), The internal market and the Dutch economy: implications for trade and economic growth, CPB Document 168, Den Haag.

WNR (2011), Buitenlandse studenten: duur en concurrerend of broodnodig? Radio Nederland Wereldomroep

Gerelateerde artikelen

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik