Back

Artikel

Home

Artificiële intelligentie zet arbeidsmarkt op zijn kop

21 jun 2013
Onderwerpen: Innovatie
lucht De verdere integratie van artificiële intelligentie in het dagelijkse leven en in de productie van goederen en diensten zal grote effecten hebben op de economie. De arbeidsmarkt zal er heel anders gaan uitzien. Beursanalisten en petrochemisch ingenieurs zullen al snel worden vervangen door computers, terwijl verpleegsters, receptionisten en koks er veel minder van zullen merken. Dit stellen Ad van de Gevel en Charles Noussair in een net gepubliceerd boek waarin zij de connectie tussen economie en artificiële intelligentie verkennen.

Wat is artificiële intelligentie?

Artificiële Intelligentie (AI) is een branche van computer wetenschap die zich bezig houdt met het ontwerpen van intelligente agenten die hun omgeving waarnemen en acties ondernemen om hun kans op succes te maximaliseren. Het gaat hierbij om taken die normaliter menselijke intelligentie vereisen. AI heeft als doelstelling om de menselijke intelligentie in (universele) robots te imiteren en zelfs te overtreffen. De term AI is geïntroduceerd door John McCarthy die in 1956 de eerste internationale AI conferentie organiseerde in Dartmouth, New Hampshire die algemeen beschouwd wordt als de geboorte van AI. AI omvat veel meer dan het traditionele rekenkundige element van het vermogen om allerlei doelstellingen te realiseren, zoals adequaat redeneren, strategisch handelen, problemen oplossen, beslissingen nemen onder onzekerheid, rechtstreeks communiceren in vreemde talen, creatief zijn, zelfbewust zijn. Een veel gehoorde stelling is dat intelligentie de grootste kracht is in het heelal en het is slechts een kwestie van een paar eeuwen voordat intelligentie alle materie en energie zal verzadigen en met de snelheid van het licht het gewenste universum zal creëren (Ray Kurzweil).

Innovatie

Het uitgangspunt van AI is dat de menselijke natuurlijke biologische intelligentie beperkt is en dat deze uiteindelijk overtroffen zal worden door niet-biologische artificiële intelligentie. De accelererende en zich exponentieel ontwikkelende computer capaciteit ten gevolge van technische vooruitgang speelt hierbij een hoofdrol. Dit wordt “Singulariteit” genoemd. Singulariteit is een begrip uit de wiskunde waarbij de noemer van een verhoudingsgetal naar nul tendeert zodat de uitkomst oneindig groot wordt. De implicatie hiervan is dat de curve van de technische vooruitgang in de loop van de tijd nagenoeg verticaal wordt en lijkt op een staande hockeystick. Artificiële Intelligentie wordt door futuristen beschouwd als de meest relevante optie om Singulariteit te initiëren.

Inzet van artificiële intelligentie

AI systemen verwerven kennis door autonome leerprocessen van machines (robots) en door adaptieve interactie met de omgeving. Een bekende test om te bepalen of artificiële intelligentie aanwezig is de Turing Test waarbij een computer en een persoon zich in een kamer bevinden en vragen van buiten de kamer per teletext moeten beantwoorden. Als niet te beoordelen valt wie wie is, is de computer geslaagd voor de intelligentietest. Tot nu toe is nog geen computer geslaagd voor de Turing test. Het is echter geen actuele actieve research kwestie meer in de AI professie waar het geven van concrete taken aan computers de voorkeur heeft.

Robotica bestudeert het ontwerpen van robots om de menselijke motorieke en sensorieke capaciteiten van machines uit te breiden. Robots worden ingezet voor allerlei doeleinden: repetitieve taken per week voor 24 uur; robots worden nooit ziek en hebben nooit behoefte aan een time-out; robots kunnen taken uitvoeren die te gevaarlijk of the smerig zijn voor mensen; robots kunnen een veel hogere precisie realiseren dan mensen; bij assistentie van gehandicapten; robots zijn nuttig voor de exploratie van de ruimte, in de Zuidpool; bij het detoneren van bommen; bij exploratie van vulkanen en onder water onderzoek; bij assistentie van medische operaties; bij assemblage activiteiten aan de lopende band. Robots die in teams samenwerken kunnen complexe taken beter uitvoeren. Kortom, robots zullen geïntegreerd worden in het leven van elke dag.

Omtrent de vraag of een computer intelligent genoemd kan worden bestaan twee mogelijkheden: enerzijds kunnen er praktische grenzen zijn aan de capaciteiten van computers of dat de menselijke geest een speciale kwaliteit heeft die niet gedupliceerd kan worden door een machine; anderzijds als het menselijk zenuwstelsel gehoorzaamt aan de wetten van de physica en chemica dan zou het mogelijk moeten zijn om dat te reproduceren om machines met geestelijke vermogens te ontwikkelen. Volgens Kurzweil is dit laatste mogelijk tegen 2029. Maar de hamvraag is of een computer die slechts de binaire getallen van nul en een herschuift in staat is om bewustzijn te creëren. Feit is wel dat robots nu al op beperkte wijze als blijk van bewustzijn emoties kunnen uitdrukken: Zo is robot “Kismet” bedroefd als hij alleen is in een kamer, maar als hij mensen ontwaart glimlacht hij.

Gevolgen voor de economie

De door AI teweeggebrachte accelererende technische vooruitgang heeft grote implicaties voor de mensheid en de economie, waarbij gedacht kan worden aan:

a) verbetering van gezondheid door het uitbannen van ziektes. Genezing vindt plaats met behulp van nanomedicijnen die hun heilzame werking doen zonder akelige nevenverschijnselen voor het menselijk lichaam.

b) veroudering van de mens. Audrey de Grey spreekt hier van “Metuselarity”: de mens wordt in de niet zo verre toekomst zo’n 800 a 900 jaar of misschien zelfs wel onsterfelijk (naar Gods beeld en gelijkenis). De Grey voorspelt zelfs dat de eerste 1000 jaar oude mens waarschijnlijk slechts 20 jaar jonger zal zijn dan de eerste 150 jaar oude mens, zo snel gaat dat proces) en

c) Whole brain emulation: het geheel of gedeeltelijk copiëren of transfereren van de informatie opgeslagen in de hersenen naar een of meer digitale opslagsubstraten of naar een ander brein zonder mortaliteitsrisico. Het resultaat is een Brain Computer Interface: de migratie van kern mentale functies van een menselijk brein naar een artificiële omgeving. Neuroprosthetics gebruikt al artificiële instrumenten om de functie van beschadigde zenuwcellen te vervangen.

d) Mind-uploading: het grote voordeel is dat de snelheid van denken enorm opgevoerd kan worden door computer-gebaseerde intelligentie.

e) Artificial Life, ALife, leven gecreëerd door de mens en niet door de natuur door gebruik te maken van artificiële cellen in plaats van biologische cellen. In Mei 2010, heeft Craig Venter met zijn team als eerste met succes een synthetische levensvorm gecreëerd met behulp van een DNA string en een computer als ouder.

Voor de economie zijn grote productiviteitsstijgingen te verwachten, met gevolgen voor de werkgelegenheid, arbeidsmarkt en het loongebouw. In de structuur van de arbeidsmarkt zal de ongelijkheid tussen ”workers augmented” met AI en de minder bedeelden toenemen. Overigens voor die laatste categorie zullen zeker arbeidsplaatsen beschikbaar blijven. Bijv. met het verschijnen van een nieuwe generatie artificiële intelligente hulpmiddelen zullen beursanalisten en petrochemische ingenieurs het eerste vervangen worden door computers want dit vereist relatief weinig computer denkvermogen, terwijl tuinlieden, receptionisten, verpleegsters schoonmakers en koks met hun specifieke sensor-motorieke “skils” met relatief laag denkniveau enorm omvangrijke computerinzet vragen. Dit is de bekende Moravec paradox. De kosten structuur verandert sterk: hoge vaste kosten van R&D gaan gepaard met lage marginale productiekosten.

Voor de werkgelegenheid is een belangrijk thema of machines de mens zullen vervangen (substitutie: bijv. chauffeurloze auto’s) of dat machines en de mens complementair zijn aan elkaar. Het saldo van beide aspecten bepaalt wat er met de werkgelegenheid en het loongebouw gebeurt. Hierbij gaat het uiteindelijk om het comparatief voordeel van de mens en machines in termen van efficiency. De mens zal werk vinden in die sectoren waarin zijn absolute nadeel het kleinste is of zijn absolute voordeel het grootste is. Het is derhalve onjuist dat het potentieel van technologie de mens uitschakelt. We zien juist dat de mens en machines samenwerken om meer te produceren, markten te veroveren en te concurreren met andere systemen van mens-machine. Het gaat er niet om te concurreren tegen machines, maar om met machine samen te werken en deze te gebruiken.

Gevaren van artificiële intelligentie

Een belangrijke vraag is of Artificiële Intelligentie gevaarlijk is en de mensheid kan uitroeien. In dit verband wordt vaak wordt gerefereerd aan “Grey Goo”, een term afkomstig van Eric Drexler (1980 Engines of Creation): dat is het einde van de wereld scenario door zichzelf vermenigvuldigende autonome robots die alle aardse materie opslokken. Dit is nu een marginale kwestie die eerder thuis hoort in de “science fiction”.

AI kan bedreigend worden als er geen controle meer kan zijn over autonome intelligente machines. Maar bedacht moet worden dat veel van de huidige bestaande technologieën zoals kern energie en kern wapens veel meer risico inhouden dan AI. Vriendelijk AI moet een top prioriteit zijn van een AI systeem, waarin alleen die acties worden ondernomen die profijtelijk zijn voor de mensheid. Maar AI is nog niet ver genoeg geavanceerd om met zekerheid te kunnen zeggen dat een vriendelijk AI systeem kan worden opgezet.

Een interessante vraag is of AI de mens gelukkiger maakt? Als de evidentie van anti-depressiva een richtlijn is dan is artificieel geluk moeilijk te bereiken. Placebo’s waren zelfs effectiever dan een behandeling met anti-depressiva. Uit het verleden is gebleken is dat stijging van het inkomen niet noodzakelijk tot meer geluk leidt.

Slotconclusie

AI geïnspireerde systemen zijn reeds geïntegreerd in veel alle- daagse technologieën. De huidige vooruitgang in AI heeft nog niet geleid tot de grote doorbraaktechnologieën die 30 tot 40 jaar geleden zijn voorspeld. AI sijpelt door in veel toepassingen vaak zonder dat dit er- en herkend wordt als AI: dit wordt het AI effect genoemd. Als toepassingen kunnen worden genoemd: computergestuurde auto’s, autonome planning programma’s van NASA in de ruimte, spel programma’s (Deep Blue versloeg Kasparov in 1996 en IMB’s Watson versloeg de kampioen quiz kandidaten van Jeopardy in 2011), artificiële schilderkunst, artificiële muziek, taalprogramma’s, artificiële literatuur, artificiële humor en zelfs artificiële stupiditeit (opzettelijke fouten in computer programma’s, net als mensen).

Dit artikel geeft een kort overzicht van de aan de orde gestelde thematiek in de publicatie van Ad J.W. van de Gevel en Charles Noussair, The Nexus between Artificial Intelligence and Economics, Springer Verlag, 2013.

Gerelateerde artikelen

Volledig artikel
© copyright 2016 Mejudice
Privacybeleid Voorwaarden voor gebruik