Back

Artikel

Home

Autodelen verspreidt zich over heel Nederland

21 sep 2012
Onderwerpen: Innovatie, Transporteconomie
Twee geparkeerde auto’s Autodelen is een zelfversterkend fenomeen dat zich over heel Nederland zal verspreiden, stelt Koen Frenken. Autodelen is de laatste jaren sterk gegroeid, maar de populariteit is nu nog duidelijk geconcentreerd in steden als Amsterdam en Utrecht. Door de dalende kosten bij een groter park van te delen auto’s en door groeiende bekendheid zal het autodelen zich snel buiten de grote steden verspreiden.

Snelle groei

Autodelen is in opkomst. KpVV (2012) schat het aantal deelauto’s in 2012 op 2649, wat een groei van 26 procent betekent ten opzichte van de 2102 deelauto’s die in het jaar ervoor beschikbaar waren. Er lijkt sprake van een stroomversnelling nu steeds meer gemeenten een actief beleid ten aanzien van autodelen voeren en er ook steeds met private en burgerinitiatieven zijn ontstaan.

Het gaat hier zowel om commerciële initiatieven zoals Greenwheels en KAV Connectcar als burgerinitiatieven waarbij mensen elkaar de eigen auto uitlenen tegen betaling. Ook de rol van de overheid is van belang bij autodelen, omdat gemeenten het autodelen hebben gestimuleerd door aparte parkeerplaatsen voor deelauto’s toe te wijzen.

Autodelen heeft veel voordelen boven het huidige systeem van eigen autobezit. Ten eerste kan autodelen een belangrijk onderdeel worden van een duurzaam mobiliteitssysteem. Met minder auto´s zijn minder parkeerplekken nodig. Ook de autoproductie kan dalen wat tot minder energie- en materiaalgebruik in deze sector leidt. Tenslotte kan autodelen het gebruik van elektrische auto’s vergemakkelijken. Autodelen heeft verder als voordeel dat mensen flexibeler worden in hun dagelijkse mobiliteit. Bij een grootschalig gebruik van autodelen, zullen mensen nagenoeg op elke plek en op elk tijdstip kunnen beschikken over een auto naar keuze. Een derde voordeel van autodelen is dat incidenteel autogebruik betaalbaar wordt voor de laagste inkomens (bijv. studenten, ouderen) en als aanvulling voor mensen die anderszins van het openbaar vervoer gebruik maken (bijv. forensen, toeristen).

Grootsteedse niche

De toekomst van autodelen is echter ongewis. Op dit moment is autodelen feitelijk een nicheproduct dat vooral aantrekkelijk is voor specifieke groepen. Zo is autodelen vooral populair in Amsterdam en Utrecht vanwege de hoge parkeerdruk. Daarnaast wordt autodelen vaak als aanvulling gebruikt op het openbaar vervoer. De vraag dringt zich op of autodelen blijft steken in nichetoepassingen of daadwerkelijk een dominante vorm van mobiliteit kan worden.

Om deze vraag te beantwoorden kunnen we te rade gaan bij de zogenoemde innovatiewetenschappen. Deze tak van wetenschap bestudeert het proces van innovatie en diffusie met in begrip van de technische, economische en maatschappelijke aspecten. De analyse die volgt laat zien dat autodelen allerhande gunstige eigenschappen omvat die verdere verspreiding van dit fenomeen zullen bevorderen:

1. Toenemende meeropbrengsten (Arthur 1989). Het bestaan van toenemende meeropbrensten betekent dat het gebruik van een technologie aantrekkelijker wordt naarmate meer mensen er al gebruik van maken. Toenemende meeropbrengsten zorgen er dus voor dat de diffusie van een technologie een zelfversterkend proces wordt. Dit geldt zeker voor autodelen. Aan de aanbodzijde gaan de kosten per rit omlaag omdat aanbieders een hogere bezetting van hun wagenpark krijgen als het aantal gebruikers toeneemt. Ook kan een bedrijf met meer klanten lagere prijzen voor benzine, auto's, onderhoud en verzekering bedingen bij haar eigen toeleveranciers. Ook voor de nieuwe gebruikers wordt autodelen steeds aantrekkelijker naarmate er al meer gebruikers zijn. Hoe meer gebruikers, hoe groter het aanbod en variëteit van auto's in de buurt.

2. Mond-op-mond reclame (Solomon et al. 2000). Hoe meer mensen van autodelen gebruik maken, hoe meer potentiële gebruikers in contact komen met huidige gebruikers. Op deze manier raken zij bekend met het fenomeen en worden eventuele misvattingen of negatieve percepties weggenomen. Dit proces van mond-op-mond reclame leidt doorgaans tot een plotselinge "percolatie-transitie"; dit is het punt dat nagenoeg iedereen op de hoogte geraakt via zijn/haar sociaal netwerk en hiermee de diffusie plotseling heel snel verloopt.

3. Schumpeteriaanse concurrentie (Nelson en Winter 1982). Volgens Schumpeteriaanse economen gedijt innovatie het beste als bedrijven enige marktmacht hebben. De winsten die hier uit voortkomen kunnen dan worden ingezet voor investeringen in innovatie om zo de concurrent voor te blijven. Aangezien schaalvoordelen inherent zijn aan autodelen, en natuurlijke monopolie effecten kunnen ontstaan op deelmarkten, zullen bedrijven voldoende marktmacht hebben om grootschalige investeringen te kunnen doen. Ondanks de marktmacht van grote aanbieders zal de noodzaak tot innovatie en lage prijszetting blijven, aangezien nieuwe toetreders op de loer liggen van aanpalende markten zoals het traditionele autoverhuur, taxibedrijven en aanbieders van leaseauto’s.

4. Recombinante innovatie (van den Bergh 2008). Innovaties zijn doorgaans gebaseerd op een nieuwe combinatie van bestaande technieken. Autodelen is een dergelijk voorbeeld van een recombinante innovatie. Technisch gezien is autodelen niet vernieuwend, maar door bestaande technologie op een nieuwe manier in te zetten is er toch sprake van een innovatie. Zo combineert autodelen de auto met andere technologie zoals chipcard, tankcard, boardcomputers, en Internet. Een recente trend is de inzet van elektrische auto's (Romme 2012) die goed geschikt zijn voor autodelen omdat de ritten doorgaans kort zijn en de auto een vaste parkeerplaats heeft (wat dus de mogelijkheid biedt om de auto’s op te laden). Ook kan autodelen ingezet worden in vormen van dienstverlening zoals voor reclame of als leaseauto’s.

5. Lage switching costs (Frenken et al. 2012). Voor veel nieuwe technologieën geldt dat de kosten van overstappen van de oude naar de nieuwe technologie met hoge verzonken kosten gepaard gaat. Autodelen, echter, vereist nagenoeg geen verzonken investeringen bij de gebruikers. De bestaande kennis over het gebruik van de auto en van reserveren via Internet zijn voldoende. Ook kan een gebruiker op elk gewenst moment (al dan niet tijdelijk) zijn abonnement opzeggen. Voor aanbieders zijn de verzonken kosten bij toetreding tot de markt ook laag. Het wagenpark vereist natuurlijk een investering, maar deze kunnen op een later moment weer worden verkocht op de tweedehandse markt, als nodig.

Heilige koe

Al deze eigenschappen van autodelen doen dus vermoeden dat we aan het begin staan van een transitie in mobiliteit waarin autodelen gemeengoed zal worden. Toch is er een mogelijk obstakel dat de verdere ontwikkeling en verspreiding van autodelen kan frustreren: het eigen autobezit. Sociologen benadrukken dat het eigen autobezit voor mensen een groot goed is. Hiermee drukt iemand niet enkel status en succes uit, maar met de keuze voor een bepaald type auto ook zijn/haar identiteit. De behoefte om de eigen identiteit uit te drukken middels de keuze voor consumptiegoederen zal niet snel verdwijnen. De vraag hier is echter of de auto het typische product zal blijven waarmee mensen hun identiteit willen uitdrukken. De jongere generatie geeft nu meer om kleding of mobiele telefoon. Daarnaast kan men met autodelen ook een identiteit uitdrukken door zich aan te sluiten bij een bepaald type autodeelinitiatief. Tenslotte kan men het autodelen combineren met het eigen autobezit. Hoewel veel (oudere) mensen wellicht zullen vasthouden aan het eigen autobezit, zal het geen fundamenteel obstakel hoeven vormen voor de verdere verspreiding.

Referenties

Arthur, W.B. 1989, “Competing technologies, increasing returns, and lock-in by historical events”,Economic Journal 99, pp. 116–131.

Frenken, K., L.R. Izquierdo, P. Zeppini, 2012, “Branching innovation, recombinant innovation and endogenous technological transitions”, Environmental Innovation and Societal Transitions, in press.

KpVV, 2012, Autodelen aan vooravond van doorbraak.

Nelson, R.R., S.G. Winter, 1982, An Evolutionary Theory of Economic Change (Belknap Press).

Romme, S., 2012, “Hebben elektrische auto’s een toekomst in Nederland?”, Me Judice, 8 september 2012.

Solomon, S., G. Weisbuch, L. de Arcangelis, N. Jan, D. Stauffer, D., 2000, “Social percolation models”, Physica A, 277, pp. 239-247.

Van den Bergh, J.C.J.M., 2008, “Optimal diversity: increasing returns versus recombinant innovation”, Journal of Economic Behavior and Organization 68, pp. 565–580.

Gerelateerde artikelen

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik